<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:georss="http://www.georss.org/georss" xmlns:geo="http://www.w3.org/2003/01/geo/wgs84_pos#" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
	>

<channel>
	<title>Geslagen, maar niet verslagen</title>
	<atom:link href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com</link>
	<description>Laat je niet kisten!</description>
	<lastBuildDate>Mon, 13 Feb 2012 18:38:48 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.com/</generator>
<cloud domain='geslagenverslagen.wordpress.com' port='80' path='/?rsscloud=notify' registerProcedure='' protocol='http-post' />
<image>
		<url>http://1.gravatar.com/blavatar/9b263932e40953448ea204c66f548746?s=96&#038;d=http%3A%2F%2Fs2.wp.com%2Fi%2Fbuttonw-com.png</url>
		<title>Geslagen, maar niet verslagen</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com</link>
	</image>
	<atom:link rel="search" type="application/opensearchdescription+xml" href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/osd.xml" title="Geslagen, maar niet verslagen" />
	<atom:link rel='hub' href='http://geslagenverslagen.wordpress.com/?pushpress=hub'/>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Nawoord</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-nawoord/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-nawoord/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:39:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=80</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-nawoord/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=80&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein24.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-81" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein24.jpg?w=640" alt=""   /></a></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>Men vraagt mij nogal eens in hoeverre de ziekte permanente verandering in mijn `persoonlijkheid&#8217; en gedrag heeft veroorzaakt. Men denkt dan meestal aan negatieve facetten. De vraag is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Ik ben inmiddels ook zo&#8217;n veertien jaar ouder, en dit in een leeftijdsfase waarin het aantal, statistisch gezien nog beschikbare jaren verrassend snel afneemt: op vijfenzestigjarige leeftijd mag een man nog op vijftien jaar rekenen. De veertien jaar vormen in verhouding hiermee een groot stuk. Ik meen dan ook dat een aantal veranderingen in mijn gedrag tussen het begin van mijn ziekte en nu meer door het ouder worden, dan door de ziekte is veroorzaakt. Tot deze categorie behoren niet alleen de rust en inkeer van de ouderdom, maar ook het `ik moet opschieten, ik heb geen tijd meer voor flauwekul&#8217;. Beide facetten, die slechts door verhoging van de efficiëntie van het denken en handelen zijn te verenigen, hebben weinig met mijn ziekte uit te staan, of het moest zijn dat dit laatste facet versterkt is door het gevoel dat de ziektejaren deels verloren jaren zijn geweest.<br />
Toch zijn er wel enkele veranderingen aan te wijzen die waarschijnlijk deels of geheel aan mijn ziekte kunnen worden toegeschreven. Wellicht het duidelijkst geldt dit voor het gevoel van de betrekkelijkheid der dingen. Uiteraard was dit voorheen ook wel aanwezig, maar dan toch in aanmerkelijk minder sterke mate. Wanneer men van zichzelf weet dat de afstand tussen normaal en abnormaal wel heel erg klein is, bij wijze van spreken bepaald wordt door minimale hoeveelheden medicijnen, gaat men al snel de betrekkelijkheid van al het gebeuren zien. Dit geldt voor de persoon in kwestie maar ook voor anderen: `IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel,&#8217; met als gevolg een allergie voor gewichtigdoenerij. Dit geeft dan weer aanleiding tot grote irritatie bij confrontatie hiermee. Zo is het sneren bij het bekijken van tv programma&#8217;s in de loop der jaren onevenredig sterk toegenomen. </p>
<p>Een andere eigenschap, die naar mijn mening de laatste jaren veel sterker is geworden, is mijn inlevingsvermogen, empathie, het zich kunnen verplaatsen in de ander. Dit vermogen dient niet te worden verward met het opbrengen van begrip: ik kan mij uitstekend in sommige schurken verplaatsen, zonder begrip voor hen op te brengen. </p>
<p>Verder meen ik dat ik gepolariseerder over mensen denk dan vroeger. Enerzijds zachter voor de afhankelijken, de rechtelozen, anderzijds veel harder voor de machthebbers, de vlerken. </p>
<p>Dan is er ten slotte nog een flink aantal factoren, zoals de appreciatie van kunstuitingen, waarbij het waarschijnlijk is dat mijn ziekte ook enige invloed heeft gehad, zowel in positieve als in negatieve richting, maar bepaald niet doorslaggevend is geweest. </p>
<p>Samenvattend: de specifieke invloed van de ziekte is, alles bij elkaar, moeilijk aan te geven, maar extrapolerend vanaf 1978 naar nu kan redelijkerwijs worden aangenomen dat enkele veranderingen in mijn gevoelsleven meer aan de ziekte dan aan het ouder worden zijn toe te schrijven. De plussen tegen de minnen wegstrepend meen ik dat de ziekte mij geen wezenlijk kwaad heeft gedaan, en ik er wel heel wat beter aan toe ben dan ik die novembernacht in 1978 op de Spijkenisserbrug voor mogelijk hield. Een wel heel wat gunstiger conclusie dan voor vele lichamelijke ziekten kan worden getrokken.</p>
<p>De opzet van het boek was in de eerste plaats een redelijk nauwkeurige beschrijving van het denkproces bij een geestelijk gestoorde te geven, en daarmee de lezer enig inzicht te verschaffen in het verloop van zo&#8217;n psychisch ziekteproces. Deze opzet, namelijk het primair rapporteren over het eigen denken, heeft tot gevolg dat het boek een sterk egocentrisch karakter heeft gekregen. Dit zou de indruk kunnen geven dat anderen geen of nauwelijks enig aandeel in dit alles hebben gehad. Uiteraard is dat niet het geval. </p>
<p>Niet alleen in de depressieve fasen, maar ook in de gezonde tussenperiodes werd ik getroffen door gevoelens van verlatenheid, overbodigheid: `Je hoort er niet meer bij, je bent afgeschreven, we gaan niet meer met jou in zee want je weet het maar nooit.&#8217; Vooral de houding van mijn partij, waarvoor ik mij toch zo&#8217;n veertig jaar intensief heb ingespannen, heeft mij werkelijk verdriet gedaan. De behandeling bij TNO was een schoolvoorbeeld van de gedachte dat je je met iemand die geestesziek is geweest en aan het opkrabbelen is alles kunt veroorloven. Alsof het om iets minderwaardigs, zonder gevoelsleven gaat. Als men zich dan realiseert dat ik, door verleden en carrière, nog een aanzienlijke bescherming heb genoten, kan men zich voorstellen hoe het de minder bevoorrechten in veel gevallen moet vergaan. Wanneer men zich in zo&#8217;n als vijandig aangevoelde wereld weet of waant, kan men zich slechts handhaven als men kan terugvallen op vertrouwde mensen. Dat heb ik, gelukkig, in sterke mate kunnen doen. Ik heb daarbij voor mijzelf het beeld gevormd van drie concentrische cirkels van vertrouwden rondom mij. In de buitenste cirkel bevinden zich mijn goede vrienden en de meeste familie. Zij sprongen zonodig bij, en zorgden er tevens voor dat ik in de zieke periodes mijn besef van de werkelijkheid nog enigszins behield. De middelste cirkel was professioneel: de psychiater en de huisartsen, die mij in al die jaren hebben bijgestaan. </p>
<p>En dan de binnenste cirkel: mijn vrouw en kinderen. Vooral voor mijn vrouw is het voor een groot deel van de tijd een ware beproeving geweest, te meer omdat zij in deze periode fysiek zelf zo veel te verstouwen heeft gehad. Aan haar draag ik dit boek dan ook op. Ik dank allen die mij hebben bijgestaan, en spreek daarbij de hoop uit dat de zorg die ik in al die jaren heb gehad ook zal worden gegeven aan al die ongelukkigen die niet deeltijds, maar permanent geteisterd worden door vaak heel wat ernstiger vormen van geestesziekten. Want aan de behandeling van juist deze mensen zal de kwaliteit van onze samenleving worden afgemeten. </p>
<p><em>(Dit is het laatste deel van de serie &#8220;The making of Over de rooie &#8211; relaas van een manisch-depressief politicus&#8221;.</em></p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/80/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/80/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=80&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-nawoord/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein24.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Op Socialisten</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-op-socialisten/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-op-socialisten/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:36:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=76</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-op-socialisten/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=76&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein23.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-77" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein23.jpg?w=640" alt=""   /></a></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>De eerste jaren van mijn ziekte is er van enige belangstelling voor de nationale politiek vrijwel geen sprake. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Maar bij het tot stand komen van het kabinet-Van Agt/Den Uyl ben ik al weer voldoende bij de les om mij een oordeel aan te meten. Ik vind de meeste PvdA bewindslieden van goed tot heel goed bestuurlijk niveau. Alleen bij Den Uyl als minister van Sociale Zaken zet ik een groot vraagteken. In de eerste plaats is de combinatie Van Agt/Den Uyl nu niet bepaald waarop we zitten te wachten, maar bovendien hoeft een uitstekende minister president nog geen goede vakminister te zijn, en zeker niet de inventieve rekenaar die je voor Sociale Zaken nodig hebt. Dit blijkt niet zo&#8217;n vreemde inschatting te zijn; binnen een paar maanden weten Den Uyl en Dales samen meer dan honderdduizend boze vakbondsleden de straat op te krijgen, als protest tegen de ziektegeldplannen. </p>
<p>Na zo&#8217;n acht maanden is het al weer afgelopen met het kabinet en verdwijnt de partij weer voor vele jaren in de oppositie. Die jaren probeert men de crisissfeer in de partij tegen te gaan door een veelheid van studies, door allerlei commissies over programmatische en organisatorische zaken. Wat daarbij opvalt is de oververtegenwoordiging van economen hierin. Kennelijk heeft ook in de partij de mening postgevat dat deze lieden de aangewezen figuren zijn om een integrale aanpak van de maatschappelijke problematiek te leveren. Was het maar waar: de meesten zijn eenvoudigen van geest, die binnen een versimpeld maatschappijmodel sommetjes oplossen en de resultaten hiervan tot wetmatigheden van de werkelijkheid verklaren. Dat het heel wat betere model met een onder en bovenbouw als uitgangspunt door hen wordt genegeerd, laat zich verklaren: het denken en werken in dit model, waarin de onderlinge terugkoppeling zo&#8217;n essentiële rol speelt, gaat hun denkvermogen te boven. Dat zij zich beperken tot de financieel economische onderbouw, en de bovenbouw gemakshalve als `volgend&#8217; aannemen, maakt hun bijdrage tot een integrale maatschappijvisie wel heel gevaarlijk. Zij zullen het niet graag horen, maar in feite hebben we hier te maken met vulgair-marxisten. </p>
<p>Het effect van al deze rapporten op de vermoeide, ja zelfs lamlendige sfeer in de partij, is nihil. Het beste wat men van deze situatie kan stellen is dat men er althans in een flink aantal afdelingen nog wat van probeert te maken.<br />
De opstellers van de rapporten over de partijorganisatie menen de oplossing te hebben gevonden: terug naar een centralistische, autoritaire opzet. Het fraaie van deze oplossingen is gelegen in het feit dat de schuld van het onklaar raken wordt afgeschoven op de lagere echelons. Geen enkele poging wordt gedaan om de kwaliteit van de interne partijdemocratie, zoals die de laatste vijfentwintig jaar is bereikt, door bijstellingen te verbeteren. Nee, men zet alles overboord, en gaat in feite terug naar de jaren vijftig. </p>
<p>In november 1989 mag de partij weer meeregeren. Ik schaam me intens voor de wijze waarop D66 pootje wordt gelicht. Zo doen fatsoenlijke mensen dat niet met elkaar. Het is de eerste keer dat ik mij afvraag of ik nog wel in deze club thuishoor. De PvdA-ploeg in het kabinet staat mij ook maar matig aan. Waar zijn de uitstekende bestuurders als Stemerdink en Van der Louw gebleven? Jammer dat Jos van Kemenade om gezondheidsredenen niet op Binnenlandse Zaken komt. Een wel heel sub-optimale ploeg. Het lijkt erop dat Kok geen al te krachtige figuren in zijn omgeving wenst. </p>
<p>Wanneer socialisten in een minderheidspositie moeten meebesturen, is er maar één methode die dat besturen de moeite waard maakt: vanuit het eigen idealisme tot zodanige compromissen met de anderen komen, dat in ieder geval een verdere versterking van het vigerende, kapitalistische stelsel wordt voorkomen, althans tegengegaan. Door een inzet van maximale creativiteit en inventiviteit kan aldus ook vanuit een minderheidspositie worden bereikt dat er voor socialisten iets te regeren valt. </p>
<p>Als men nog gelooft in de `spreiding van inkomen, kennis en macht&#8217; mag men zich toch na een aantal jaren meeregeren afvragen wat een socialistische minister van Financiën eraan heeft gedaan om de machtsusurpatie van het bankwezen tegen te gaan. Zo hebben we anno 1992 een situatie waarbij een bedrijf als Philips zich van hoog tot laag kapot werkt om de moordende concurrentie van met name de Oostaziatische landen het hoofd te bieden, dat resulteert in een verlies van enkele honderden miljoenen over 1992, terwijl een ABN Amro met banale werkzaamheden een winst van 1,7 miljard binnenhaalt. Alle verhoudingen zijn zoek. </p>
<p>Wat te denken van een minister van Cultuur, die kennelijk geen enkele creativiteit en inventiviteit aan den dag legt om de commerciële zenders en de daarbij behorende banaliteit en bagger tegen te gaan? Sterker, ik geloof dat zij zich niet eens realiseert dat dat van haar mag worden verwacht, als zij tenminste voor een socialiste wil doorgaan. En wat is haar specifieke socialistische inbreng ter bestrijding van de absurde sportverdwazing, die we nu al enkele decennia lang te zien krijgen? </p>
<p>Bij een flink aantal van de huidige PvdA bewindslieden heeft men de indruk dat zij zich aan boord van het S.S. <em>Free Enterprise</em>  wanen, en menen hun werk goed te hebben gedaan als zij er voor zorgen dat het schip goed op koers blijft liggen en de passagiers van de derde klasse voortaan ook af en toe op het promenadedek mogen komen. </p>
<p>Vrije markt, <em>free enterprise</em> : mooie woorden voor lelijke zaken. <em>Catch as catch can. `Make money, my son. If you can, make it honestly, but <strong>do</strong> make money.&#8217;</em> Dat is het ware karakter van onze huidige westerse samenleving, dat er voor zal zorgen dat middelmatigheid en banaliteit een steeds sterkere greep op ons samenlevingspatroon zullen krijgen, tenzij er vanuit het socialistisch denken met creativiteit tegenaan gegaan wordt. Maar helaas, <em>if you can&#8217;t beat them, join them </em> schijnt vandaag de dag het credo van de meeste sociaal democratische bestuurders te zijn geworden. Geen inbreng vanuit een idealisme, zoals het socialisme wilde, maar rondsjouwen met een reparatiekit, of pleistertjes op stinkende wonden plakken.</p>
<p>Het toetreden tot het kabinet maakt geen einde aan de crisissfeer binnen de partij. Integendeel, door het stuntelige optreden van twee bewindslieden bij de WAO-operatie wordt het alleen maar erger, en dit des te meer omdat ongeveer de helft van het kiezersbestand het voor gezien houdt. Bij het beteugelen hiervan worden de ordinairste tactieken toegepast: de betrokken bewindslieden worden niet ter verantwoording geroepen, maar in plaats daarvan wordt de schuld werd bij anderen gelegd, onder andere bij de partijvoorzitter, Marianne Sint. Men bestaat het om haar te verwijten dat zij in de vakantieperiode, als de crisis uitbreekt, zomaar een fietstocht in Italië maakt. Kennelijk mag dat niet; kapitale blunders maken bij een wetsvoorbereiding mag wel. Dat Sint de eer aan zichzelf houdt, pleit voor haar. </p>
<p>Ondertussen wordt de roep om een terugdringen van de gedecentraliseerde structuur steeds luider, in het bijzonder uitgeblaat door schreeuwlelijke yups. Het lukt hen ook nog, en zo zit de partij nu met een volstrekt gecentraliseerde structuur en een bezetting van de belangrijkste posten door figuren die voor geen duit verwantschap hebben met het socialistisch gedachtengoed. De partij staat toe dat het voorzitterschap, dat in de nieuwe structuur een wel heel zware rol is toebedacht, in handen wordt gelegd van een Amsterdamse lefgozer, branieschopper en producent van gebakken lucht. En die bepaalt dan in overheersende mate de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamerfractie. </p>
<p>Dat bij een dergelijke partijstructuur de animo van het gewone lid om te participeren wel heel klein wordt, spreekt voor zich. Niet het om zeep helpen van de gedecentraliseerde structuur en vervanging door een autoritaire, zoals in de jaren vijftig, maar een bijstelling van de bestaande structuur is wat de partij nodig heeft. </p>
<p>Niet alleen Sint wordt als schuldige aangewezen, maar ook Nieuw Links. Merkwaardig, NL werd in 1970 opgeheven, in 1973 kwam het kabinet Den Uyl, in 1977 haalde de partij zijn grootste verkiezingsoverwinning, tien zetels, en toch heeft dat niet bestaande NL het in de jaren negentig allemaal gedaan. Deze geluiden komen vooral van figuren die of in de jaren zestig nog in de luiers lagen of toentertijd te schijterig waren om aan de vernieuwingsbeweging mee te doen. Naarmate de tijd verloopt, stapelen zich bij mij de frustraties en ergernis op, niet in het minst omdat ik mij niet in het keurslijf van een autoritaire organisatie ingepakt wens te zien. Als de partijvoorzitter zich dan in de herfst van 1992 in een interview ook nog de grootst mogelijke onbeschoftheden jegens de mensen van Nieuw Links permitteert, is voor mij de maat vol: met deze club kan ik niet verder. Met een uitgebreide brief bedank ik, na zesenveertig jaar lidmaatschap.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/76/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/76/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=76&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-op-socialisten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein23.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Uitgerangeerd en Kom maar mee naar buiten</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-uitgerangeerd-en-kom-maar-mee-naar-buiten/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-uitgerangeerd-en-kom-maar-mee-naar-buiten/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:33:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=73</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-uitgerangeerd-en-kom-maar-mee-naar-buiten/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=73&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein26.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-89" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein26.jpg?w=640" alt=""   /></a></strong></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>Uitgerangeerd<br />
(April 1985 - maart 1986)</p>
<p>Sinds juni 1983 sta ik buiten het arbeidsproces, en vanaf januari 1985 ben ik formeel zonder baan. Toegegeven: mijn werkloosheid wordt verzacht door een relatief hoog inkomen, maar dat betekent nog niet dat het een eenvoudige zaak is om op het nieuwe leven over te schakelen. Gelukkig ben ik altijd een verwoede (overigens niet zo&#8217;n goede) klusser geweest, en het werken met de handen is een goede arbeidstherapie. En dan mag ik verder dankbaar zijn dat ik door mijn scholing en arbeidsverleden een aantal interesses kan ontwikkelen, die maken dat ik alles bijeen aan een behoorlijke dagvulling toe kom. Maar ook ik heb last van het euvel dat je vanwege het hebben van alle tijd danig in efficiency achteruit gaat. Voor een voormalig workaholic is dat een bron van ergernis. </p>
<p>Wat ook opvalt is de grote stilte die rondom je valt. In mijn werkzaam leven heb ik toch een groot aantal activiteiten ontplooid, zowel beroepsmatig als op vrijwillige basis. Dit laatste vooral in mijn politieke partij, waarvoor ik mij een aantal expertises heb eigen gemaakt, met name op organisatorisch gebied. Ik hoor van de landelijke partij niets maar dan ook niets, terwijl ik nu juist de tijd heb om mij in een aantal zaken te verdiepen. Men negeert mij. Waarom? Is dit uit vrees dat ik op de eerste de beste bijeenkomst een scène zal schoppen, of heeft men mij in het kader van de solidariteitsgedachte gemakshalve maar bij de stoeprand gezet? De oude stelling dat socialistische partijen slordig met hun eigen mensen omgaan, wordt in mijn geval bevestigd.</p>
<p>Voor de grotere onderwerpen die ik aanpak, krijgt de studie van joden- en christendom de meeste aandacht. Vroeger heb ik hiervoor, als atheïst, al een grote belangstelling gehad, omdat beide mij voor raadsels zetten met betrekking tot het denken van mensen. Die belangstelling bleef door alle drukte echter oppervlakkig. Nu heb ik alle tijd om mij hierin te verdiepen. Het resultaat hiervan is dat het raadselachtige verdwijnt en plaats maakt voor verbazing, opperste verbazing kan men wel zeggen, en wel vanwege de inconsistentie van beide.</p>
<p>Ook in deze periode vertoont mijn gemoedstoestand een tamelijk rustig verloop, met relatief kleine schommelingen. Slechts eenmaal ben ik gedurende zo&#8217;n twee weken maniakaal bezig. Ik verzet in die tijd een onnoemelijke hoeveelheid hoofdwerk. Zo heb ik het in mijn hoofd gezet om maar eens een one manshow te schrijven. Dat lukt me in zo&#8217;n twee dagen. De totale voorstellingsduur schat ik op vier uur. De vorm is wel in orde, maar over de inhoud kan men twisten: de conference is vooral geënt op de gebeurtenissen van de laatste jaren. Weliswaar ontspannen gebracht, maar toch <em>one track minded.</em> </p>
<p>Na zo&#8217;n veertien dagen keert de rust in het hoofd terug en heb ik weer stapels grootse gedachten in de kast. Het kan niet uitblijven dat na zo&#8217;n lange periode van betrekkelijke rust - van midden 1983 tot begin 1986, dat wil zeggen tweeënhalf jaar - het idee postvat dat men compleet genezen is. Niet veel later zal blijken dat dit toch niet het geval is. </p>
<p><strong>Kom maar mee naar buiten<br />
(April 1986 - juni 1986)<br />
</strong><br />
Wanneer er eind maart 1986 een afwijking in mijn gemoedstoestand in de euforische richting optreedt, beschouw ik deze als een positieve bijstelling van mijn normale toestand, en ervaar dit als heel plezierig. Ik doe dus niet wat mij eigenlijk in zo&#8217;n situatie te doen staat: tegengaan, tegenkoppelen. Eerder help ik de ontwikkeling nog een handje: ik ga mij steeds lekkerder voelen. Het resultaat hiervan is dat ik binnen veertien dagen weer in hemelhoge sferen verkeer, en werkelijkheid en waan elkaar aflossen. Vergeleken met de toestand van begin 1979 is de intensiteit minder en treden er ook geen hallucinaties op; de duur van deze fase is echter aanmerkelijk langer - ruim twee maanden - en het aantal waanideeën groter. Mijn activiteit wat papierwerk betreft is weer enorm. Dag in dag uit ga ik door met het volschrijven van blocnotes: problemen, ideeën, waarnemingen, stellingen, beschouwingen, het kan niet op. De registratie is ditmaal niet chaotisch, zoals in 1979, en een en ander kan dan ook gemakkelijk worden gereproduceerd. Dit doende kan men zich bij het meeste afvragen waartoe dit alles in vredesnaam moest dienen. Zo slaan de waarnemingen voor het grootste deel op triviale zaken, en kan slechts een klein percentage als interessant worden aangemerkt. Opvallend hierbij is dat ik na het noteren van een waarneming, net als in 1979, direct met mijn conclusie klaar sta. Tijd om hiertoe te komen heb ik blijkbaar niet nodig; ik weet immers alles. </p>
<p>Waarom toch al dat genoteer? Dat is nogal duidelijk: ik ben weer het middelpunt van het geheel, en alles wat er met mij of rondom mij gebeurt is van verstrekkende, je kunt wel zeggen historische betekenis, en dient voor het nageslacht bewaard te blijven.<br />
Te midden van deze `ruis&#8217; toch nog een klein percentage betekenisvolle informatie, waaruit blijkt dat ik zo af en toe ook nog tamelijk redelijk over sommige zaken kan nadenken. Dit moet gebeurd zijn in de periodes waarin de werkelijkheidszin het van de waan won. </p>
<p>Mijn wat wetenschappelijker beschouwingen zijn alle half afgemaakt. Vooral op filosofisch en theologisch terrein is het `van dik hout zaagt men planken&#8217;. Bij het filosofisch gedeelte zijn het vooral Heidegger en zijn adepten die het moeten ontgelden. Ik scheld volop op deze verknipte Duitse geest. `Waarom wordt die kerel überhaupt nog serieus genomen? Door wie eigenlijk? Dat is nogal duidelijk: door het wereldje van de &#8220;Mutual Admiration Society&#8221; van quasi filosofen. Vandaag de dag noemt men iemand een filosoof als hij zeshonderd bladzijden volschrijft over iets wat hij zelf niet heeft begrepen.&#8217; </p>
<p>Wat de theologie betreft begin ik maar weer eens aan het lezen van de Bijbel. Met het Oude Testament reken ik dit keer snel af; als men nu eens begon met het te herschrijven en alle overtollige informatie zou schrappen, wellicht dat er dan een leesbaar geheel zou overblijven. Qua informatieoverdracht is het ongeveer het poverste boekwerk dat men zich kan denken, en door de slechte signaal/ruisverhouding een dorado voor malafide geloofsexplicateurs.<br />
Wat dit aangaat is het Nieuwe Testament in ieder geval aanmerkelijk beter. Ik concentreer mij hierbij op de analyse van een aantal essentiële verhalen en kom tot verrassende conclusies met betrekking tot Jezus. Als ik dat beeld vergelijk met wat men er vandaag de dag van heeft gemaakt, kom ik tot de uitspraak: `Jezus is de spiritueel meest gemaltraiteerde mens in onze cultuur.&#8217; Wat God betreft kom ik onder andere tot de uitspraak: `Refereren aan God: de ergste vorm van <em>namedropping.</em>&#8216; </p>
<p>In deze periode doet zich een nieuw verschijnsel voor: mijn behoefte aan dichten. In de jaren vijftig heb ik mij een tijdje bezondigd aan het maken van hekeldichten, maar nu stort ik mij op het serieuzere werk. Ik gooi mijn totale emotionaliteit in de strijd, mij niets aantrekkend van eventuele regels in dezen. Ik fabriceer produkten waarvan ik meen dat zij een nieuwe dimensie aan de dichtkunst toevoegen. Voor wat de agressiviteit betreft kan dit wellicht nog waar zijn ook. Opvallend is dat ik uitsluitend in het Engels dicht. Een bewuste keus is dit niet geweest. Zeker is wel dat alle resultaten goede afspiegelingen zijn van de gemoedstoestand waarin ik mij gedurende een groot deel van deze periode bevond: zeer agressief, maar tegelijk sentimenteel, stoer, en vol zelfoverschatting. </p>
<p>Tussen dit alles door houd ik mij ook met ludieker zaken bezig. Zo ontwikkel ik een groot aantal tv spelletjes, waarvan ik, uiteraard, beweer dat zij stuk voor stuk intelligenter zijn dan wat gewoonlijk wordt vertoond. Toegegeven moet worden dat dit nog niets zegt over het absolute niveau.<br />
Verder houd ik mij in deze periode met `kwantitatief cynisme&#8217; bezig: het toetsen van allerlei beweringen van quasi wetenschappers op kwantitatieve criteria, om daarmee het absurde van hun beweringen aan te tonen. Met name figuren die totaal geen kaas hebben gegeten van statistiek, durven de meest krankzinnige uitspraken te doen. Ik parodieer op dit soort gevallen en meen hiermee de betrokkenen op de kast te kunnen jagen. Enkele voorbeelden: <br />
- Als roker accepteer ik het statistisch gegeven dat rokers gemiddeld meer aan longkanker sterven dan niet rokers; het is voorts een feit dat 100% van de rokers en 100% van de niet rokers uiteindelijk komen te overlijden. Uit deze beide feiten samen volgt dan dat er ten miste één, waarschijnlijk zeer onaangename ziekte is, waaraan procentueel meer niet rokers dan rokers sterven, en dat gemiddeld ook nog op latere leeftijd. <br />
-  Of: een aantal politicologen weet een subsidie los te krijgen voor een onderzoek naar de achtergrond van onze parlementariërs. Dit kan immers van belang zijn voor het begrijpen van het politiek handelen van deze mensen. Na een jaar rapporteert men dat het onderzoek vordert, maar dat een subsidieverlenging met nog een jaar noodzakelijk is. Die wordt gegund. Na twee jaar komt het rapport: de eerste honderd bladzijden geven definities: wat is een parlementariër, wat is achtergrond, wat is politiek handelen en nog vijfentwintig andere items. Vervolgens komt in drie bladzijden het resultaat van het onderzoek: na uitvoerige computerbewerkingen is vastgesteld dat 51% (± 2%) van de voorouders van de parlementariërs bestond uit mannen, en 49% (± 2%) uit vrouwen. </p>
<p>Dit spelen met getallen brengt me op het idee om een one-manshow te schrijven, waarin uitsluitend kwantitatieve grappen worden gemaakt. Het aantal onderwerpen dat zich hiervoor leent is vrijwel onbeperkt: van deltawerken en numeri fixi tot aan de aangeduide anti rookhetze. Ik heb dan ook maar een paar dagen nodig om de opzet voor zo&#8217;n drie uur durende conference op papier te krijgen. De grappen vind ik, zoals mij in deze psychische toestand past, stuk voor stuk van uitzonderlijke kwaliteit. </p>
<p>Met al dit soort activiteiten en nog vele andere houd ik mij zo&#8217;n twee maanden bezig. Afgezien van enkele kortdurende pieken leidt dit niet tot de extreme opgewondenheid van 1979, hoewel het hoofd vrijwel permanent gloeit. Mijn overlast voor de directe omgeving blijft dan ook beperkt, zij het dat er een flinke uitschieter is. Mijn vrouw is er in de afgelopen zes à zeven jaar steeds in geslaagd om mij verbaal onder de duim te houden, vaak door als een sergeant majoor op te treden. In deze periode is haar incasseringsvermogen voor mijn gedram en `ik weet alles&#8217; houding echter sterk gereduceerd. Op een middag in april staan wij midden in de woonkamer te discussiëren, of beter, te bekvechten. Op elk argument harerzijds kom ik met een `ja maar&#8217;, en ontwikkel ik weer één of andere theorie. Dan wordt het haar te gortig; ze stampt zo hard op de grond, dat het huis trilt, en schreeuwt: `Godverdomme, ik ga weg, twee gekken in één huis dat is te veel.&#8217; Eerst pakt zij nog de zware pook van de open haard en jaagt me het huis door naar de slaapkamer, waar zij mij een keiharde tik op een knie geeft. Ondanks de pijn blijf ik het mooie van het geheel zien: `Dit moet een teken van haar liefde zijn.&#8217; </p>
<p>Even later hoor ik de auto gierend wegrijden. (De overburen hebben ons later verteld dat de rook uit de banden en de vlammen uit de uitlaat sloegen. Overigens bedoelde zij met `twee gekken&#8217; niet de manische en de depressieve gek, maar zichzelf en mij; de <em>folie à deux</em> speelde haar parten.)<br />
Na ongeveer drie uur komt zij terug, mij duidelijk makend dat zij een volgende keer voorgoed wegblijft. Ik leer van dit alles nogmaals dat ik alle grote gedachten maar beter voor mezelf kan houden. Zelfs mijn vrouw begrijpt mij niet meer. </p>
<p>Ook in mijn optreden naar buiten gebeuren er nieuwe dingen. Ik sta in de ijzerhandel in een korte rij bij de kassa te wachten. Een grote kerel dringt zich voor. Ik tik hem op de schouder en zeg: `U moet achteraan aansluiten.&#8217; Hij grijnst en zegt: `En als ik dat nou eens niet doe?&#8217;, waarop ik antwoord: `Kom dan maar mee naar buiten.&#8217; Twee merkwaardige dingen: in de eerste plaats sluit de vent zich achteraan aan, en voorts schrik ik niet van mijn eigen woorden, terwijl ik door één klap van deze beul uitgeteld zou zijn. </p>
<p>Ik wil in het metrostation Spijkenisse een nieuwe dienstregeling kopen, en betaal met een tientje. Alles gaat naar wens, totdat de man achter het loket aan het wisselgeld toekomt. Hij geeft me terug van vijf gulden.<br />
`En nog vijf gulden,&#8217; zeg ik.<br />
`Hoe bedoelt u?&#8217; vraagt hij.<br />
`Ik bedoel dat ik met tien gulden heb betaald.&#8217;<br />
`O nee,&#8217; zegt hij, `ik heb het hier nog liggen.&#8217; Hij rommelt in zijn papiergeld en haalt van onderen een vijfje tevoorschijn.<br />
`Zo kan ik het ook,&#8217; zeg ik.<br />
`Hoe bedoelt u?&#8217;<br />
`Ik bedoel dat je uit een stapel papiergeld altijd wel een briefje van vijf tevoorschijn kunt toveren.&#8217;<br />
`U wilt toch niet beweren dat ik de zaak fles?&#8217; zegt hij.<br />
`Nou, nu u het zegt, maar wat ik echt beweer is dat ik met een tientje heb betaald. Geeft u mij nu dus maar gauw die vijf gulden, want anders mis ik mijn bus nog.&#8217;<br />
`U krijgt geen vijf gulden,&#8217; zegt hij hardnekkig.<br />
Nu word ik goed kwaad en bulder: `Als ik die vijf gulden niet krijg ram ik hier de hele boel in elkaar!&#8217; Ik merk dat de ander mensen in de wachtruimte mij met verstarde blikken aankijken. Ik denk: `De sfeer is goed, die mensen zijn nieuwsgierig hoe dit afloopt.&#8217; Ook de lokettist is kennelijk onder de indruk; waarschijnlijk ziet hij aan mijn ogen dat het met mijn toerekeningsvatbaarheid pover gesteld is.<br />
`Schrijft u maar een brief aan de directeur,&#8217; zegt hij, bij wijze van sussen.<br />
`Als ik al een brief schrijf, schrijf ik hem aan de koningin!&#8217; schreeuw ik. Voor zover de man er al niet van overtuigd was, is hij het nu: die vent is hartstikke gek. </p>
<p>Dan begint er bij mij toch iets te knagen: `Weet je wel zeker dat je met een tientje hebt betaald?&#8217; Ik kom tot de conclusie dat ik ervan overtuigd ben, maar om nu te zeggen dat ik het zeker weet, nee. Ik besluit, mogelijk zonder gezichtsverlies, te retireren, en zeg theatraal: `Ik zal zoals altijd maar weer de wijste zijn. Veel geluk met mijn vijf gulden.&#8217; Bij de deur roep ik nog: `Ik zal aan je carrière denken.&#8217; Buiten, in de frisse lucht, realiseer ik mij met schrik dat ik werkelijk van plan was om de boel in elkaar te slaan. Ik concludeer dat de zaken toch weer aardig uit de hand dreigen te lopen. </p>
<p>Dit waren nog tamelijk onschuldige gevallen, vergeleken met een andere situatie. Onze tandarts woont in Den Haag. Mijn vrouw en ik gaan er samen heen. Als de een onder behandeling is, wacht de ander in een coffeeshop dichtbij. Ik ben de wachtende en zit in de zaak aan een grote tafel in het midden. Zo&#8217;n drie meter voor mij staan vier gokmachines. Ik zie dat vijf jonge kerels langs de kant bij deze machines staan. Eén ervan is zeer conventioneel gekleed, waarschijnlijk een commerciële pief. Ik merk dat hij instructies aan de anderen geeft. Eerst laat hij een beer van een vent als een waanzinnige op een van de machines raggen. Als dat enige tijd heeft geduurd, komt aan de tweede machine recht tegenover mij een heel enge jongen, een vieze adonis, staan. Op zijn achterhoofd heeft hij een vies haarstuk, dat eruit ziet als een mislukte penis. </p>
<p>Hij begint te spelen, draait zich af en toe naar mij om, en produceert dan een intens smerig lachje. Na enige tijd haalt de voorman hem weg en vervangt hem door een van de anderen, die geen aandacht aan mij schenkt. Ondertussen staat de viezerik aan de zijkant naar mij te loeren en te grijnzen. Als dat zo een tijdje heeft geduurd, wordt de aftocht geblazen en lopen ze, achter elkaar in ganzenmars, naar de uitgang. Achterop loopt de vunzerik, die mij nogmaals toegrijnst. </p>
<p>Ik denk: `Mijn God, ze houden me voor een overjarige homo en proberen mij met deze seance opgehitst te krijgen. De kleine manipulators, ze treffen het niet, want toevallig ben ik een betere. Wedden dat direct de viezerik recht tegenover mij op het pleintje verschijnt?&#8217; En inderdaad, nog geen halve minuut later komt hij eraan en begint met zichzelf te koketteren, ondertussen kennelijk als verleidelijk bedoelde blikken in mijn richting werpend. </p>
<p>Mijn maag keert om. Ik overleg: `Wat doe je? Speel je het spelletje mee en ga je erop af? Deze smeerlap vloer ik op het ogenblik dat we hun huis binnengaan maar dan blijven er nog vier over, waarvan twee gorilla&#8217;s.&#8217; <br />
Zelfs in de stoutmoedige toestand waarin ik verkeer lijkt mij dat toch wel wat te veel van het goede: vijf lijken op één middag. Ik besluit om er een eind aan te maken en maak met de zijkant van mijn hand een snijbeweging langs mijn keel. De knul reageert prompt: hij maakt rechts uit de flank en zet het op een lopen, mij achterlatend met spijt dat het mij niet gelukt is om mee te helpen aan het oprollen van een boevenbende. </p>
<p>Wat later bedenk ik hoe ik in vredesnaam serieus heb durven overwegen om alleen op dat tuig af te gaan. De verklaring voor dit wel heel stoere gedrag is gelegen in het toenemend egocentrisme gedurende de (hypo )manische fase. In 1979 had ik hier al eens mee te maken, maar in deze periode was dit veel sterker het geval. Dit verschijnsel leidt niet alleen tot vergroting van de eigen belangrijkheid, maar ook tot de overtuiging dat alles om jou draait: niet langer sta jij in de wereld, maar draait de wereld met alles erop en eraan om jou. Wanneer dit proces zich één à twee weken heeft voortgezet, ontstaat een situatie waarbij men zich ook veruit de belangrijkste en machtigste grootheid in het universum waant. Zodra men overgelaten is aan zijn eigen gedachten, treden deze waandenkbeelden het sterkst op, en zo kon het gebeuren dat ik een paar weken lang elke morgen om zes uur een tv programma voor alle kinderen in de wereld verzorgde. Ik was ervan overtuigd dat de kijkdichtheid enorm was. </p>
<p>De verstgaande conclusie bereikte ik na zo&#8217;n vier weken. Er bestond, alles afwegend, geen enkele twijfel aan: ik was de Messias waarop zo lang was gewacht. Dat hadden ze nooit kunnen denken; altijd beweerden ze dat het er een van de eigen club zou zijn. Eén ding klopt in ieder geval wel: het zou een gewoon manspersoon zijn, levend en werkend te midden van het volk. Voilà. </p>
<p>Hoewel dit soort ideeën het sterkst doorwerkte als ik los van de werkelijkheid was, bleef er toch ook het nodige van over indien ik met de benen op de grond werd gedwongen. Zo nam ik met genoegen waar dat alle mensen in het dorp naar mij keken. Logisch: je loopt de Messias niet elke dag tegen het lijf. Voorts viel me op dat alle, maar dan ook alle vrouwen opeens mooi waren. Een duidelijk bewijs van mijn uitstraling. En zo ging het maar door. Op zich is dit een aangename psychische toestand, maar wel teleurstellend als de overgang naar het normale moet worden gemaakt. </p>
<p>Een gevaarlijke kant aan dit alles was de erbij optredende stoutmoedigheid: `mij maken ze niets, wie durft een vinger naar de Messias uit te steken?&#8217; Deze houding uitte zich onder andere bij het incident in Den Haag: het getuigt toch wel van enige overmoed om serieus te overwegen vijf jonge kerels te lijf te gaan, zelfs als men meent over uitzonderlijke hypnotische eigenschappen te beschikken. </p>
<p>Zo abrupt als deze cyclus eind maart 1986 begonnen was, eindigde hij ook begin juni: binnen enkele dagen bevond ik mij weer in een normale, licht depressieve toestand.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/73/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/73/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=73&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-uitgerangeerd-en-kom-maar-mee-naar-buiten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein26.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Van ziek tot beter?</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-van-ziek-tot-beter/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-van-ziek-tot-beter/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:30:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=70</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-van-ziek-tot-beter/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=70&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein27.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-91" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein27.jpg?w=640" alt=""   /></a></strong></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>(Juli 1983 - maart 1985)</p>
<p>In de vakantie die volgt knap ik vlot op. In de daaropvolgende anderhalf jaar blijft dat zo; een acceptabel, werkbaar evenwicht, met enkele kleine afwijkingen in de euforische richting. Wat het ziekteproces betreft kan de rapportage over deze periode dan ook kort zijn. Maar het is ook de periode waarin mijn vertrek bij TNO zijn beslag krijgt, en het lijkt dienstig om inzicht te verschaffen in de problemen waarmee een grotendeels genezen geesteszieke te maken kan krijgen. </p>
<p>Nadat ik voldoende ben opgeknapt, vraag ik mij af hoe het verder moet met TNO. Niet vanwege mijn gezondheidstoestand, maar vanwege de inmiddels onmogelijk geworden verhouding met de voorzitter. Of ik ga weg, of hij. De kans op het laatste acht ik heel klein; er zijn in het roddelcircuit en met name door die voorzitter belachelijke verhalen over mijn geestestoestand verspreid, die maken dat velen, waaronder beslissingsbevoegden, wel sympathie voor mij voelen, maar mij tegelijkertijd als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen. Ik bedenk dat mijn sociale zekerheid bij dit alles groot is. Ik ben benoemd bij Koninklijk Besluit en kan ook alleen bij zo&#8217;n Besluit worden ontslagen. En alvorens de koningin en de minister hun handtekening zetten, moet er wel het nodige gebeuren. Voorts is mijn inkomen vooralsnog gegarandeerd. </p>
<p>Zo&#8217;n bevoorrechte positie schept verplichtingen. Ik besluit om de handdoek voorlopig nog niet in de ring te gooien. Eind augustus heb ik een gesprek met de voorzitter en een ander lid van de Raad van Bestuur, alsmede met een lid van het Algemeen Bestuur. Omdat het hun ook duidelijk is dat ik niet meer met de voorzitter wens te spreken, voert het andere lid van de Raad het woord. Hun standpunt luidt: te vaak ziek, hetgeen schadelijk is voor de organisatie.<br />
Maar men heeft iets moois bedacht: raadsadviseur van de minister van O en W, gedetacheerd vanuit TNO.<br />
 <br />
Ik stel dat men eerst maar eens de argumenten voor vertrek en de voorstellen voor eventueel ander werk op papier moet zetten, zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan. Deze brief komt eind september. Men gaat alleen in op het raadsadviseurschap. Op mijn vraag waarom ik zo nodig weg moet, wordt niet ingegaan. In mijn schriftelijke antwoord hierop stel ik dat zolang er geen bevredigend antwoord op deze vraag wordt gegeven, ik niet bereid ben om over ander werk te praten. Ik herinner eraan dat in ons gesprek hunnerzijds is gesteld dat mijn functioneren tijdens de gezonde periodes alle lof verdient. Verder blijkt uit het ziekteverloop sinds 1980 dat de frequentie van mijn afwezigheid afneemt, en ik het laatste jaar nog slechts tweemaal gedurende een korte periode heb verzuimd. Ik stel daarom voor: continueren van de huidige functie gedurende een jaar, waarna een evaluatie plaatsvindt. </p>
<p>Binnen een week heb ik antwoord: mijn voorstel wordt zonder meer verworpen; in de afgelopen tijd is er in feite steeds sprake geweest van een gedeeltelijk en onvoldoende functioneren.<br />
Men eindigt de brief fijntjes met: `(&#8230;) meent de Raad van Bestuur dat de voorgestelde oplossing niet aanvaardbaar is met het oog op het belang van de organisatie en zijn ongeveer vijfduizend medewerkers&#8217;. En dat terwijl ik door mensen in de organisatie werd gezien als de man die in de Raad van Bestuur juist over de belangen van de medewerkers waakt, de man waarvan ze zeggen dat alles veel soepeler loopt als hij het voorzitterschap waarneemt, zijn eigen winkel zo goed heeft georganiseerd dat zijn kortstondig wegvallen geen moeilijkheden veroorzaakt, te meer niet omdat dan het contact met de medewerkers thuis wordt onderhouden. </p>
<p>Hierop volgt een venijnige briefwisseling, en als dit allemaal niets oplevert - het is inmiddels februari 1984 - een gesprek met de overige leden van de Raad. Ook ditmaal zegt de voorzitter geen woord. Als ik zelfs geen genoegdoening krijg voor de schandelijke behandeling in juni van het jaar tevoren, houd ik het voor gezien. Ik laat weten dat ik niet zal meewerken aan de door de Raad voorgestelde oplossing. </p>
<p>Enkele dagen later heb ik een gesprek met minister Deetman. Ik verzoek hem om een onderzoek te laten instellen. Een aantal weken later wordt een kleine commissie ingesteld. De leden, professor Dirken, rector magnificus van de TH Delft, en professor De Moor, rector magnificus van de Katholieke Hogeschool te Tilburg, voeren het overleg met mij. In deze twee mensen heb ik, gezien mijn jarenlange ervaring met hen, alle vertrouwen. Dat blijkt terecht. In september ontvang ik hun concept rapport; het is een fatsoenlijk stuk. Dat laat onverlet dat voor enkele getuigenverklaringen geldt wat een rechter die zich bezighield met arbeidsconflicten mij ooit vertelde: `Als in zo&#8217;n conflict een getuige afhankelijk is van een der partijen, moet men een groot vraagteken zetten bij zijn verklaringen.&#8217; Verder wordt het rapport gedragen door de mooie gedachte `alles voor de lieve vrede&#8217;. </p>
<p>Ten slotte adviseert de commissie mij om onder zeer gunstige voorwaarden mijn ontslag te nemen. Geen detachering of ander alternatief werk, maar geheel vrij.<br />
Ik begin inmiddels schoon genoeg van de hele kwestie te krijgen, en voorts wordt mijn geestelijke stabiliteit toch aanzienlijk op de proef gesteld. Bovendien kan er gegeven het feit dat men de voorzitter er niet uit wil gooien, geen sprake van mijn terugkeer zijn. Ik besluit om het voor gezien te houden, het is mooi geweest. </p>
<p>Medio november heb ik nog een gesprek met Dirken en De Moor. Wij worden het snel eens over de condities voor mijn vertrek.<br />
Per 1 januari 1985, anderhalf jaar na mijn laatste werkdag, dien ik mijn ontslag in bij de minister.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/70/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/70/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=70&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-van-ziek-tot-beter/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein27.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Gesprekken met honden, mussen en lieveheersbeestjes</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-gesprekken-met-honden-mussen-en-lieveheersbeestjes/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-gesprekken-met-honden-mussen-en-lieveheersbeestjes/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:28:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=67</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-gesprekken-met-honden-mussen-en-lieveheersbeestjes/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=67&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein28.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-93" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein28.jpg?w=640" alt=""   /></a></strong></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>(Februari 1980 &#8211; juni 1983)</p>
<p>Een nieuwe veelbelovende baan, vijftien maanden na het begin van mijn ziekte. Welke burger krijgt die kans? Ik zou er als vanouds tegenaan willen gaan, maar ik weet dat dat toch wat te veel gevraagd is. Weliswaar is het depressieve gevoel de laatste maanden afgenomen, maar de overblijfselen zijn toch voldoende om het dynamische in mijn karakter sterk te reduceren. Ik troost mij met de gedachte dat ook daar mee te werken valt, en dat een verminderde gevoeligheid voor externe prikkels niet alleen nadelen heeft. Kortom, ook met de huidige combinatie van eigenschappen moet ik kunnen functioneren, en bovendien mag ik er toch op rekenen dat een en ander in de komende tijd steeds meer in de richting van het normale zal gaan? Voor de rest hangt er vanzelfsprekend veel af van mijn arbeidsterrein en de arbeidssfeer, zowel in de Raad van de Bestuur als met de medewerkers.</p>
<p>Als ik de organisatie wat beter leer kennen, blijkt mij alras dat er over de hele linie een wel heel sterke hiërarchie met een autoritair karakter heerst. Het ziet er niet naar uit dat de beoogde reorganisatie hierin veel verandering zal brengen. Ik neem me dan ook voor om door middel van het sociaal beleid bij te dragen aan een sfeerverandering. Het blijkt al gauw dat dit niet strookt met de opvattingen van enkelen van mijn collega&#8217;s. Met name de voorzitter houdt er met betrekking tot het democratiseringsgehalte van de organisatie ideeën op na die thuishoren in de jaren vijftig of vroeger. Verder gedraagt hij zich alsof er geen sprake is van een collegiaal bestuur, maar van een bestuur met een voorzitter, die hiërarchisch gezien als nummer één moet worden beschouwd. Zo&#8217;n instelling moet wel tot spanningen leiden. Die komen er dan ook volop, in het bijzonder tussen de voorzitter en het jongste lid van het bestuur.</p>
<p>De territoriumdrift is enorm. Een groot deel van de vergadertijd wordt aan de reorganisatie besteed. Men is bezeten van de rechthoekjes modellen waarmee vele organisatiedeskundigen zo graag wapperen, tegen een wel zeer hoge uurprijs. Dat het hierbij ook om mensen gaat, wordt door enkelen van de collega&#8217;s of vergeten of gebagatelliseerd. Mijn rol bij deze discussies bestaat dan ook voor een deel uit het op gezette tijden constateren van het feit dat mensen geen baaltjes meel zijn.</p>
<p>Zo komen we het eerste jaar door, en voor mij geldt: een kleine belasting wat de eigen portefeuille betreft en voorts deelnemer aan het overleg binnen de Raad, waarbij de spanningen blijven toenemen. Mijn relatie met drie van de vier collega&#8217;s is goed, maar die met de voorzitter wordt met de dag slechter.</p>
<p>Zowel de kleine belasting als het permanent vertoeven in een spanningsveld werken ten nadele van mijn herstelproces. Te weinig werk betekent te veel tijd over om weer weg te zakken, hetgeen tot gevolg heeft dat mijn gemoedstoestand niet langer terugkrabbelt naar de normale toestand, maar juist de andere kant opgaat: ik word weer droefgeestiger en tegelijk ook passiever. Wat ik al wist wordt nu bevestigd: door de aanwezigheid van enkele machtsdenkers wordt het besturen steeds inefficiënter, nemen de spanningen toe, wordt de onderlinge werkbelasting volkomen scheefgetrokken, en gaat de organisatie gonzen.</p>
<p>Een en ander zet door in 1981, waarbij ik kennelijk steeds meer als de uithuilbaas van de organisatie wordt gezien. Bijna alle problemen en frustraties die ik te horen krijg, zijn terug te voeren op het baasje-spelen van de voorzitter. Mijn interventies bij hem halen niets uit; de man is een schoolvoorbeeld van een modellendenker, die slechts de informatie in zijn systeem verwerkt die in zijn kraam te pas komt.</p>
<p>En dan begint mijn gemoedstoestand in mei 1981 plotseling tamelijk snel te veranderen. Van matig in mineur loopt die in enkele weken op tot normaal, om vervolgens door te schieten naar een euforische toestand. Het is mij niet duidelijk welk proces deze grote verandering, na twee jaar in een meer of minder zware depressieve toestand te hebben verkeerd, in een paar weken tijd bewerkstelligt.</p>
<p>Vervolgens duurt het maar een paar weken en ik bevind mij weer in de hypomanische toestand.</p>
<p>De aantekeningen die ik in juni 1981 heb gemaakt, lijken in vorm en inhoud heel sterk op hetgeen ik in het begin van de eerste manische fase produceerde. Ik ben weer heel bezorgd over het verloren gaan van informatie &#8211; `alles wat er nu gebeurt is essentieel&#8217; &#8211; hetgeen zich niet alleen uit in het bewaren van alle kranten en documenten, maar ook in het opschrijven van de meest triviale feiten.</p>
<p>In een poging om het functioneren van de Raad van Bestuur te verbeteren, is afgesproken dat we vanaf 15 juni 1981 zo&#8217;n tweeënhalve dag in retraite gaan, en wel in Ermelo. Op weg erheen verkeer ik in een uitgelaten stemming, en wij &#8211; de twee collega&#8217;s, de chauffeur en ik &#8211; hebben geweldig veel plezier. (Ik herinner mij dat het vooral absurdistische humor was die wij debiteerden.) De eerste avond gebeurt er volgens mij weinig schokkends. De volgende morgen vergaderen we op een normale wijze. Over wat er verder gebeurt bestaan verschillende lezingen. Mijn waarneming is: er wordt, om voor mij onduidelijke redenen, besloten dat we &#8216;s middags niet zullen vergaderen, maar gaan wandelen in het grote bos. Ik vind het wel een goed idee, met vergaderen kom je niet nader tot elkaar, met wandelen door het bos wellicht wel. Tijdens de wandeling met twee collega&#8217;s voel ik mij heerlijk. Ik geniet van alles wat ik hoor en zie. Als we bij het hotel terugkomen en wat uitrusten op het terras, blijven de collega&#8217;s maar druk heen en weer lopen. Ik praat ondertussen met twee mussen die op de luifel van de ingang zitten, en met een lieveheersbeestje op mijn pols. Zij vormen een dankbaar gehoor. Ik verbaas mij erover dat wij het diner niet in het hotel gebruiken, maar in een klein bijgebouwtje, waar we geheel op ons zelf zijn. Ik voel mij heerlijk, en praat vooral over al het goede dat ons deelachtig is.<br />
Na beëindiging van de maaltijd ga ik het bos in, en ontmoet daar een grote hond, die net begonnen is met het graven van een kuil in een heuveltje. Hij houdt op als ik bij hem kom, maar als ik enthousiast `allee&#8217; roep, begint hij als een waanzinnige te graven. Na zo&#8217;n halve minuut stopt hij en kijkt mij aan. Mijn volgende `allee&#8217; doet hem weer furieus beginnen. We houden dit spelletje zo&#8217;n twintig keer vol. Hij heeft dan een kleine kubieke meter zand verplaatst. Ik spreek hem lovend toe en we keren samen terug naar het hotel. Hij ziet eruit als een mijnwerker die zich een week niet heeft gewassen. Het begint al donker te worden, en bij het hotel aangekomen gaan we als vrienden uit elkaar. Op de oprit staat een van de collega&#8217;s mij op te wachten, en hij vertelt mij zeer behoedzaam dat mijn vrouw en onze pleegzoon zijn gearriveerd. Als we elkaar hebben begroet en ik van mijn verbazing over hun aanwezigheid heb laten blijken, vertelt mijn vrouw mij dat zij zijn gekomen om mij op te halen. Als ik stel dat ik het prima naar mijn zin heb, zegt ze dat dr Mojet het ook nodig acht dat ik naar huis terugkeer. Ik verzet mij verder niet, en in de late avond rijden wij met zijn drieën van Ermelo naar Oostvoorne, waar ik omstreeks 1 uur &#8216;s nachts een injectie krijg van dr Ferket, onze nieuwe huisarts. Ik slaap goed.</p>
<p>Tot zover mijn versie van de gebeurtenissen die middag en avond. De collega&#8217;s hebben mij, ook later, niet verteld wat zij hebben waargenomen. Wel aan mijn vrouw. Ik zou al de eerste avond in het hotel de boel op stelten hebben gezet. De tweede avond zou ik een enorm verbaal geweld ten toon gespreid hebben, voorts lachend en juichend in de omgeving van het hotel hebben rond gesprongen, en met alle vogels en dieren hebben gepraat. &#8216;s Middags, toen we in het bos waren, is er contact opgenomen met mijn vrouw en dr Mojet. Na het nodige heen en weer gebel werd afgesproken dat mijn vrouw mij zou komen ophalen. Mijn vrouw heeft mij veel later verteld dat het telefoneren iets anders was verlopen. Zij werd gebeld door een collega die volstrekt in paniek was, en het had veel moeite gekost om alles op een rijtje te krijgen. Zo had zij van de huisarts een injectie meegekregen, die zonodig door een plaatselijke huisarts had kunnen worden toegediend.</p>
<p>Indien we de constateringen van mijn vrouw in de versie van mijn collega&#8217;s verwerken, blijven er twee verhalen over hetzelfde gebeuren over: het mijne en dat van hen. Het ligt uiteraard voor de hand om mijn verhaal als onjuist aan te merken. Ik kan echter moeilijk geloven dat dit zo is. Zeker, ik had het manische stadium vrijwel bereikt, maar ik weet `zeker&#8217; dat mijn bewuste beleving van de werkelijkheid geen moment verstek liet gaan. Als dit werkelijk zo was, blijft er maar één andere mogelijkheid over, namelijk dat mijn inderdaad uitzonderlijk gedrag een zodanige invloed op enkelen van de collega&#8217;s had, dat deze `de kop verloren&#8217;.</p>
<p>In wat nog volgt zullen enkele voorvallen worden beschreven, waarbij in feite eenzelfde situatie ontstond: mijn verhaal of dat van hen, en in al die gevallen kwam ik tot dezelfde conclusie, namelijk dat mijn verhaal correct was. Aangenomen dat dit inderdaad het geval is, zou dit betekenen dat ik in de manische toestand een zeer grote `inductiekracht&#8217; had, die bijvoorbeeld de voorzitter voor mij deed wegvluchten.</p>
<p>Zo begon de tweede cyclus van mijn ziekte, wederom bestaande uit twee fasen. De intensiteit van beide was echter aanzienlijk minder dan in de eerste cyclus. Zo waren er in de manische fase geen hallucinaties. Wel trad hierbij een nieuw, nogal aangenaam, verschijnsel op. We rijden op een stille weg in Europoort. Alleen het geluid van de banden is te horen. Plotseling hoor ik hier bovenuit heel zachte muziek. Ik kijk of de autoradio aanstaat. Dat is niet het geval. Van buiten kan het niet komen. Ik luister intensief.</p>
<p>De muziek wordt langzaam krachtiger. Het is een fantastische mars, staccato, waardoor het op een mars van Beethoven lijkt, maar hij is nieuw. Als het eind bereikt is, begint het opnieuw. Zo gaat het door, zo&#8217;n vijf keer. Dan doe ik een poging het te stoppen, door er dwars doorheen te fluiten. Dat lukt niet. Op het laatst word ik toch wel benauwd; erg mooi die muziek, maar het is toch niet de bedoeling dat ik er tot in lengte van dagen continu naar moet luisteren. Pas als de auto stilstaat houdt het op. Ik realiseer mij dat er een synchronisatie heeft plaatsgevonden met het ritme van de banden.</p>
<p>Als ik een paar dagen later &#8216;s avonds in de keuken sta, gebeurt hetzelfde, en weer is het een prachtige mars. Nu kan ik de aanjager aanwijzen: de afwasmachine met haar zachte gedreun. Het is volstrekt duidelijk dat het verschijnsel overeenkomt met het synchroniseren van een oscillatorisch circuit. Hoe de fraaie muziek erop gemoduleerd wordt, is voor mij een raadsel. Een en ander herhaalt zich tijdens de (hypo-) manische fase met regelmaat. Het is interessant dat ik een componist uit de tweede hand ben geworden; `de Sousa van de jaren tachtig&#8217;, denk ik.</p>
<p>Eind juni word ik nogmaals met een geste van mijn collega&#8217;s geconfronteerd. Ik lees in de TNO-krant, die ik thuis ontvang, dat de Raad van Bestuur tijdens zijn retraite de werkverdeling heeft gewijzigd. Het komt erop neer dat mijn portefeuille drastisch is ingeperkt. Fraai om dat uit de krant te moeten vernemen. Ik wil het besluit nog wel positief uitleggen: men heeft wellicht gedacht dat mijn psychische toestand het gevolg is van overbelasting. Wel grappig, als je bedenkt dat het eerder door een te kleine belasting komt. Uiteraard is er ook negatieve uitleg mogelijk: men, en dan in het bijzonder de voorzitter, heeft een en ander aangegrepen om mij verder af te bouwen.</p>
<p>Op 3 juli, drie weken na Ermelo, trouwt onze zoon in Rotterdam. Men stelt vast dat ik onmogelijk de trouwerij en bruiloft beide kan bijwonen. Ik zal daarom alleen naar de trouwerij gaan. Om een of andere reden hangen er veel vlaggen in Rotterdam. Als ik die bij het binnenrijden zie, weet ik het meteen: die hangen er vanwege het trouwen van onze zoon. Sterker nog: daar heb ik voor gezorgd. Het totaal aantal waanideeën in deze cyclus blijft beperkt, angsten zijn er niet, en begin augustus ben ik weliswaar nog zeer kwetsbaar, maar toch wel zover dat ik het werk wil hervatten. Afgesproken wordt dat ik op 17 augustus weer begin, twee maanden na Ermelo.</p>
<p>Als ik die dag op kantoor verschijn, wordt mijn kwetsbaarheid meteen op de proef gesteld. Mijn secretaresse vertelt mij dat de voorzitter mij om half tien wil spreken. Ik denk: `Toch aardig van hem om mij na zo&#8217;n twee maanden even te verwelkomen.&#8217; Het pakt anders uit. Ik zit nauwelijks, of hij zegt: `Je begrijpt wel dat we zoiets niet nog eens kunnen hebben. Dan moet je weg&#8217;. Ik denk: `Schooier die je bent. In Ermelo deed je het nog in je broek, en nu weer de flinke bink uithangen?&#8217; Ik wacht enkele seconden met antwoorden, hetgeen bij hem zonder twijfel de gedachte doet postvatten dat ik diep onder de indruk van de mededeling ben. Niets is minder waar: ik heb op dit punt in de loop der tijd de nodige hardheid opgebouwd, en bovendien is de sociale zekerheid van een lid van de Raad van Bestuur zeer groot. Ik kies voor de flexible response en zeg: `Over dat eventuele weggaan beslissen uiteraard het Algemeen Bestuur en de minister en niet jij. En ik vermoed dat ik beide instanties goed kan voorlichten over wat er met mij en de organisatie aan de hand is.&#8217; Hij mompelt iets in de geest van: `Je weet dus hoe ik erover denk,&#8217; waarna ik hem er nog op wijs dat dit interessant is om te weten, maar dat hij slechts één van de vijf leden van de Raad van Bestuur is, en dat alleen uitspraken van de Raad in zijn geheel van betekenis zijn. Dat is tegen het zere been, gelet op zijn eindeloze pogingen om hiërarchisch de eerste man van dit college te worden. Keer op keer heeft hij wat dit punt betreft de kous op de kop gekregen.</p>
<p>Na mijn terugkeer volgt er een lange tijd, bijna twee jaar, waarin mijn psychische toestand een golfbeweging maakt; periodes van zo&#8217;n twee maanden waarin ik matig depressief ben, zich uitend in een flinke melancholie, afgewisseld door wat kortere periodes waarin de neiging tot doorschieten naar het hypomanische bestaat. Zoals gezegd is dit, vanwege de grote kans op meekoppelen, de meest labiele toestand. Ik blijk goed op de medicijnen te reageren, en in de aanloop tot de manische toestand wordt een `evenwicht&#8217; bereikt op een niveau waarbij ik een flinke opgewondenheid combineer met een grote dosis pushing power, zeg maar doordrammerigheid. Uiteraard voel ik mij dan prima.</p>
<p>Mijn invloed op de omgeving binnen TNO is in deze toestand merkwaardig: een aanzienlijk aantal mensen straalt angst uit bij contact met mij, alsof ik op het punt sta hen levend te villen. Omdat dit niet kan zijn veroorzaakt door mijn bejegeningen, zie ik maar twee mogelijkheden:<br />
1. In deze bijna-manische toestanden krijgen mijn ogen een zeer felle uitdrukking, die beangstigend zou kunnen werken;<br />
2. de geruchtenvorming over mijn gedrag in Ermelo.<br />
In een enkel geval gaat de reactie wel heel ver. De bedrijfsarts, die later nog een belangrijke rol zal spelen, raakt bij twee gesprekken met mij in een soort ijltoestand. Ik ga hem daarna zoveel mogelijk uit de weg, en krijg de indruk dat hij dat niet erg vindt.</p>
<p>Nog een voorbeeld van de reactie van de omgeving op mijn bijna-manisch gedrag: in Noordwijkerhout is een conferentie voor alle directeuren georganiseerd, waarbij ook de Raad van bestuur aanwezig zal zijn. Ik bevind mij dan in een on top of the world-toestand. Mijn collega&#8217;s zijn doodsbenauwd dat ik op deze conferentie weer op hol zal slaan, en zij proberen mij er, door met hun vieren om mij heen te gaan staan, van te overtuigen dat ik beter op mijn gemak thuis kan blijven. Ik voel hier niets voor. Ik kan mijn werk aan, naar veler mening zelfs zeer goed, en ik wens niet tot een of andere kneus te worden gestigmatiseerd. Als de poging tot overreden maar blijft doorgaan, denk ik de sfeer met een grappig bedoelde opmerking te kunnen ontspannen. Ik zeg: `Ik krijg het idee dat jullie bang zijn dat ik op de conferentie op hol zal slaan.&#8217; Dit wordt gretig beaamd. Ik vervolg: `Nou, daar is geen reden voor. Het enige waarvoor jullie bang moeten zijn is dat ik jullie alle vier hier door de ruiten sla.&#8217; Een misplaatst grapje wellicht, want twee van de vier collega&#8217;s vliegen de kamer uit. De twee anderen, duidelijk de sterkere persoonlijkheden van het gezelschap, kunnen de grap ook maar matig waarderen. Ten slotte blijft er één collega, die ik hoog acht, bij mij achter, en hij weet mij over te halen: `Gerrit, doe mij een plezier, blijf thuis, want er zijn mensen die het stinkend benauwd van je krijgen.&#8217;</p>
<p>Dit incident en een aantal andere doen me realiseren dat er vreemde situaties kunnen ontstaan als ik als `normaal&#8217; persoon iets stel dat door de aangesprokenen als uiting van een gestoorde wordt aangemerkt.</p>
<p>Een ander voorbeeld: mijn vrouw en onze jongste dochter zijn in een discussie verwikkeld. Ik merk dat de zaak hoog op begint te lopen. Ik besluit om tussenbeide te komen en bedenk een inbreng die in dat stadium ongetwijfeld een evangeliserend karakter heeft. Ik breng deze `sussende&#8217; opmerking in het midden. De reactie is verbazingwekkend. Onze dochter dreigt me aan te vliegen en zegt: `Denk je dat je God bent?&#8217; Hierop reageer ik met wat als grapje is bedoeld: `Nu je het zegt&#8230;&#8217;</p>
<p>De uitwerking is fenomenaal. Zelfs mijn vrouw denkt dat ik het meen. De rust keert pas terug als ik mij naar mijn werktafel terugtrek, mij heilig voornemend om voortaan alle beoogde interventies voor me te houden.</p>
<p>Conclusie van dit alles: als men eenmaal gestoord is geweest, betekent dit nog niet dat normaal gedrag in een later stadium door de gehele omgeving ook als normaal wordt onderkend. Eenmaal een gek, altijd een gek.</p>
<p>Wat het werk betreft heb ik mij na mijn terugkeer in augustus 1981 beter tegen onderbelasting gewapend. Als eerstverantwoordelijke voor het sociaal beleid ben ik van mening dat ik mij met heel veel buiten de eigen portefeuille kan bemoeien. Het gaat immers altijd om mensen, hoewel enkelen van mijn collega&#8217;s, die beter zouden moeten weten, zich dat nauwelijks schijnen te realiseren. Ik heb al gauw door dat mijn nuisancevalue door dit gedrag aanzienlijk stijgt.</p>
<p>Mijn stemming wordt uiteraard niet alleen door een intern mechanisme bepaald, maar ook door het omgevingsgebeuren. Een van de belangrijkste componenten hiervan is de Raad van Bestuur. Het werk hierin maakt mij niet vrolijker. Soms lijkt het erop dat men elkaar het liefst de strot zou willen afbijten, en ik moet bekennen dat ik hier graag aan zou willen meedoen. De solidariteit die ik ondervind, ook van een enkele RvB-collega, houdt me echter op de been.</p>
<p>Halverwege 1982 houdt de collega met wie ik het beste kan opschieten het voor gezien en vertrekt. Als zijn opvolger is benoemd, trekken we ons in oktober 1982 weer voor enkele dagen in de bossen terug, onder andere om de nieuwe portefeuilleverdeling vast te stellen. Tot mijn verbazing komt er een zodanige verdeling uit dat ik er twee flinke brokken bij krijg. Ik meen uit dit resultaat te mogen opmaken dat men mij dit keer niet meer als de dorpsgek ziet, en bovendien is wat meer werk welkom; ik heb tijd genoeg.</p>
<p>De eerste helft van 1983 draai ik goed; de twee nieuwe groepen geven gevarieerd werk, en de nieuwe medewerkers met wie ik te maken heb zijn competent en plezierig. Niets duidt erop dat er een grote verandering op komst is. Maar dan gebeuren er op een dag dingen die ertoe leiden dat ik die dag voor het laatst bij TNO zal zijn. Het is dan 21 juni 1983.</p>
<p>Die dag valt in een periode dat ik hypomanisch ben, en dat betekent dat ik mij meer dan prima voel en het werk gesmeerd loopt. Wel staat voor de late namiddag een periodiek bezoek aan dr Mojet op het programma.</p>
<p>Ik arriveer tegen negen uur op mijn werk en ga meteen door naar de vergadering van de Raad van Bestuur. Tot elf uur behandelen we een groot aantal kleinere zaken. Een en ander verloopt in alle rust. Om elf uur arriveren er drie vertegenwoordigers van een computerfirma, om ons voor te lichten over de automatisering van het secretariaat. Na vijf minuten is mij al duidelijk dat we te maken hebben met een ordinair agressief manipulatieverhaal. De woordvoerder praat met een bulderstem en in een waanzinnig hoog tempo. Dit alles om zijn gehoor groggy te maken. Dat lukt ook snel bij mijn collega&#8217;s, die er versuft bij zitten. De banaliteit van dit soort verkooptechnieken bewijst hoe stompzinnig de uitvoerders van deze praktijken zijn; zij hebben van hun Amerikaanse leermeesters gehoord dat het altijd lukt, en dat is nu juist niet waar. Zij maken dezelfde fout als het knapste jongetje in de klas, namelijk door geen rekening te houden met de mogelijkheid dat er een nog knapper jongetje of meisje in de klas zit, dat toevallig niets zegt.</p>
<p>Waarschijnlijk vanwege mijn staatssecretariaat, waarin ik iedere dag te maken had met figuren die mooie verhalen ophingen maar wel geld, en soms erg veel geld van je probeerden los te krijgen, sta ik meteen op scherp. Dia&#8217;s die maximaal vijf seconden worden vertoond en waarvan de tekst en vooral de bedragen afwijken van wat er wordt gezegd. Mijn latente agressiviteit wakkert aan. In de rest van het betoog van een uur plaats ik op gezette tijden een interruptie om te laten merken dat ik nog wél bij de les ben, en de spreker door heb. Het effect hiervan weet ik te versterken door een van zijn handlangers, die naast mij zit, af en toe iets cynisch toe te voegen. Een en ander heeft gevolg: de spreker verliest zijn quasi zekerheid en wordt uitermate zenuwachtig. Na afloop hou ik hem aan de praat, tot dat hij zich losscheurt en regelrecht op het toilet afstormt. Zelf ben ik door dit duel ook behoorlijk opgewonden geraakt.</p>
<p>We hebben een korte lunch, waarbij we nog wat napraten over de zojuist afgelopen happening. De voorzitter verdwijnt al na een klein half uur. Aansluitend aan de lunch gaan we nog even door met de vergadering. Om half drie is deze afgelopen, en bespreek ik nog enkele zaken met de algemeen secretaris, een van de prettiger figuren in de organisatie. Mijn hypomanische toestand komt ook ter sprake, en ik vraag hem welke uiterlijke kenmerken hij waarneemt. Hij somt er enkele op: grimassen, trommelen met vingers, verhoogde motorische activiteit, verbaal zeer agressief, het uitdelen van dreunen op schouders als teken van blijdschap, alles in anekdotische vorm vertellen, het opgeven van raadsels passend binnen een discussie, en het werken met trucjes. Voorwaar een hele reeks.</p>
<p>Tegen drieën verschijnt opeens de bedrijfsarts met de mededeling dat mijn vrouw beneden staat te wachten. Ik begrijp er niets van: mijn vrouw beneden en dat om drie uur? Dan voegt hij eraan toe dat zij mij komt ophalen. Dat begrijp ik al helemaal niet; om vier uur ga ik met de chauffeur naar dr Mojet, en vandaar naar huis. Ik ga naar beneden, maar daar is mijn vrouw niet meer; zij is terug naar huis. Het raadsel wordt alleen maar groter. Dan wil ik het fijne van een en ander toch wel weten, en daar kom ik achter met behulp van de algemeen secretaris, mijn secretaresse en mijn chauffeur. De voorzitter heeft &#8216;s ochtends tijdens de vergadering de boodschap doorgegeven dat de chauffeur de hele dag standby moet blijven, omdat `Klein waarschijnlijk in de loop van de dag zal worden afgevoerd&#8217;.</p>
<p>Tijdens de lunch wordt dr Mojet door de bedrijfsarts gebeld met de mededeling dat ik in alle staten verkeer. Er wordt een zodanig beeld opgehangen dat het dr Mojet het beste voorkomt dat mijn vrouw mij ophaalt en de huisarts, met wie hij contact zal opnemen, mij verder behandelt. De bedrijfsarts belt mijn vrouw met de mededeling dat ze mij direct moet komen ophalen, omdat er geen houden aan is. Mijn vrouw zegt: `Ik begrijp hier niets van, hij is vanmorgen rustig vertrokken.&#8217; `Ja,&#8217; antwoordt de onnozele man, `gisteren heb ik hem nog gesproken en toen was hij heel normaal.&#8217; Mijn vrouw: `Hebt u hem nu dan niet gezien?&#8217; waarop hij antwoordt: `Nee, maar ik moet nu ophangen, want ik moet naar de voorzitter.&#8217;</p>
<p>Als mijn vrouw een klein uur later bij TNO arriveert, blijkt haar alras dat er van enig buitengewoon gedrag van mij geen sprake is en dat mijn vervoer is geregeld. Zij vertrekt weer.</p>
<p>Het is duidelijk wat de bedoeling was. De voorzitter heeft met medewerking van een aardige maar tevens slappe bedrijfsarts een opzetje gemaakt om mij over mijn toeren te jagen, zodat ik zou moeten worden `afgevoerd&#8217;; het bewijs van mijn disfunctioneren en reden om mij bij TNO te laten verdwijnen. Het plannetje ging mis omdat de bedrijfsarts, op aanwijzing van dr Mojet, mijn vrouw erbij betrok, waardoor de opzet in één klap duidelijk werd. De schoft: niets collegiaal behandelen; alles achterbaks, met streken.</p>
<p>Als mij dit alles bekend is, is het tijd om naar dr Mojet te gaan. We staan vlak voor de vakantie, en dat is volgens hem uitstekend geschikt om tamelijk langdurig rust te nemen. Ik ben door het voorgevallene behoorlijk aangeslagen en vertoon inderdaad enkele vreemde gedragingen; het is die vent bijna gelukt om mij over de rooie te jagen. Bijna, maar dank zij een stel nette mensen net niet.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/67/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/67/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=67&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-gesprekken-met-honden-mussen-en-lieveheersbeestjes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein28.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Als een Straaljager</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-als-een-straaljager/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-als-een-straaljager/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:25:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=63</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-als-een-straaljager/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=63&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein22.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-64" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein22.jpg?w=640" alt=""   /></a></p>
<p><a href="http://www.volkskrantblog.nl/bericht/94447"><br />
</a></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p><strong>24 november &#8211; 25 december 1978 <br />
</strong><br />
De volgende weken vertonen een gedrag en een daaraan gekoppeld denken dat verre van normaal is. In feite is er een voortzetting van hetgeen de voorgaande weken plaatsvond. Nog steeds is er een scheiding tussen enerzijds het `in de wereld staan&#8217; en anderzijds het verhitte dan wel op hol geslagen denken. De verdeling in de tijd tussen beide toestanden is ook vrijwel hetzelfde, zo&#8217;n dertig tegen zeventig procent. Op geen enkele wijze probeer ik mij nog actief op de werkelijkheid te richten. Integendeel, zodra ik de kans krijg trek ik mij terug. Het grote denken zal immers resultaten opleveren waarvan de wereld zal opkijken. Het enige opvallende verschil met de voorgaande periode is dat de frequentie van de denkflitsen lager is. Dit verbetert de mogelijkheid van correcte registratie. Het compleet chaotische karakter blijft echter: het ene onderwerp na het andere passeert de revue.</p>
<p>Mijn gemoedstoestand is in deze periode extreem gespannen. Dat wordt mede veroorzaakt door de toestanden waarin mijn vrouw en onze zoon zich bevinden. De pijnen die mijn vrouw weken lang moet doorstaan zijn verschrikkelijk, gezien haar reacties. In de ruim dertig jaar van ons huwelijk is haar verstgaande reactie op verscheidene zeer hevige pijnen &#8211; waaronder een darmwandbreuk &#8211; er een geweest van knarsetanden en zuchten. Nu kreunt zij als een gemarteld dier. De pijnzone breidt zich van de rug uit naar de nek en een been. Vooral het laatste is onverdraaglijk. Met mijn inmiddels verworven universele kennis stel ik dat een en ander zuiver psychisch is. Aan haar ogen zie ik dat zij mij de hersens wil inslaan.</p>
<p>Na weken van marteling stemt zij er ten slotte in toe dat de dokter komt. Jaap Visser, onze doortastende huisarts, verwijst haar onmiddellijk naar Dijkzigt, het Academisch Ziekenhuis in Rotterdam. Zij kan daar enige dagen later terecht. Na een uitvoerig onderzoek luidt de conclusie: `Er is niets verkeerd&#8217;. Als zij daarna kreupel thuiskomt, heeft zij werkelijk alle moed verloren en kruipt zij weg in het huis. Door de intensiteit van dit alles wordt mijn werkelijkheidsbesef vele malen groter dan de laatste weken het geval is geweest, en ben ik zelfs in staat om tot actie over te gaan. Ik bel een medicus die ik tijdens mijn staatssecretariaat heb leren kennen, en vraag hem wie de beste specialist voor deze kwaal is. Hij geeft prompt een naam: weer in Dijkzigt. Ook bij deze specialist kan mijn vrouw snel terecht. Hij blijkt zijn kamer naast die van de vorige behandelende arts te hebben. Gebruikmakend van de resultaten van het vorig onderzoek en enige aanvullingen, komt hij tot de uitspraak: `Mijn collega heeft inderdaad gelijk dat er niets verkeerd is. Hij is alleen vergeten erbij te zeggen dat het vanzelf overgaat, zij het dat dit geruime tijd zal duren.&#8217; Ondanks de voortdurende pijn komt mijn vrouw als een ander mens thuis: zij heeft weer hoop. In de daaropvolgende weken begint de pijn inderdaad heel langzaam af te nemen. En ik denk vanuit mijn hovaardij: `Dus toch psychisch.&#8217;</p>
<p>Ook in deze periode is onze zoon nog steeds behoorlijk van de kaart. De mate waarin varieert van week tot week. Na dit een tijdje te hebben aangezien, besluiten wij dat hij bij ons op verhaal moet komen, of beter gezegd, ik dram dit door, want ik meen hem te kunnen helpen. De volstrekte machteloosheid van mijn vrouw maakt dat het nog gebeurt ook.</p>
<p>Met pseudo psychologische praterij probeer ik hem de goede kant op te krijgen. Het effect is tegengesteld: hij gaat zich hoe langer hoe vreemder gedragen. Als ik dat constateer, heb ik het benul om mijn hoogdravend geleuter te staken. Dit heeft de eerste dagen een positief effect, maar dan wordt het weer aanzienlijk slechter. Jaap Visser, die mijn vrouw regelmatig bezoekt, stelt vast dat wij er zonder deskundige hulp niet uitkomen, en hij verwijst onze zoon naar psychiater dr Mojet in Leiden. Ik vind het merkwaardig dat Visser de meeste tijd aan mij besteedt. Hij beschrijft, zonder het woord te gebruiken en zonder dat ik ook maar enig verband met mijn toestand leg, de manisch-depressiviteit aan de hand van een voorbeeld: een straaljager scheert vlak over de grond, plotseling keert de piloot het vliegtuig ondersteboven en scheurt het verticaal omhoog, om enige tijd op maximale hoogte te verblijven en dan, door brandstofgebrek, als een steen omlaag te vallen, de grond in. Ik vind het een prachtig beeld, denkend dat het op onze zoon slaat. Pas enkele maanden later realiseer ik mij dat Jaap Visser toen bezig was om mij op mijn eigen ziekteverloop voor te bereiden.</p>
<p>Mijn vrouw een complete invalide, onze zoon psychisch van de kaart, dat alles maakt dat ik minder kans krijg om mij aan de werkelijkheid te onttrekken. Toch lukt mij dat nog steeds voor ongeveer de helft van de tijd. Ik denk in deze fase als een generaal, die het spijtig vindt voor zijn gevallen soldaten, maar de strijd in naam van het grote doel in alle hevigheid voortzet. Een krankzinnig hiërarchisch denken begint zich van mij meester te maken: de wereld wacht op de resultaten van mijn denkwerk, geen minuut mag verloren gaan, voorwaarts!</p>
<p>Zoals gezegd is mijn denken, zeker in de eerste helft van deze periode, even chaotisch als in de voorgaande weken. Het aantal onderwerpen is onbeperkt. Het gehele universum wordt in enkele weken geregeld. De aanpak is weer hetzelfde: voor `kleine&#8217; problemen wordt de oplossing terstond geleverd en het probleem komt niet meer terug. Maar er zijn ook zaken die bij herhaling terugkomen, waarschijnlijk omdat ik, zelfs in mijn nu toch duidelijk aanwezige hoogmoed, niet durf te beweren hiervoor een volledige oplossing te hebben gevonden.</p>
<p>Enkele van deze onderwerpen:<br />
Nog steeds probeer ik meer zicht te krijgen op de rol die het zoeken naar zekerheid bij de mens speelt. Volgt het optimaliseren hiervan wel het variatieprincipe van Maupertuis? Hoe bewijs ik dat? Uit welke componenten bestaat de existentiële zekerheid die de mens nodig heeft? Hoe beïnvloedt mijn zekerheid of onzekerheid die van de ander? Allemaal vragen waarop ik geen bevredigend antwoord kan geven. Ik weet ook niet hoe ik het verder moet aanpakken, hetgeen voor de nodige extra opwinding zorgt.</p>
<p>Hetzelfde geldt voor het probleem van de wetmatigheid van het menselijk gedrag. Hoe is de interactie denken handelen? Hoe speelt de wisselwerking tussen personen zich af? Welke rol spelen de normen en waarden in dit geheel? Zijn de drie grootheden die in de karakterologie van Heymans en Wiersma voorkomen voldoende om de dynamiek van het menselijk gedrag in essentie te verklaren?</p>
<p>Ook de tegenstelling tussen het humane denken en het machtsdenken komt bij herhaling voor. Dit wordt gecombineerd met de vaststelling dat er twee basisvormen van denken zijn: het modeldenken, dit is het denken in statische structuren, en het procesdenken, dit is het denken in dynamische processen. Ik hou mij bezig met de vraag tot wat voor vormen<br />
van leiderschap en participatie in menings en besluitvormende organen de verschillende combinaties leiden. Mijn conclusies komen mij bijzonder interessant voor: uit een en ander blijkt zonneklaar dat ik de ideale combinatie bezit voor het democratisch leiderschap: democratisch, inderdaad, maar wél de leider.</p>
<p>Ook de godsdienst is een steeds terugkerend onderwerp. Hiermee is het echter anders gesteld dan bij de nog onopgeloste problemen. Jaren geleden heb ik voor mijzelf een consistent beeld van de religie ontwikkeld. Hoewel ik mij zeer goed kan inleven in de denkwereld van de gelovige mens, althans voor zover het het christelijke en joodse geloof betreft, ben ik volgens alle criteria een overtuigd atheïst. Wat reeds onder normale omstandigheden, maar zeker in de aangeslagen toestand, mijn agressie opwekt, is de smerige exploitatie van de behoefte van mensen aan een zekerheid brengend geloof. Door de eeuwen heen is men er niet voor teruggedeinsd valse hypothesen te introduceren, die moeten maken dat het geheel schijnbaar sluitend is, zodat de kudde de verknipte en malafide leiders blijft volgen. Ook in mijn aangeslagen toestand is het, ondanks mijn arrogantie, iets te veel gevraagd om terstond een oplossing voor de roomse kerk te vinden. In plaats daarvan formuleer ik stellingen, aforismen (of wat daar voor door mag gaan) en speldeprikken.</p>
<p>Enkele hiervan:<br />
- God, het meest misbruikte woord in onze beschaving;<br />
- U definieert uw God en ik zal zeggen of ik in hem geloof;<br />
- Lees het verhaal van de sprokkelaar (Numeri 15:32) en men weet wat men zich bij God en Mozes moet voorstellen;<br />
- Lees het verhaal van de Samaritaanse Vrouw (Johannes 4:1) en men weet wat voor mens Jezus was;<br />
- Hoe krijgt men een goddelijke mens? Men neme een normaal persoon en plaatst die op een voetstuk van een meter. Vervolgens verhoogt men dit voetstuk met drie procent per jaar. Dit houdt men tweeduizend jaar vol. Het voetstuk reikt dan precies tot de grens van het waargenomen universum, waar alleen de goden kunnen vertoeven.<br />
- Het volgende experiment. We krimpen het universum in tot de afmetingen van de aarde. Alles binnen dat universum wordt in dezelfde mate verkleind. Hoe klein is de mens dan? Men legge de wereldbevolking van zo&#8217;n vijf miljard aaneengesloten op een rij. De totale lengte van deze rij van gereduceerde mensjes bedraagt dan drie tienden van een miljardste millimeter. En dan maar denken dat alles in het universum om die mens begonnen is en dat die weet wat de Schepping heeft voorgehad en dat een eventuele Schepper zich permanent met hem bezighoudt en terstond oproepbaar is.<br />
- Wie respect heeft voor Jezus, ziet hem als een uitzonderlijk mens. Niet minder, maar ook niet meer. Wie dat laatste wel doet, vervalt in absurditeiten en belachelijkheden, tot schade van Jezus&#8217; betekenis voor onze tijd.<br />
- `Er zij licht en er was licht&#8217; is een fysieke onmogelijkheid. Het moet luiden: `Er zij licht en er kwam licht&#8221;.<br />
- Een ander onderwerp waarmee ik mij bezighoud is de externe sturing die de mens bij zijn handelen ondergaat. Wat stuurt hem van buitenaf? Om het eenvoudig te houden: hoe staat het hiermee bij de dieren? Neem de hondenslager: een hondenslager is geen collega van een paardenslager, maar de knaap die vroeger tijdens de kerkdienst met een knuppel voor de kerk stond om de toestromende honden te verjagen. De vraag hierbij is: wat dreef die honden om uitgerekend tijdens de dienst in groten getale te komen opdagen? Dit brengt mij ertoe onze eigen katten, twaalf in getal, te bestuderen. Ik maak sociogrammen van hun onderlinge pikorde en aanhankelijkheid ten opzichte van mijn vrouw, mijzelf en de hond. Ik meen een wetmatigheid te ontdekken, en als ik op basis hiervan voorspel dat Che, onze mooie rode kater, aan het keukenraam zal verschijnen en dit een halve minuut later ook nog gebeurt, staat het voor mij vast dat ik weer een essentiële bijdrage aan de gedragswetenschappen heb geleverd, gebaseerd op de `dubbelverhouding&#8217; uit de projectieve meetkunde.<br />
- Ook in deze periode wordt weer intensief aan het verleden teruggedacht. Vooral het oorlogsleed houdt me weer bezig. Ik maak me geweldig kwaad op al degenen die dag in dag uit praten over het lijden van één mens, tweeduizend jaar geleden, en met geen woord meer reppen over zo&#8217;n veertig à vijftig miljoen mensen die in hun eigen tijd, na gemiddeld aanzienlijk meer lijden, op beestachtige wijze zijn omgekomen. Zoals meestal visualiseer ik dit. Neem evenveel kruisen als er oorlogsslachtoffers zijn geweest, plaats die op een onderlinge afstand van vijf meter. De totale lengte van deze kruisenrij is dan voldoende om de aarde bij de evenaar vijfmaal te omcirkelen. Hoeveel procent van die slachtoffers waren kindertjes? Twintig toch zeker, en dat betekent tenminste één kruisenrij met kinderen die de aarde omspant. Is dat niet een wat grootschaliger leed dan Golgotha?</p>
<p>Zo gaat het wekenlang door: van de hak op de tak, steeds meer overtuigd van het eigen grote gelijk en het kunnen aandragen van oplossingen voor een veelheid van essentiële zaken. Kom ik terug in de werkelijkheid, dan blijft er van deze geestestoestand vooral een extreme gespannenheid over. Mijn werk in de Kamer kan ik tot aan het kerstreces zonder brokken voortzetten. Dat is niet zo moeilijk, want ik heb nauwelijks iets te doen. Dit leidt er dan ook weer toe dat ik mij voor het grote werk op mijn werkkamer terugtrek.</p>
<p>Op 13 december promoveert Klaas Klaassen aan de TH Delft. Klaassen was mijn eerste en tevens meest getalenteerde medewerker tijdens mijn hoogleraarschap in Delft. Toen ik in 1972 vertrok, had ik dan ook de benoemingscommissie geadviseerd om hem, ondanks zijn nog jonge leeftijd, tot mijn opvolger te benoemen. Daar zag het ook naar uit, totdat er allerlei gedonder in de eigen vakgroep ontstond. Zo wilde men onder andere dat hij zijn werk aan zijn dissertatie zou stopzetten. Een schoolvoorbeeld van het mediocre gebeuren binnen onze universiteiten. Klaassen ging hier niet op in, met als gevolg dat er eind 1978, dus zes jaar na mijn vertrek, nog steeds geen opvolger was benoemd.</p>
<p>Klaassens proefschrift heet The Reliability of Analogue Electronic Systems. Ik ben er erg blij mee. Destijds heb ik hem gevraagd een studie te maken van het bereiken van nauwkeurigheid met onnauwkeurige elementen, en nu is er dan een oerdegelijke dissertatie over deze en verwante problemen. Eind november komt Klaassen bij mij op bezoek om het boekwerk te overhandigen en tevens om het verzoek van de promotiecommissie door te geven of ik als gast van deze commissie als eerste wil opponeren.</p>
<p>Aldus geschiedt op 13 december. Tijdens mijn optreden heb ik mijzelf goed in de hand, en alles verloopt zoals het hoort. Tijdens de rest van de drie kwartier durende oppositie vraag ik mij af waarom het toch niet mogelijk is om de gehele tijd in een normale toestand te verkeren: `Ben ik een slapjanus of een egotripper, of ben ik gewoon een ziek mens met ups en downs?&#8217; Ik stel vast dat ik de afgelopen weken keer op keer heb geprobeerd mij uit die trance-achtige toestand los te maken, maar dat dit alleen lukt als ik daartoe door de omgeving word gedwongen. Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat er iets heel naars met mijn hersens aan de hand is, iets dat niet zomaar verdwijnt.</p>
<p>Bij de receptie na afloop van de promotie nodigen Klaassen en zijn vrouw mijn vrouw en mij uit voor een etentje in januari. Dat brengt mij nog dezelfde dag op een idee voor een tijdsplanning. Het wordt langzamerhand tijd dat mijn denken van de afgelopen weken wereldkundig wordt gemaakt. Zeker, er zijn nog enkele onopgeloste problemen, maar die los ik de komende weken wel op. Als ik dan de eerste versie van mijn verhaal begin januari aan Klaassen voorleg, en daarna aan een tweede persoon &#8211; ik weet nog niet wie &#8211; dan kan ik het resultaat eind januari in brede kring verspreiden.</p>
<p>Ik ga meteen aan de gang. Het duurt niet lang of ik ontdek dat met de informatiechaos die ik in de afgelopen maand heb gecreëerd niet te werken valt. Ik zal deze troep eerst drastisch moeten uitwieden, wil ik er wat aan hebben. Het duurt bijna een week voor ik enige orde op zaken heb gesteld. Ik raak al gauw volledig aangeslagen als ik niets meer van het opgeschrevene begrijp. Dat betekent, denk ik, dat geweldige denkresultaten verloren dreigen te gaan. Voorts gaat het zweven ook in deze week gedurende een groot deel van de tijd door.</p>
<p>Ik blijf aan de lopende band oplossingen genereren voor `grote problemen en uitvindingen&#8217;. Na een week is er toch een indrukwekkende hoeveelheid werk tot stand gekomen, waarvan de signaal/ruisverhouding zeer veel beter is dan die van de oorspronkelijke aantekeningen.</p>
<p>Wat ten slotte in deze periode nog nieuw is, is mijn vaste overtuiging dat alles maar dan ook alles een diepere betekenis heeft, een bewijs voor mijn beschouwingen. Op straat praat ik hierover met wildvreemde mensen, om na afloop van zo&#8217;n gesprek vast te stellen: a) dat de mens goed is; b) dat ook deze mens aan mijn wetmatigheden voldoet. Ik heb een belangrijk stuk werk verricht, dat blijkt wel. Het zijn de eerste duidelijke tekenen van mijn profetische zendingsdrift.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/63/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/63/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=63&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-als-een-straaljager/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein22.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Over de Rooie &#8212; Bij de Koningin</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-bij-de-koningin/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-bij-de-koningin/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 00:20:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=58</guid>
		<description><![CDATA[Gerrit (Ger) Klein (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-bij-de-koningin/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=58&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein21.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-59" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein21.jpg?w=640" alt=""   /></a></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p>20 - 23 november 1978</p>
<p>Weer word ik heel vroeg wakker, half vier (maandag 20/11). Het gaat maar door, met nachten van drie, drieënhalf uur. Dat kan echt niet voor iemand die altijd ruim acht uur nodig heeft gehad.</p>
<p>Een kwantitatief gegeven dat wellicht enig zicht geeft op de mentale toestand waarin ik mij bevond, is het koffiegebruik in de loop van het ziekteproces. Vóór mijn ziekte was ik een stevige, maar voor Nederlandse begrippen geen overmatige gebruiker. Dat veranderde terstond bij de aanloop van de ziekte, om een maximum te bereiken in de eerste manische fase. Toen werd door mijn vrouw vastgesteld dat ik &#8216;s morgens om 9 uur, dat wil zeggen in zo&#8217;n kleine vier uur, al aan mijn derde liter sterke koffie bezig was. In de verdere loop van de ziekte nam het gemiddeld gebruik weliswaar af &#8211; de manische fasen bleven uitschieters &#8211; maar zelfs in de normale periodes bleef en blijft het verbruik toch wel zo hoog, dat ik door dit alles kennelijk een koffiejunk ben geworden.<br />
Voor het roken geldt in feite een zelfde verhaal, waarbij het `normale&#8217; beginniveau al vrij hoog lag, maar in de manische fasen werd verdubbeld tot verdrievoudigd, om in de normale perioden weer tot het oorspronkelijke niveau terug te zakken.</p>
<p>Ik heb die ochtend tamelijk vroeg een afspraak met de directeur van een van de sociale instellingen op het eiland, maar daaraan voorafgaand heb ik nog vele uren voor mijzelf. Meteen begint het razendsnelle denken weer, weliswaar zonder oscillaties, maar wel volstrekt verward. Steeds sneller, steeds meer van de hak op de tak. Als het al coherent is, is het meestal triviaal. Het richt zich weer voornamelijk op de exploitatie van het oorlogsleed. Het is allemaal hetzelfde: de misbruikmakers van God, Jezus, Marx of oorlogsleed gaat het alleen maar om het vergroten van de eigen belangrijkheid, macht of bankrekening. Zij praten over God, alsof ze bij hem in de klas hebben gezeten dan wel hem in hun broekzak hebben zitten. Het zijn allemaal dezelfde soort mannetjes (en tegenwoordig ook vrouwtjes), met een heel naar en gevaarlijk soort machtsdenken: als je het op eigen kracht niet rooit &#8211; en dat is zo &#8211; haal je er een supermens, wezen of begrip bij, waaraan vele mensen zich ondergeschikt achten of bang voor zijn, om vervolgens via deze referenties te gaan manipuleren. Hele religies of beter kerken heeft men zo opgebouwd. En het volk tuint er iedere keer weer in. Het kan niet verdommen met wat voor bezopen quasi religieus of ideologisch verhaal je komt, ten minste één procent van de bevolking krijg je altijd achter je, en als je het een beetje handig aanpakt worden dat tientallen procenten.</p>
<p>Ik wind mij steeds meer op. Dan schakel ik plotseling terug: `Waar ben ik in vredesnaam mee bezig? Hoe krijg ik mijn denken weer in de greep? Zo kan het niet doorgaan. Je denkt jezelf kapot als je in dit tempo doorgaat. Rust! Jawel, maar hoe? Hoe zorg ik ervoor dat ik binnen het regelgebied blijf? Regelgebied? Dat betekent dat ik mijn denken als een technisch proces zie. Wat is het eigenlijk voor proces?&#8217;</p>
<p>In regelsystemen is het regelgebied het interval waarbinnen een sturing, regeling van het proces mogelijk is. Heeft men bijvoorbeeld een apparaat dat nominaal bij 220 Volt moet werken, maar zorgt men ervoor dat het ook nog functioneert tussen 200 en 240 Volt, dan heeft men een regelgebied van 40 Volt tussen 200 en 240 Volt. Buiten dit gebied disfunctioneert het apparaat.</p>
<p>Hier moet ik over doordenken. Dat is belangrijker dan te blijven doordrammen over de schandelijke gebeurtenissen van de afgelopen weken. Dus zodra ik hier weer over begin: stoppen en overschakelen op de vraag: `Hoe zit het met mijn denken, juist ook in aangeslagen toestand?&#8217;</p>
<p>Na deze vaststelling word ik enigszins rustiger, in ieder geval voldoende om mij mijn afspraak op tijd te herinneren.</p>
<p>Tijdens het gesprek dat over de organisatie van het sociaal culturele werk op het eiland moet gaan, zit ik al binnen enkele minuten uitgebreid over mijn belevenissen van de afgelopen weken te vertellen. Mijn gesprekspartner kijkt mij zeer verbaasd aan, hetgeen mij ertoe brengt het allemaal nog wat duidelijker te stellen. Ten slotte stelt hij mij voor dat ik alles nog eens opschrijf, want het lijkt hem uitermate interessant.</p>
<p>Thuisgekomen begint het verwarde denken meteen weer. Het gaat voornamelijk over de rotzakken in deze wereld. Ik maak een hele waslijst met namen, en dan nog alleen maar Nederlandse. `Ophangen dat geteisem. Het hoeft niet eens aan de hoogste boom. En geen positieve discriminatie. Een rotzak is een rotzak, of het nu een christen, jood of atheïst is. Niks geen &#8220;hij is er een van ons, dus gelden soepeler regels&#8221;, niks geen prerogatieven voor bepaalde groepen, niks geen monopolisering van het oorlogsleed door sommigen.&#8217; Ik voel mij steeds machtelozer worden: het is één groot vuilnisvat. Ik besluit een brief te schrijven aan de collega&#8217;s in de Kamer, met de vraag of ik nog langer geschikt ben voor volksvertegenwoordiger. Als ik de brief klaar heb, word ik razend: `Wat zullen we nou krijgen? Dat kan ik zelf wel bepalen. Daar heb ik die 149 anderen, waaronder een flink aantal druiloren, niet voor nodig. Sterker nog: ik ben een voortreffelijk volksvertegenwoordiger, ik zou geen betere weten.&#8217;</p>
<p>Dan zie ik voor het eerst in al die dagen Sacha, onze lieve lapjeskat, die altijd op mijn werk komt zitten: Heb ik haar met al die opgewondenheid afgestoten, of heb ik haar niet gezien terwijl zij er wel was? Zij kijkt mij ongewoon dringend aan, en trekt mij, althans zo voel ik het, terug naar de realiteit. Ik word kalmer, maar een uur later is het alweer goed mis. Weer een herbeleven van de laatste weken, in flarden en chaotisch. Het tegengaan hiervan lukt van geen kanten.</p>
<p>Laat in de avond meen ik een door mij als zeer belangrijk aangemerkte brief te zijn kwijtgeraakt. Ik begin als een razende in twee vuilniszakken met papier te zoeken. Omdat ik niets vind, begin ik opnieuw met zoeken, nog wilder. Dat is voor mijn vrouw het teken om mij naar bed te sturen.</p>
<p>Als ik de volgende morgen (dinsdag 21/11) wakker word, lijkt er rust in het hoofd te zijn gekomen. Dat duurt echter niet lang: na een uur is het denken al weer op veel te hoge toeren. Er lopen nu twee zaken door elkaar. In de eerste plaats een steeds dominanter zoeken naar een antwoord op de vraag wat er nu precies met mij loos is. Zijn die vreemde dingen, zoals de oscillaties, nu het resultaat van opgewondenheid binnen het regelgebied, of loop ik eruit en hebben we met zoiets als een psychose te maken? De oncontroleerbaarheid duidt op het laatste. Kan ik het onder controle houden door mij zoveel mogelijk op de realiteit te richten? Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het lukt slechts af en toe. De rest van de tijd zweef ik ongewild weg.</p>
<p>De andere zaak die speelt is toch weer het Kamerdebat met alles eromheen. Ik wil er werkelijk los van komen, maar het lukt niet, en wat erger is: ik wind mij er nog steeds verschrikkelijk over op. Het gevolg is dat ik tegen de tijd dat ik naar Den Haag en de Kamer moet vertrekken weer compleet ontregeld ben. Dat wordt versterkt doordat mijn vrouw, die mij zou wegbrengen, een vreselijke rugpijn heeft, en zich nauwelijks kan bewegen. Zij is een dissimulant, en in voorgaande jaren heeft haar <em>stiff upperlip</em> zwijgen er tweemaal toe geleid dat zij op het nippertje door middel van een zware operatie kon worden gered. Nu zij laat blijken dat zij een vreselijke pijn heeft, moet het wel heel erg zijn. Zij wil mij toch naar Den Haag brengen, want zij vindt dat ik niet in staat ben om zelf te rijden. Ik hou echter mijn poot stijf: zij naar de dokter en ik rij zelf.</p>
<p>Mijn rit naar Den Haag verloopt rustig. Ik ben er met het hoofd bij.<br />
In de fractievergadering hou ik mij kalm en heb ik slechts tweemaal een kleine inbreng. &#8216;s Middags ga ik onder andere naar de reproduktie-afdeling van de Kamer om te vragen hoeveel drukwerk er tijdens de dagen van de zaak-Aantjes is afgeleverd. Na enig rekenwerk komt he antwoord: 150.000 vel. Dat is toch werkelijk krankzinnig, gemiddeld zo&#8217;n 1000 vel per kamerlid. Wat is in vredesnaam de zin van dit. Ruis, ruis, niets dan ruis. Wat is de signaal-/ruisverhouding van dit alles? Nul komma nul.</p>
<p>(In de informatieleer kent men het begrip `s/r-verhouding&#8217;. Dit is de verhouding tussen een gewenst signaal en de `signalen&#8217; die of helemaal geen informatie bevatten, dan wel desinformatie geven. Zo heeft een fm-ontvanger die naast het station is afgestemd een zeer slechte s/r-verhouding, maar is die verhouding juist bijzonder goed bij een juiste afstemming.)</p>
<p>Om nog zinvol met een gewenst signaal te kunnen opereren moet de signaal/ruisverhouding een bepaalde ondergrens te boven gaan. In de Aantjes affaire was er zo&#8217;n wanverhouding dat `het signaal in de ruis verzoop&#8217;. Mijn pogingen om daar verbetering in te brengen faalden volledig.</p>
<p>Ik ga vroeg naar huis. De toestand van mijn vrouw is onveranderd. Zij kan zich amper bewegen.<br />
&#8216;s Avonds moet ik in Brielle een bijeenkomst met besturen en directeuren uit het sociaal culturele werk op de eilanden voorzitten. Ik heb de indruk dat ik mijzelf goed in de hand heb. Slechts enkele malen zweef ik weg, maar kom weer snel terug in de werkelijkheid. Het verloop van de vergadering wordt door deze escapades kennelijk niet nadelig beïnvloed.<br />
Met een voldaan gevoel ga ik naar huis; zomaar een paar uur achter elkaar zonder dat krankzinnige denken. Als ik thuiskom is mijn vrouw al naar bed. Ik maak het, voor het eerst in lange tijden, ook niet laat.</p>
<p>Het zeer vroeg wakker worden blijft doorgaan. Ik realiseer mij dat ik vandaag (woensdag 22/11) vroeg naar Den Haag moet, want ik word, samen met acht andere kamerleden, om tien uur bij koningin Juliana in het paleis Voorhout verwacht. Ik heb dus nog wel even de tijd, maar moet op de klok letten.</p>
<p>Mijn denken slaat na korte tijd weer op hol. Met een razende vaart schiet ik dwars door een aantal zaken heen: Aantjes debat, complottheorie, denken over het denken, het menselijk gedrag als analogon van technische regelprocessen. Bladzijde na bladzijde vul ik met aantekeningen, trefwoorden en, naar mijn mening, gewichtige uitspraken over al deze zaken. De gebeurtenissen in de Kamer nemen een steeds kleiner wordende plaats in, en dominant worden nu het denken over het denken en het menselijk gedrag. Ik meen hierbij zeer essentiële elementen te hebben ontdekt. Dan ben ik opeens weer bezig met na te denken over een aantal filosofen, en kom daarbij tot krasse uitspraken: Hegel en Nietzsche kunnen ermee door, Sartre en Heidegger moeten we tot de mini-denkers rekenen.</p>
<p>Dan schakel ik weer snel over naar de problematiek van de factoren zekerheid-onzekerheid in het menselijk gedrag. Zo gaat het maar door, het ene onderwerp na het andere en met het grootste gemak de ene vergaande conclusie na de ander trekkend. Ik realiseer mij nog wel dat een en ander nog eens doordacht moet worden alvorens ik ermee naar buiten treed. Want dat ik het bekend moet maken is duidelijk: zulke geweldige, grensverleggende ontdekkingen hou je niet voor jezelf.</p>
<p>Ik raak weer zo op hol, dat ik niet op de tijd let, met als gevolg dat ik mij geweldig moet haasten om nog op tijd in Den Haag te zijn; te laat bij de koningin komen geeft toch altijd nog een rare indruk. Het valt mij onderweg op dat ik door het gehaast zijn zeer rustig word. Ik heb het hoofd er helemaal bij, geen ontsnappingen.</p>
<p>Ik arriveer net op tijd bij de Kamer om met de collega&#8217;s naar het paleisje op het Voorhout te vertrekken. Als staatssecretaris heb ik zo&#8217;n twee- à driemaal per jaar langdurige gesprekken met de koningin over mijn beleid gevoerd. Men zou kunnen zeggen dat ik kind aan huis ben. Dat blijkt dan ook snel, als we, na enig inleidend gepraat, met het onderwerp `De bewerktuiging van de Kamer&#8217; beginnen. Ik heb hierover een uitgesproken mening: die bewerktuiging is werkelijk om te huilen, vooral als je haar vergelijkt met die waarover een bewindsman/vrouw beschikt. Ik neem terstond het woord en praat aan één stuk door, waarbij de gebruikte taal tamelijk gekruid is. Ik zie dat de andere leden van het gezelschap gespannen naar mij kijken. Ik leg dit uit als een reactie op het boeiende van mijn betoog, en gooi er nog een schep bovenop. Als iemand anders een opmerking maakt, val ik hem of haar na zo&#8217;n twee zinnen in de rede en zet mijn betoog onverdroten voort. Na zo&#8217;n half uur realiseer ik mij dat ik toch wel erg veel aan het woord ben en neem mij voor mijn mond verder te houden. Dit goede voornemen duurt hooguit enkele minuten, dan spring ik er weer middenin en ben niet te stuiten. Dit gaat zo&#8217;n twee uur door.</p>
<p>Na afloop heb ik een buitengewoon voldaan gevoel; ik heb toch maar weer eens haarfijn uitgelegd hoe de zaken er in dit land voorstaan. Met een van de andere leden loop ik naar de Kamer terug. In euforische taal leg ik hem uit hoe belangrijk dit gesprek met de koningin is geweest. Hij knikt bedachtzaam.</p>
<p>Terug in de Kamer moet ik gauw naar de fractievergadering. Het belangrijkste onderwerp is de nabeschouwing van het Aantjes debat. Ik neem mij voor mijn mond te houden. Maar dan stelt een van mijn politieke vrienden: `Klein is bij dit debat fout bezig geweest. Zijn stukken waren niet duidelijk, en daardoor is hij kopje onder gegaan.&#8217; Ik denk: `Wel godverdomme, de zwerver. De voorgaande veertien dagen geen kop open gedaan, waarschijnlijk geen van mijn stukken gelezen, en nu dit. Uitgerekend deze knaap, voor wie ik jarenlang beschermend ben opgetreden als hij, vanwege zijn verrekte arrogantie, weer eens door anderen dreigde te worden afgebrand. Mijn stukken niet duidelijk? De enige die geprobeerd heeft om in de krankzinnige chaos orde te scheppen, degene die met een paar anderen geprobeerd heeft de verloedering tegen te gaan, ben ik. En dan krijg je dit te horen. Ik spit hem onder.&#8217;</p>
<p>Maar dan schakel ik om: `Je hebt je toch voorgenomen om de hele zaak van je af te zetten? Wind je niet op, want voor je het weet zit je weer middenin de oscillaties. Laat de hele rotzooi barsten.&#8217;<br />
Als ik aan het woord kom, volsta ik met het maken van een<br />
quasi filosofische opmerking. Mijn politieke vriend zegt hierop dat hij deze opmerking niet begrijpt (achteraf gezien zeer verklaarbaar). Met veel aplomb antwoord ik hierop dat hij dan nog maar eens heel goed moet nadenken, zodat hij daarna wellicht tot een ander oordeel komt. Hiermee is de kous af.<br />
De rest van de middag heb ik nog een commissievergadering en een bezoek. Al die tijd ben ik rustig. Het is vreemd: aan de ene kant ben ik toch wel blij dat ik door bezig te zijn wordt verlost van de malende hersens, anderzijds wil ik niets liever dan alleen zijn om het in mijn ogen machtige denkwerk te kunnen voortzetten. Bevind ik mij in de aangeslagen toestand, dan beschouw ik iedere minuut die ik aan gewone zaken moet besteden als verloren tijd; de wereld wacht op mijn denken.</p>
<p>Aan het eind van de middag is het weer goed mis. Weer een herbeleven van de laatste weken, in flarden en chaotisch. Het tegengaan hiervan lukt van geen kanten.</p>
<p>De volgende dag (donderdag 23/11) heb ik in de Kamer vrijwel niets te doen. Ik kan mij dan ook terugtrekken in mijn werkkamer. Ik heb maar liefst tot acht uur &#8216;s avonds de tijd, dan heb ik een bespreking in Den Haag. Jos van Kemenade, met wie ik deze kamer deel, is afwezig, zodat ik al die uren niemand zie. Binnen een half uur ben ik volledig aangeslagen, mijn denken slaat volstrekt op hol, de ene onaffe gedachte volgt de andere in ijltempo op. Het is in feite een herhaling van enkele dagen geleden, alleen nog intensiever. Ik meen wederom dat al deze gedachten, stuk voor stuk, van enorm belang, baanbrekend zijn. Bladzijde na bladzijde schrijf ik vol, het bijhouden van mijn gedachten gaat niet meer, ook niet met het `steno&#8217; van trefwoorden; ik begin hierbij woorden over te slaan, waardoor het verband tussen de woorden die wel zijn opgeschreven vrijwel geheel verloren gaat.</p>
<p>Omdat dit alles veroorzaakt werd door het feit dat mijn schrijfsnelheid de denksnelheid niet meer kon bijhouden, heb ik in een van de aangeslagen, maar niet extreem opgewonden toestanden geprobeerd om beide grofweg te bepalen. Voor het denken kwam ik op zo&#8217;n 0,2 à 0,3 seconde per stap, terwijl ik voor mijn maximale schrijfsnelheid 0,3 tot 0,4 seconde per letter mat, hetgeen duidelijk maakt dat een adequate registratie in een zeer opgewonden toestand niet mogelijk is, althans niet schriftelijk.</p>
<p>Hierop aansluitend en vooruitlopend op wat volgt: tijdens het denken in de manische en depressieve fasen heb ik getracht een enigszins redelijke schatting te maken van de verhouding tussen de denksnelheden in deze fasen en die in de min of meer normale toestand. Voor de manische fase, vrijwel in het maximum, kwam ik op een factor 4 à 5 groter, in de depressieve fase op 3 à 4 keer kleiner dan normaal. Een onderlinge verhouding dus van zo&#8217;n 12 à 20. Indien dan bovendien, zoals nog zal blijken, de overgang van de manische naar de depressieve fase letterlijk in één nacht slapen plaats vond, wordt het duidelijk wat voor krankzinnige belevenis dat is: men gaat naar bed met op meer dan volle toeren draaiende hersens, het ene probleem na het ander eventjes oplossend, om enkele uren later wakker te worden met een stroopachtige substantie in het hoofd. Een factor 20: het ene ogenblik raast men voort met een snelheid van 120 km per uur, om kort hierna te worden ingehaald door een wandelaar.</p>
<p>Ik realiseer mij in de loop van de dag nog wel dat ik bezig ben er een informatietechnische puinhoop van te maken, maar dat belet mij niet om stug door te gaan; de uitwerking zien we later wel, nu registreren wat je kunt, niets mag verloren gaan.</p>
<p>Uit de wirwar van aantekeningen duiken nog wel enkele `hoofdmomenten&#8217; op, punten die geregeld terugkwamen. Als eerste komen de begrippen `werkelijke werkelijkheid &#8211; gedachte werkelijkheid&#8217;. Hier was ik kennelijk bezig met de wisselwerking tussen mij en de wereld om mij heen, en zag dit als een regelproces waarbij het erom ging hoe te sturen vanuit die gedachte werkelijkheid, met een geheugen en de normen en waarden als referenties.</p>
<p>Een andere combinatie van woorden en delen van zinnen welke zich tot een begrijpelijk geheel lieten vormen was: onzekerheid &#8211; zekerheid -optimaliseren van zekerheid &#8211; Maupertuis.<br />
Verhoging van de eigen zekerheid kan worden verkregen door verkleining dan wel vergroting van de zekerheid van de ander. Het eerste past in het machtsdenken, het tweede in het humane denken. De vermelding van Maupertuis (1698 1759) behoeft een toelichting. Maupertuis was een wiskundige en adept van Newton. In de natuurkunde is hij vooral bekend door zijn variatieprincipe, ook wel <em>Principle of least action</em> genaamd. Mijn gedachtengang moet ongeveer als volgt zijn geweest: de mens streeft zoal niet naar maximalisering dan toch naar optimalisering van zijn zekerheid. De weg erheen gehoorzaamt het principe van Maupertuis. Men dient te bedenken dat dit soort vergaande en vaak onjuiste conclusies niet na urenlang nadenken werden getrokken, maar in hooguit enkele seconden, om vervolgens voort te hollen naar de volgende grote gedachte.</p>
<p>Een andere combinatie die nog te achterhalen was: `relatie tussen handelen en denken&#8217;. Hoe gaat dat nu precies, gegeven de vertragingen die er in dit systeem zitten, met name als het de wisselwerking met een ander betreft? Dit is de eerste aanduiding van een onderwerp dat ik in de weken erna niet meer heb losgelaten.</p>
<p>Als ik, naar mijn mening, voldoende ver gevorderd ben met mijn beschouwingen over `zekerheid onzekerheid&#8217; en `de relatie tussen het menselijk handelen en denken&#8217;, kom ik al gauw door combinatie van beide tot wat ik prompt `de basiswet van het menselijk gedrag&#8217; doop.<br />
Vanzelfsprekend wil ik deze terstond toepassen en antwoord krijgen op de vraag waar de bron, het centrum van het kwade in deze wereld huist. Met een niet meer te achterhalen `analyse&#8217; kom ik tot het zelfs voor mij in dat stadium onverwachte resultaat dat dat het Vaticaan moet zijn. Een conclusie die ik dan als een bevestiging van de geldigheid van mijn wet zie.</p>
<p>Zo gaat het maar door; redelijk diepgaande gedachten, afgewisseld door triviale constateringen, alsmede toch wel waanzinnige gedachtenexperimenten. In de ochtend en middag lanceer ik honderden associaties en geïsoleerde begrippen. Mijn hoofd gloeit verschrikkelijk. Omstreeks 5 uur val ik, zonder voorteken, pardoes op mijn bureau in slaap.</p>
<p>Als ik zo&#8217;n uur later wakker word, is mijn hoofd aanzienlijk afgekoeld en is het op hol geslagen denken opgehouden. Ik voel mij rustig. Ik eet in het restaurant van de Kamer en praat zonder opgewondenheid &#8211; althans dat denk ik &#8211; met enkele collega&#8217;s. &#8216;s Avonds ga ik met vrienden naar een discussieclubje. Dat bestaat al een flink aantal jaren, en hieraan nemen enkele industriëlen, politici, kunstenaars en journalisten deel, in totaal zo&#8217;n twaalf man. Wij komen zo eens in de twee maanden bij elkaar en bespreken dan een politiek onderwerp. De stemming is altijd bijzonder prettig. Aan het begin wordt mij gevraagd hoe de vlag erbij hangt. Ik vertel iets over mijn wederwaardigheden van de laatste weken. Men toont begrip en stelt voor dat ik de volgende keer wat uitgebreider op de zaak in ga.</p>
<p>De rest van de avond raak ik in een euforische stemming: wat is het toch belangrijk om nog enkele echte vrienden te hebben. Wat een misselijkmakende club is die PvdA eigenlijk, afgezien natuurlijk van een stel fijne vrienden en de vele getrouwe leden, die je nooit hoort. Maar gelukkig ook veel vrienden buiten die partij, ik ben niet voor één gat te vangen. Op weg naar huis blijf ik in dezelfde stemming, en begin alles wat ik zie of denk prachtig te vinden. En vlak bij huis gekomen concludeer ik: `De hele nachtmerrie is voorbij. Ik ben weer normaal.&#8217;</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/58/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/58/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=58&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/02/over-de-rooie-bij-de-koningin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein21.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>The Making of &#8220;Over de Rooie, relaas van een Manisch-Depressief Politicus&#8221;</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/01/the-making-of-over-de-rooie-relaas-van-een-manisch-depressief-politicus/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/01/the-making-of-over-de-rooie-relaas-van-een-manisch-depressief-politicus/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Aug 2011 23:29:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=49</guid>
		<description><![CDATA[De knak (17 november 1978) Het is drie uur &#8216;s nachts. Ik rij van Den Haag naar Oostvoorne, mijn woonplaats. Enkele uren geleden is het Aantjes debat in de Tweede Kamer geëindigd. Ik heb er als kamerlid veel mee te &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/01/the-making-of-over-de-rooie-relaas-van-een-manisch-depressief-politicus/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=49&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein2.jpg"><img class="aligncenter size-full wp-image-50" title="gerklein2" src="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein2.jpg?w=640" alt=""   /></a></strong></p>
<p><strong>De knak</strong><br />
(17 november 1978)<br />
Het is drie uur &#8216;s nachts. Ik rij van Den Haag naar Oostvoorne, mijn woonplaats. Enkele uren geleden is het Aantjes debat in de Tweede Kamer geëindigd. Ik heb er als kamerlid veel mee te maken gehad en ben er volledig gefrustreerd uitgekomen, indien dat de juiste aanduiding is voor de gemoedstoestand van complete verlatenheid waarin ik mij bevind.</p>
<p>Dit alles overdenk ik terwijl ik door het vrijwel verlaten en daardoor spookachtige havengebied van Rotterdam rij. En dan gebeurt het. Ik rij de brug bij Spijkenisse op, en plotseling voel ik een geweldige dreun/knak in mijn voorhoofd rechts, alsof een heel zware schakelaar wordt overgehaald en mijn hoofd uit elkaar barst.</p>
<p>Ik schreeuw: `Godverdomme, dat ook nog, een hersenbloeding. Ik ga kapot.&#8217; Ik stop de auto aan het eind van de brug en wacht op wat er gaat gebeuren. Er gebeurt niets, geen pijn, geen lichamelijke effecten, ik kan gewoon denken. Na zo&#8217;n tien minuten rij ik verder, heel langzaam, met schrik en angst. Angst, omdat zo&#8217;n verschrikkelijke dreun in je hoofd toch gevolgen moet hebben. En wat zijn die gevolgen dan wel?</p>
<p>Als ik zo&#8217;n half uur later thuis kom, is er nog steeds niets gebeurd en maakt mijn angst plaats voor nieuwsgierigheid. Wat kan het in vredesnaam zijn geweest? Er moet toch iets `mechanisch&#8217; aan de hand zijn? Aan verdere beschouwingen kom ik niet toe, ik val binnen enkele seconden in slaap. Het is dan half vijf.</p>
<p><strong>Zo begint het boek <em>Over de rooie – relaas van een manisch-depressief politicus</em>, van Ger Klein (Uitgeverij Balans, 1994, ISBN 90 5018 260 7).</strong></p>
<p><strong>Gerrit (Ger) Klein</strong> (Den Helder, 4 september 1925 – Rotterdam, 9 december 1998), was een Nederlands politicus en natuurkundige. Namens de Partij van de Arbeid was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het bleek het begin te zijn van manische depressiviteit, dat de rest van zijn leven zou beheersen. &#8220;Op een gegeven moment zie je jezelf in je nakie door de vrieskou rondjes om het huis rennen. Daar ging de man die een getalenteerd fysicus en staatssecretaris van onderwijs was: geschift.&#8221; De ziekte zou zijn voortgekomen uit frustraties over de gang van zaken rond het debat over Aantjes, waarin Klein niet het woord mocht voeren, en een moeizame relatie met zijn partij.</p>
<p>Op 5 februari 1980 verliet Klein de politiek om toe te treden tot de Raad van Bestuur van TNO, waar hij directeur sociale zaken werd. Dit zou hij tot 1985 blijven doen. Vanaf het eind van de jaren zeventig leed Klein aan manische depressiviteit. Hierover publiceerde hij het boek <em>Over de rooie. Het verhaal van een manisch-depressieve sociaal-democraat</em>. Klein overleed in 1998. Het was mij een eer om met Ger Klein te werken, als zijn redacteur, en aan mij de eer om van de reusachtige stapel manuscripten, in dagelijks overleg met Ger, een samenhangend boek te maken. </p>
<p><strong>Drie manuscripten kreeg ik op mijn bureau, op het eerste gezicht onsamenhangend materiaal, elkaar overlappend, en niet chronologisch.<br />
“Maak er maar een mooi boek van,” zei de uitgever tegen mij.<br />
En zo kreeg ik contact met Ger Klein, want we moesten veel met elkaar gaan overleggen. De chronologie moest worden bepaald, onduidelijkheden moesten worden opgelost, en er moesten vooral veel darlings worden gekild.</strong></p>
<p>Er was een reden om mij met de redactie van het boek te belasten. De ziekte manisch-depressiviteit is mij niet vreemd. In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte manisch-depressiviteit bij mij gediagnosticeerd. Om duidelijk te zijn: er zijn twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor.<br />
Ger was bipolair I, ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht Ger te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen. Daarnaast ben ik jaren actief geweest in de politiek, dus ook in dat opzicht waren er veel raakvlakken.</p>
<p>Ger’s manuscripten maakten veel bij mij los. Wat hij schreef was heel herkenbaar. We hebben vele uren telefonisch contact met elkaar gehad, en in die gesprekken ging het niet alleen over het boek.<br />
Helaas is het boek niet herdrukt en is er slechts af en toe een tweedehands exemplaar bij De Slegte verkrijgbaar. Daarom heb ik besloten om in gedeelten een kleine bloemlezing uit <em>Over de rooie</em> te publiceren op mijn blog en die zonodig te voorzien van kanttekeningen.</p>
<p><em>Aan mijn vrouw, die het volhield.<br />
Oostvoorne, voorjaar 1994.</em></p>
<p><strong>Inleiding</strong><br />
Eind 1978 werd ik, min of meer van de ene dag op de andere, getroffen door de geestesziekte manisch-depressiviteit. Het bleek het begin te zijn van een vele jaren durend ziekte en genezingsproces. Een proces met een, vooral in de manische fasen, zeer grillig en heftig verloop. Nu functioneerden mijn hersenen al die tijd zodanig dat ik weliswaar de vreemdste gedachten ontwikkelde en hiernaar handelde, maar dat ik die toch correct, zonder vervorming, waarnam.</p>
<p>Hierbij kwam dat ik &#8211; waarschijnlijk door mijn achtergrond als fysicus/elektronicus (`meten is weten&#8217;) &#8211; vrijwel vanaf het eerste ogenblik dat deze onbegrijpelijke gedachten en handelingen zich voordeden, tot een vrij gedetailleerde schriftelijke vastlegging besloot. Dit had tot gevolg dat niet alleen van mijn handelen, maar ook van mijn denken gedurende enkele jaren, en in het bijzonder tijdens de manische fasen, een vrij nauwkeurige registratie, een logboek, tot stand kwam.</p>
<p>Toen ik na enkele jaren voldoende was hersteld, had ik er behoefte aan om kennis te nemen van hetgeen er over de ziekte bekend was. Het bleek mij al snel dat een aanzienlijk deel van de voor de leek toegankelijke literatuur uit rapportage van (ex )patiënten bestaat. Wat mij hierbij opviel was dat in de meeste gevallen weliswaar een zeer indringend beeld werd geschetst van de lijdensweg die men was gegaan, maar dat het hierbij behorende denken slechts globaal, niet als continu, dynamisch proces werd beschreven. Met name bij de extreme crisissituaties die gepaard gaan met grote veranderingen in korte tijd, mist men daardoor veel relevante informatie.</p>
<p>Een en ander laat zich wel verklaren: om aan de bedoelde gedetailleerdheid te kunnen voldoen, moet men over een fenomenaal en goed functionerend geheugen dan wel een uitgebreide registratie beschikken. De eerste mogelijkheid is wellicht voor sommigen weggelegd, maar hierbij blijft dan nog altijd het gevaar van een bijkleuren van het verleden bestaan. Dit euvel heeft de tweede mogelijkheid niet, althans wanneer de registratie zonder of met kleine vertraging en zonder vervorming geschiedt. In de meeste gevallen zal een patiënt, zo hij/zij al aan deze mogelijkheid denkt, echter niet in staat zijn om zo&#8217;n registratie bij te houden.<br />
Het bezit van een logboek combinerend met het gesignaleerde manco van veel van de betreffende literatuur, bracht mij ertoe een poging te ondernemen om over mijn ziekteproces in boekvorm te rapporteren. Dit resulteerde in 1989 in een manuscript dat ik als voorlopige titel meegaf En de klok liep achteruit, hetgeen refereert aan een van mijn vele bedrieglijke waarnemingen.</p>
<p>Enkele vrienden aan wie ik het manuscript ter lezing gaf, hadden een gunstig oordeel maar ook een bedenking: het boek behandelde uitsluitend het verloop van de ziekte en ging niet in op vragen als: in hoeverre was er sprake van een predispositie? Hoe luidde de voorgeschiedenis? Hierover nadenkend kwam ik tot de conclusie dat een van de belangrijkste oorzaken van mijn ziekte was gelegen in mijn relatie met de politiek of, preciezer, met mijn politieke partij, de PvdA. Dit laat onverlet dat andere factoren, met name bepaalde karakterologische eigenschappen, voor een zekere aangeboren geschiktheid kunnen hebben gezorgd, maar voor de directe aanleiding tot het ziekteproces was de genoemde relatie letterlijk `doorslaggevend&#8217;. Ter beantwoording van bovenstaande vragen leek het mij daarom gewenst de beschrijving van het ziekteproces te laten voorafgaan door een zodanig verslag van mijn levensloop, dat hieruit zowel een inzicht in mijn `normale&#8217; karakter als in mijn relatie tot de PvdA kan worden verkregen. Het eerste deel van het boek geeft het resultaat hiervan weer. Vanwege de grote invloed die de eerste acht à tien levensjaren op de karaktervorming hebben, worden deze jaren tamelijk uitvoerig beschreven.</p>
<p>In de rest van het eerste deel wordt mijn levensloop tot aan het begin van het ziekteproces summier beschreven, waarbij wel speciale aandacht wordt besteed aan de karakterologische eigenschappen die relevant zijn voor het verloop van het ziekteproces, alsmede aan mijn relatie met de vooroorlogse SDAP en de latere PvdA.</p>
<p>In het tweede deel, En de klok liep achteruit, wordt dan een beschrijving gegeven van het ziekteproces, en tevens van enkele ervaringen die ik had bij mijn pogingen tot een maatschappelijke rentree.</p>
<p>Met deze opzet hoop ik zowel mijn ambivalente houding tegenover de PvdA te verklaren, alsook het inzicht van de lezer in althans één type geestesziekte te vergroten dan wel te bevestigen, en daarmee te bereiken dat de kans op onbegrip kleiner wordt.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/49/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/49/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=49&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/08/01/the-making-of-over-de-rooie-relaas-van-een-manisch-depressief-politicus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>

		<media:content url="http://geslagenverslagen.files.wordpress.com/2011/08/gerklein2.jpg" medium="image">
			<media:title type="html">gerklein2</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Bipolariteit</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/bipolariteit/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/bipolariteit/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 12 Feb 2011 15:27:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=30</guid>
		<description><![CDATA[Inleiding Omdat de bipolaire stemmingsstoornissen divers van aard zijn en de Engelse term “bipolar disorder”  luidt, maak ik in deze serie liever geen gebruik van de term “manisch-depressief”. Iemand die bipolair II is kan bijvoorbeeld wel depressief en wel hypomaan &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/bipolariteit/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=30&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Inleiding</strong></p>
<p>Omdat de bipolaire stemmingsstoornissen divers van aard zijn en de Engelse term <em>“bipolar disorder”</em>  luidt, maak ik in deze serie liever geen gebruik van de term “manisch-depressief”. Iemand die bipolair II is kan bijvoorbeeld wel depressief en wel hypomaan worden, maar niet manisch. Zou hij of zij wel manisch kunnen worden, dan luidt de diagnose bipolair I en niet bipolair II.<br />
In 1973 en in 1976 ben ik een jaar lang zeer depressief geweest en in die periode werd de ziekte “manisch-depressiviteit” bij mij gediagnosticeerd. Er zijn dus twee vormen van deze stemmingsstoornis. De patiënt die bipolair I is kent naast de depressieve fase en de hypomane fase ook de manische fase, en bij de patiënt die bipolair II is komt de manische fase niet voor. </p>
<p>Ik ben bipolair II. Van 1973 tot 1985 en van 2004 tot oktober 2005 heb ik lithium gebruikt, een medicijn dat de stemmingswisselingen onder controle moet houden.(Sindsdien gebruik ik geen enkele medicatie meer.) Ik ken de langdurige, diepe depressies en ik ken ook de hypomane episoden, waarin je gigantisch veel kunt produceren en je energie tomeloos lijkt te zijn. “Dan ga je als een straaljager,” placht <a href="http://www.volkskrantblog.nl/bericht/94218" target="_blank">Ger Klein</a> te zeggen.<br />
Alleen de “gekke” (manische) episode ken ik niet uit eigen ervaring, maar ik kan mij er wel het een en ander bij voorstellen.</p>
<p>Nu ben ik geen typisch voorbeeld van iemand die bipolair II is. Dat komt omdat er bij mij – in meer of mindere mate &#8211; nog sprake is van een aantal stoornissen, zoals het zogenaamde “geen bodem syndroom” (zie het infoblok rechts), het posttraumatisch stress syndroom en enkele verschijnselen van het borderline syndroom (maar niet voldoende om mij als “borderliner” te kunnen diagnosticeren.) Ik zal mij echter in deze serie beperken tot de storing bipolariteit, alhoewel ik er wel bij moet vermelden dat het posttraumatisch stress syndroom voor een deel een regelrecht gevolg is van de gevaarlijke situaties die ik in mijn hypomane episoden opzocht. Niet iedereen zal als adolescent een vliegtuig hebben genomen naar Israël om er te vechten tegen de vijanden van dat land, op de bonnefooi naar Vietnam om er als freelance fotograaf oorlogshandelingen vast te leggen, of naar Noord-Ierland of Zuid-Afrika om daar actief deel te nemen aan het verzet. Een in die tijd voortdurend aanwezige doodswens verhinderde bovendien enig voorzichtig handelen in het kader van het levensbehoud. Niet iedereen zal in streng islamitische landen hebben rondgelopen met een davidsster op de arm getatoueerd.</p>
<p>Ik heb in mijn leven heel wat psychiaters gezien. Slechts één van hen, mijn “zeilmaatje”, een man bij wie ik in de jaren zeventig negen jaar patiënt ben geweest en met wie ik nog steeds bevriend ben, was in staat om mij te helpen. Alle psychiaters daarvoor en alle psychiaters daarna konden bij mij de toets van zorgvuldigheid, vakkundigheid en integriteit niet doorstaan, waarschijnlijk ook omdat ik mij door middel van opleidingen en werkervaring zelf had bekwaamd in het vak van psychotherapeut. Daarnaast ben ik sowieso een moeilijke patiënt, of het nu om psychische of somatische zorg gaat. Ik laat mij zo moeilijk sturen.</p>
<p>In deze serie wil ik in een aantal aspecten aan bod laten komen:</p>
<p>-de verschillende vormen van de bipolaire stoornis;<br />
-de behandelingsmethoden;<br />
-het leven met een bipolaire stoornis;<br />
-het leven met iemand met een bipolaire stoornis;<br />
-de bipolaire stoornis en creativiteit.</p>
<p><strong>1. Wat is er met me aan de hand?</strong></p>
<p>Deze serie gaat over de bipolaire stoornis. Een stoornis waar naar schatting één tot twee procent van de Nederlanders aan lijdt. Een stoornis waarbij je afwisselend heel somber en heel vrolijk kan zijn. Zo somber dat het leven totaal zinloos lijkt en zo vrolijk dat je de hele wereld aankan. Het is een stoornis die je leven sterk kan beïnvloeden, maar als je eenmaal weet dat je deze stoornis hebt, is het gelukkig goed mogelijk om er zelf enige controle over te krijgen. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat je het een en ander van de stoornis af weet.</p>
<p><strong>Wat is er met me aan de hand? <br />
</strong><br />
Typerend beeld van de kwaal </p>
<p>De bipolaire stoornis is een boeiende stoornis voor de buitenstaander. De ene keer heb je te maken met een joviale buurman die je uitbundig complimentjes maakt over je nieuwe truitje. De volgende ochtend kan dezelfde man het nauwelijks opbrengen om &#8216;goedemorgen&#8217; tegen je te zeggen. En als je pech hebt, houdt hij je de keer daarop de halve nacht wakker omdat &#8216;componeren nu eenmaal &#8216;s nachts het beste gaat&#8217;. Voor de buurman zelf is de stoornis meer dan alleen maar boeiend: </p>
<p><em>De ideeën en emoties flitsen als vallende sterren door je geest en je grijpt ze vast totdat er nog betere langs vliegen. Je verlegenheid verdwijnt, de juiste woorden en gebaren komen plotseling vanzelf en je weet zeker dat je anderen onmiddellijk boeit. Zelfs oninteressante mensen worden opeens interessant. Alles krijgt een sensuele gloed en je kunt het verlangen om te verleiden en verleid te worden niet weerstaan. Gevoelens van gemak, intensiteit, macht, welbehagen, financiële rijkdom en euforie dringen tot in je botten door. Maar dan verandert er iets. De snelle ideeën overspoelen en ontglippen je. Je heldere geest raakt vertroebeld. Je geheugen werkt niet meer. De glimlach en de aandacht op de gezichten van je vrienden veranderen in angst en bezorgdheid. Alles dat eerder meeliep, loopt nu tegen. Je wordt geïrriteerd, boos, bang en onbeheerst, en je verdwaalt in de donkerste grotten van je geest, waarvan je niet eens wist dat ze bestonden. (K. Redfield Jamison, 1995)</em> </p>
<p>Het citaat hiervoor beschrijft heel treffend de gevoelens, emoties en sensaties die mensen met een manische of een depressieve periode ervaren. De beschrijving is heel mooi, bijna poëtisch. Maar de ervaring zelf is niet zo mooi. </p>
<p><strong>Symptomen <br />
</strong>Als je &#8216;stemming&#8217; ziet als een soort lijn met aan het ene eind diepe somberheid en aan het andere eind uitgelatenheid en vrolijkheid, dan zijn de twee polen (bi-polair) van de stoornis meteen duidelijk. Nu zijn er wel meer mensen onderhevig aan sterke stemmingswisselingen maar niet iedereen is bipolair. Je wordt pas zo genoemd als de stemmingswisselingen zo extreem zijn dat het normale leven eronder lijdt. Dat je bijvoorbeeld zo somber bent dat je nog slechts met grote moeite voor jezelf kan zorgen, laat staan werken. Of dat je juist heel uitgelaten, vrolijk en druk, maar ook heel chaotisch bent. Zo chaotisch dat je op het werk geweldige plannen kan bedenken voor een algehele reorganisatie maar in de praktijk nog geen nietje in kan slaan. Je overschat je eigen mogelijkheden.</p>
<p>Vanwege de ernst van de verschillende stemmingsepisoden wordt de bipolaire stoornis als een psychiatrische stoornis beschouwd. Als je eraan lijdt, ben je niet nu eens vrolijk en dan weer wat somber. Je bent afwisselend zo vrolijk en uitgelaten of juist zo depressief dat je normale functioneren er ernstig door wordt gehinderd. Gelukkig ben je niet voortdurend het een of het ander. Er zijn ook perioden dat je stemming gewoon stabiel is. Hoe lang die perioden duren is per persoon verschillend. Bij de één duren ze kort, dagen of weken; bij de ander maanden of jaren.<br />
De stemmingen gaan gepaard met lichamelijke verschijnselen als: veranderde slaapbehoefte, ander eetpatroon, moeite met concentreren, rusteloosheid, meer behoefte aan seks (manie). Of juist grotere slaapbehoefte, problemen met inslapen of doorslapen, veranderingen in de stoelgang (depressie).<br />
Buiten de last die je hebt van het leven in twee uitersten, is daar ook nog de moeilijkheid van het leven in het &#8216;neutrale&#8217; tussengebied. De stemming is dan weliswaar &#8216;normaal&#8217; maar het kost erg veel energie om dat evenwicht te bewaren. Je kan zelfs dan dus niet zijn zoals anderen omdat de ontregeling altijd op de loer ligt.<br />
Bovendien heeft een deel van de bipolaire personen ook tussen de depressieve of (hypo)manische perioden in nog klachten. Moeheid en een verminderd concentratievermogen worden veel genoemd als &#8216;restverschijnselen&#8217;. Dit is een bewijs voor het idee dat de bipolaire stoornis niet &#8211; zoals lang is aangenomen &#8211; een periodiek terugkerende ziekte is waar je soms wel en soms geen last van hebt. Het is een aandoening die &#8216;in golven&#8217; verloopt. Een zogenaamde cyclische aandoening die altijd aanwezig is. Je hebt er alleen de ene dag meer hinder van dan de andere en soms merk je er gelukkig helemaal niks van.</p>
<p><strong>Vroege en late symptomen</strong><br />
Bij de bipolaire stoornis hoeft er geen verschil te zijn in symptomen in het begin van de ziekte of symptomen die optreden als je de ziekte al een aantal jaren hebt.<br />
Sommige mensen hebben eerste enkele jaren lichte stemmingsschommelingen, voordat de eerste echte duidelijke episode optreedt. (Er wordt gesproken over een depressieve episode als je gedurende minstens twee weken zo depressief bent dat je er flink door wordt gehinderd in je normale bezigheden. Er wordt gesproken over een manische episode als je minstens een week zo manisch bent dat je er in je normale doen en laten veel hinder van ondervindt.)<br />
Anderen hebben nog nooit ergens last van gehad, maar krijgen na een ingrijpende gebeurtenis van de ene dag op de andere ineens een manie.<br />
Weer anderen hebben al jarenlang depressies voordat er een (hypo)manie optreedt of juist al jarenlang (hypo)manieën voordat er ooit van een depressie sprake is.<br />
Wel is het bij bijna iedereen zo dat de episoden &#8211; en dus de symptomen &#8211; in de loop van de tijd vaker voorkomen en heviger worden. Met andere woorden: de meeste mensen die bipolair zijn, zijn begonnen met vrij lichte symptomen die in de loop van de tijd als de ziekte voortschrijdt, heviger worden. Tenzij je bij die uitzonderingen behoort bij wie de eerste episode nooit meer gevolgd wordt door een tweede. Of tenzij je ziekte tijdig is onderkend en je met medicatie bent gestart, want medicatie heeft een gunstige invloed op het verloop van het proces.</p>
<p><strong>2. Diagnostiek</strong></p>
<p>Je kan pas bepalen of je een bipolaire stoornis hebt als je weet wat daar eigenlijk precies onder wordt verstaan. Welke verschijnselen moet je hebben en in welke mate, om volgens de officiële richtlijnen van de geestelijke gezondheidszorg als bipolair bestempeld te worden? Niet dat het nu zo fijn is om dit predikaat opgeplakt te krijgen, maar je zal pas de behandeling krijgen die je nodig hebt, als ook je behandelaar vindt dat je (volgens die officiële richtlijnen) bipolair bent. </p>
<p><strong>Bipolaire I &#8211; en bipolaire II-stoornis</strong><br />
Je kunt de bipolaire stoornissen onderverdelen in bipolaire I- en bipolaire II-stoornis.<br />
Je hebt een <strong><em>bipolaire I-stoornis</em></strong> als je minimaal één manie hebt gehad (maar de meeste mensen met een bipolaire I-stoornis hebben er meer gehad en daarnaast ook depressies).<br />
Je hebt een <strong><em>bipolaire II-stoornis</em></strong> als je minimaal één hypomanie hebt gehad en daarnaast een of meer depressies. </p>
<p>Een <strong>hypomanie</strong> is minder ernstig dan een <strong>manie:</strong> wel druk en veel praten bijvoorbeeld, maar je beoordelingsvermogen is nog redelijk intact. Het is een soort glijdende schaal met aan de ene kant een normale stemming en aan de andere kant de manie. Ergens daar tussenin zit de hypomanie.<br />
Afhankelijk van de aan- of afwezigheid van manieën wordt het een bipolaire I- dan wel een bipolaire II-stoornis genoemd. In het kort:</p>
<p>bij de <strong>bipolaire I-stoornis</strong> heb je manieën en meestal ook depressies. Bij de <strong>bipolaire II-stoornis</strong> heb je hypomanieën en depressies.</p>
<p><strong>Diagnostiek: DSM-IV<br />
</strong>Er wordt in de geestelijke gezondheidszorg gebruikgemaakt van een internationaal classificatiesysteem DSM-IV genaamd (Diagnostic Statistical Manual). Het is een soort overzicht van de op dit moment bekende psychiatrische stoornissen met de daarbij behorende symptomen. Dit heeft veel voordelen voor patiënten want het betekent dat als je huisarts over jouw manische episode praat met je psychiater, ze beiden precies weten waar ze het over hebben. De DSM-IV is op dit moment <strong><em>de </em></strong>standaard wat betreft het diagnosticeren van psychiatrische stoornissen. Een <strong>manische episode</strong> wordt in de DSM-IV als volgt omschreven:</p>
<div><em>Een duidelijk herkenbare periode met een abnormale en voortdurend verhoogde, expansieve (uitgelaten) of prikkelbare stemming, gedurende ten minste een week (of elke duur indien opneming in een ziekenhuis noodzakelijk is).<br />
Tijdens de stemmingsstoornis zijn drie (of meer) van de volgende symptomen (vier indien de stemming alleen geprikkeld is) voortdurend en in belangrijke mate aanwezig:<br />
1 opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën;<br />
2 afgenomen behoefte aan slaap (bijv.: voelt zich uitgerust na<br />
slechts drie uur slaap) ;<br />
3 spraakzamer dan gebruikelijk of spreekdrang;<br />
4 gedachtevlucht of de subjectieve beleving dat de gedachten<br />
jagen;<br />
5 verhoogde afleidbaarheid (dat wil zeggen de aandacht wordt<br />
gemakkelijk getrokken door onbelangrijke of niet terzake doende, van buiten komende prikkels);<br />
6 toeneming van doelgerichte activiteit (ofwel sociaal, op het werk<br />
of op school, ofwel seksueel) of psychomotorische agitatie;<br />
7 zich overmatig bezig houden met aangename activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijv. ongeremde koopwoede, seksuele indiscreties of zakelijk onverstandige investeringen) . </em></div>
<div><em><strong>Over de depressieve episode staat er het volgende: <br />
</strong></em></div>
<div><em></em></div>
<p><em></p>
<div><em>1 depressieve stemming gedurende het grootste deel van de dag,<br />
bijna elke dag, zoals blijkt uit ofwel subjectieve mededelingen (bijv. voelt zich verdrietig of leeg) ofwel observatie door anderen (bijv. lijkt betraand);<br />
2 duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna<br />
alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag (zoals blijkt uit subjectieve mededelingen of uit observatie door anderen);<br />
3 duidelijke gewichtsvermindering zonder dat dieet gehouden<br />
wordt of gewichtstoename (bijv. meer dan vijf procent van het lichaamsgewicht in één maand), of bijna elke dag afgenomen of toegenomen eetlust;<br />
4 insomnia (slapeloosheid) of hypersomnia (veel slapen), bijna elke dag;<br />
5  psychomotorische agitatie of remming (waarneembaar door anderen, en niet alleen maar een subjectief gevoel van rusteloosheid of vertraagdheid), bijna elke dag;<br />
6 moeheid of verlies van energie, bijna elke dag;<br />
7 gevoelens (die waanachtig kunnen zijn) van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens (niet alleen maar zelfverwijten of schuldgevoel over het ziek zijn), bijna elke dag; </em></div>
<div><em><strong>De DSM-IV zegt over de bipolaire II-stoornis: <br />
</strong></em></div>
<div><em></em></div>
<p></em><em></p>
<div><em>recidiverende (steeds terugkerende) depressieve episoden met hypomane episoden. </em></div>
<div><em>8 verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid (ofwel subjectief vermeld ofwel geobserveerd door anderen), bijna elke dag;<br />
9 terugkerende gedachten aan de dood (niet alleen de vrees dood te gaan), terugkerende .suïcidegedachten zonder dat er specifieke plannen gemaakt zijn, of een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen.</em></div>
<div><em>Toch vinden de meeste mensen met een bipolaire stoornis de depressie verreweg het moeilijkst te doorstaan. Een hypomane episode is, zoals al eerder werd opgemerkt, eigenlijk een manische episode in afgezwakte vorm. De verschijnselen zijn weliswaar hetzelfde maar minder hevig. In een hypomane episode zal je een mantelpakje kopen datje niet echt nodig hebt en in een manische episode een auto terwijl je geen rijbewijs bezit. Hypomane episoden leveren dus minder problemen op. Vaak kunnen mensen dan nog heel goed functioneren en soms zelfs beter dan normaal. Mensen hebben over het algemeen dan ook weinig last van hypomane episoden en zullen pas hulp zoeken als de depressie de kop opsteekt. </em></div>
<p></em><em> </p>
<p></em></p>
<p>Het lijkt vreemd dat bij zo&#8217;n indeling het al of niet ooit een manie gehad te hebben <strong>het </strong>criterium is. Een feit is echter dat juist deze episoden &#8211; de officiële benaming voor een manische dan wel depressieve periode &#8211; het meest ingrijpen op iemands leven. Als je zwaar depressief bent, voel je je vreselijk en is er niks meer leuk in het leven. Sommige mensen komen door een depressie maandenlang nauwelijks hun bed uit. Dat dat invloed heeft op je sociale leven en je beroepsmatige leven spreekt voor zich. Maar als je uit een depressie komt, kun je in principe weer doorgaan met het leven dat je gewend was. Als je daarentegen echt compleet manisch geweest bent en je hebt twee ton uitgegeven terwijl je nog net drie tientjes op je rekening had staan, bij de buren de ruiten hebt ingegooid en je baas eindelijk eens de waarheid verteld hebt, dan is het een stuk lastiger om de draad weer op te pakken. Als je depressief bent, ben je geen prettig gezelschap maar je verdient wel sympathie. Of je dat altijd zult krijgen &#8211; zeker als je al een tijd depressief bent &#8211; is de vraag. Maar sympathie opbrengen voor de buurman die het hele gezin een paar weken wakker heeft gehouden omdat er midden in de nacht moest worden verbouwd, is van veel mensen te veel gevraagd.</p>
<p><em>Maar toen viel ik opeens in een bodemloze put. Mijn kristalheldere geest vertroebelde. Steeds opnieuw las ik dezelfde passages voordat het tot me doordrong dat ik er geen woord van kon onthouden. Dat gebeurde met elk boek of gedicht. Ik begreep nergens meer iets van. Ik snapte niets meer van de stof die we op school behandelden en zat uit het raam te staren zonder enig besef van de gebeurtenissen om me heen. Het was heel beangstigend. En vervolgens een grauwe, kille preoccupatie met de dood, sterven, rotten, het feit dat alles alleen maar bestond om te sterven en dat ik dus maar beter meteen dood kon gaan zodat ik al die pijn tijdens het wachten erop niet hoefde te doorstaan. (K. Redfield Jamison, 1996) </em></p>
<p>Het leven is vreselijk als je depressief bent. Logisch dus dat er &#8211; vooral tijdens een depressie &#8211; vaak met verlangen uitgekeken wordt naar een hypomane periode. Je voelt je goed, alles lijkt te lukken, er zijn geen zorgen en geen twijfels. De angst is echter altijd aanwezig dat de hypomanie ontspoort en doorslaat in een manie, want een manie is het meest ontwrichtende van de twee uitersten van de bipolaire stoornis: voor de persoon met MDS zelf en voor zijn directe omgeving: </p>
<p><em>Nu had ik een villa gezien met een tuin die grensde aan het Slotervaartziekenhuis. Ik was dertig en ik dacht die moet ik hebben. Ik wou daar de allochtone scharreljeugd in opvangen. Met pingpongtafels, biljarts en een huiswerkzaal. Dat huis heb ik nooit kunnen betreden. Meer dan een aanbetaling kon ik niet opbrengen. De koop werd ongedaan gemaakt toen ik als gevaar voor de samenleving tussen de lakens belandde. En de eigenaren pikten dat bedrag in. Ik heb ze nog lang het leven zuur gemaakt door brieven te schrijven dat ik ze voor de rechter zou slepen. Ik was inmiddels krankzinnig verklaard. Voor heel even hoor. Mijn eerste vrouw Tineke heeft dat ongedaan weten te maken. (&#8216;In mijn leven alleen maar storm&#8217;, <em>de Volkskrant</em>, B. Haveman, 07-08-1999) </em></p>
<p><strong>Een paar cijfers</strong> </p>
<p>In Nederland heeft een tot twee procent van de bevolking een bipolaire stoornis. Dit betekent dat circa 150.000 tot 200.000 Nederlanders afwisselend (hypo)manisch of depressief zijn of zich ergens in het tussengebied bevinden. De bipolaire I-stoornis komt vaker voor dan de bipolaire II-stoornis. Er lijden evenveel vrouwen als mannen aan een bipolaire stoornis, hoewel het erop lijkt dat meer vrouwen dan mannen een bipolaire u-stoornis hebben. De eerste symptomen treden meestal op tussen de twintig en dertig jaar oud. Er ligt gemiddeld tien jaar tussen het optreden van de eerste symptomen en het stellen van de diagnose. &#8216;Gemiddeld&#8217; betekent dus dat sommige mensen al heel snel de juiste diagnose krijgen, anderen pas na vele jaren en sommigen helemaal nooit. Naar schatting wordt nog niet eens een op de drie mensen met een bipolaire stoornis professioneel behandeld.</p>
<div><strong> </strong></div>
<div><strong> </strong></div>
<p><strong> </p>
<p></strong></p>
<p><strong>3. Lithium</strong></p>
<p>Al in de tijd van de Romeinen adviseerden artsen patiënten met een manie water te drinken uit bepaalde bronnen. Later bleek dat deze bronnen lithium bevatten. De Romeinen waren dus waarschijnlijk de eersten die, zonder het te weten, deze stof ter behandeling van een manie toepasten. Lithium werd als scheikundig element namelijk pas in 1817 ontdekt. De herontdekking van lithium als middel tegen manie werd bij toeval gedaan door Cade in 1949. </p>
<p>Rond die tijd begon men lithium echter ook te gebruiken als vervangingsmiddel voor keukenzout in een zoutarm dieet. Daarbij bleek dat lithium eigenlijk zeer gevaarlijk is en dat bij ongecontroleerd gebruik ernstige vergiftigingen kunnen optreden. Om die reden werd het gebruik van lithium toen ook in de psychiatrie gestaakt, tot het moment dat een Deense psychiater, Mogens Schou, in 1954 voor het eerst nauwkeurig onderzoek deed naar de werking van lithium bij een manie. </p>
<p><strong>Preventief bij manie en depressie</strong><br />
Korte tijd later bleek dat lithium, behalve als medicijn bij een bestaande manie, ook effectief was ter voorkoming van manieën bij een bipolaire stoornis. Vervolgens bleek hetzelfde te gelden voor depressies.<br />
Lithium werkt alleen zolang je het gebruikt. Als na vele jaren lithiumgebruik zonder psychiatrische problemen geprobeerd wordt ermee te stoppen, blijkt helaas dat dit zeer vaak (in een representatief onderzoek meer dan 50% binnen 6 maanden) een recidief, een terugkeer van de manisch-depressieve episoden, inluidt.<br />
Als de lithiumprofylaxe beëindigd wordt moet dat bij voorkeur enigszins geleidelijk gebeuren. Tenzij dat natuurlijk gewoon niet kan (bij een lithiumvergiftiging bijvoorbeeld).<br />
De effectiviteit van lithium is betrekkelijk groot. Bij meer dan tweederde van de patiënten die lithium gebruiken, komen geheel geen manische of depressieve episoden meer voor, of zijn deze zo licht dat ze nauwelijks problemen veroorzaken.<br />
De ernstige consequenties van een manisch-depressieve stoornis (met name zelfmoord) blijken dankzij lithium sterk te verminderen of nagenoeg te verdwijnen.<br />
Overigens lijkt het erop dat dit anti-suïcidale effect van lithium losstaat van de therapeutische effecten op de stemmingsstoornis. Lithium heeft kennelijk een specifiek anti-suïcidaal effect. Een geslaagde suïcide bij iemand die goed is ingesteld op lithium is (gelukkig) een zeldzaamheid. Ten slotte kan toevoeging van lithium aan een behandeling met antidepressieve geneesmiddelen een tot dan toe niet goed herstellende depressie genezen.</p>
<p><strong>Verschillende lithiumpreparaten</strong><br />
Er zijn diverse lithiumpreparaten op de markt. Wat betreft de werking verschillen ze onderling waarschijnlijk niet. Het voordeel van de merkpreparaten (Camcolit, Litarex en Priadel) is dat er maar één sterkte van bestaat en dat de tabletten goed herkenbaar zijn. De kans op vergissingen is daardoor uiterst klein. Van het merkloze lithiumcarbonaat, dat het goedkoopst is en even goed werkt, zijn vier verschillende sterkten (200, 300, 400 en 500 mg) in de handel. Dat kan voor vergissingen zorgen. Als iemand tabletten van 500 mg gebruikt en per vergissing tabletten van 200 mg gaat gebruiken, is de kans groot dat de bloedspiegel (de concentratie lithium in het bloed) zo laag wordt dat het preparaat niet meer werkt. In het omgekeerde geval kan de bloedspiegel zo sterk toenemen, dat een lithiumvergiftiging dreigt. Omdat vergissingen zulke grote gevolgen kunnen hebben, kan het bestaan van vier sterkten van het merkloze lithiumcarbonaat een nadeel zijn. Gebruikers moeten daarom altijd opletten of ze in de apotheek de juiste tabletten hebben gekregen.<br />
<strong><em>Pas op: de benodigde dosis lithiumcarbonaat (priadel, Camcolit) is niet gelijk aan de benodigde dosis lithiumcitraat (Litarex); dus nooit door elkaar gebruiken!</em></strong> </p>
<p><strong>Bloedspiegel<br />
</strong>De bloedspiegel is de concentratie van lithium in het bloed. De meeste medicijnen worden aan iedereen in één bepaalde standaarddosis voorgeschreven. Bij lithium is dat niet het geval, omdat de bloedspiegel bij één bepaalde dosering van persoon tot persoon kan verschillen. Dat komt doordat de nieren het lithium bij de één veel sneller uitscheiden dan bij de ander.<br />
De dosering verschilt dus van persoon tot persoon. Daarom wordt de dosering voor iedereen individueel vastgesteld aan de hand van de bloedspiegel. Hierbij streeft men naar waarden tussen de 0,6 en 0,8 mmol/l (bepaald in een bloedrnonster dat 12 uur na de laatste lithiuminname is afgenomen). Bij therapieresistentie kiezen we wel voor hogere bloedspiegels tussen 0,8 e.n 1,0 mmol/l. Bloedspiegels beneden 0,4 mmol/l worden niet zinvol geacht en bij bloedspiegels boven de 1,0 mmol/l moet je ernstig rekening houden met behoorlijk wat bijwerkingen.</p>
<p><strong>Wijze van gebruik</strong><br />
Er is niet aangetoond dat het eenmaal per dag innemen van een dosis minder effectief zou zijn dan het twee- of driemaal daags innemen. Eenmaal per dag innemen heeft praktische voordelen, vooral als het &#8216;s avonds gebeurt. De hoogste concentratie valt dan &#8216;s nachts wanneer de patiënt slaapt. De eventueel optredende bijwerkingen treden dan ook in die periode op. Ook voor het bepalen van de bloedspiegel is het gemakkelijker als de dagelijkse dosis &#8216;s avonds in één keer wordt ingenomen, omdat het bloed hiervoor 12 uur na de laatste inname moet worden afgenomen. Laboratoria nemen bij voorkeur &#8216;s morgens bloed af.</p>
<p><strong>Begin van een lithiumbehandeling</strong><br />
Wanneer iemand voor het eerst op lithium wordt ingesteld, zal de behandelend arts doorgaans voorzichtig beginnen. Vijf tot zeven dagen na een bepaalde lithiumdosering zal een evenwichtstoestand zijn bereikt en heeft het zin om de bijbehorende bloedspiegel te bepalen.</p>
<p><strong>Hoe vaak is controle nodig?</strong><br />
De frequentie van de controle is niet voor elke gebruiker gelijk. Dat is afhankelijk van een aantal factoren. Voor iemand die al jaren zonder problemen lithium gebruikt, er veel van weet en bij bijwerkingen direct aan de bel trekt, is één controle per drie maanden voldoende. Anderen, die vaker ontregeld raken, medicijnen gebruiken die de lithiumspiegel beïnvloeden, en/of andere lichamelijke ziekten hebben, zullen vaker voor controle moeten komen. Soms zelfs eenmaal per week. Onder normale omstandigheden houden we in Nederland een termijn van één tot drie maanden aan.</p>
<p><strong>Bijwerkingen van lithium</strong><br />
Bij bijwerkingen willen patiënten soms met de lithiumbehandeling stoppen en dat is best begrijpelijk. De bijwerkingen geven je immers dagelijks last, terwijl je het werkzame effect vaak niet zo merkt. </p>
<p><strong>Interacties<br />
<em>Diuretica:</em></strong> van plastabletten (diuretica) is bekend dat ze de lithiumspiegel fors kunnen verhogen en zelfs tot een lithiumvergiftiging kunnen leiden.<br />
<strong><em>Pijnstillers:</em></strong> minder bekend is dat ook sommige &#8216;moderne&#8217; pijnstillers de lithiumspiegel kunnen verhogen. Het gaat hierbij om de zogeheten prostaglandinesyntheseremmers (zoals ibuprofen, indometacine en diclofenac). Paracetamol kan in dit opzicht als pijnstiller geen kwaad.<br />
<strong><em>Antibiotica:</em></strong> ook sommige antibiotica kunnen de lithiumspiegel verhogen. Bepaalde middelen tegen hoge bloeddruk, bekend als de ACE-remmers, kunnen ook de lithiumconcentratie in het bloed verhogen (voorbeelden zijn Capoten, Renitec). </p>
<p>Daarnaast is er nog een aantal geneesmiddelen dat de lithiumspiegel kan verlagen. Dit zijn onder andere acetazolamide (Diamox en Glaupax) tegen verhoogde oogboldruk (glaucoom) en epilepsie en corticosteroïden (zoals Prednison), gebruikt als ontstekingsremmend middel bij bijvoorbeeld astma.<br />
Ook zijn er medicijnen die in combinatie de lithiumspiegel niet beïnvloeden, maar wel op andere wijze problemen kunnen veroorzaken (sommige neuroleptica, zogenoemde calciumantagonisten, carbamazepine en levodopa). </p>
<p><strong>Zwangerschap<br />
</strong>Bij een kinderwens doen zich niet alleen vragen voor over onder andere de <strong>erfelijkheid </strong>van de manisch-depressieve stoornis, maar ook over het gebruik van<strong> lithium.</strong> Tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap kan het gebruik van lithium leiden tot aangeboren (hart-)afwijkingen bij het kind. Dat betekent dat het gebruik al op het moment van de bevruchting gestaakt moet zijn. Overigens blijkt uit recenter onderzoek dat de kans op schade aan de vrucht door lithiumgebruik waarschijnlijk veel minder groot is dan voorheen werd aangenomen. Voorzichtigheid en terughoudendheid blijven echter geboden. </p>
<p>Aangezien het vaak wel even duurt voordat een zwangerschap optreedt nadat het gebruik van voorbehoedmiddelen is gestaakt, is die periode zonder lithium er een met verhoogd risico. Geen lithium betekent immers een grotere kans op een nieuwe manische of depressieve episode. Als een vrouw eenmaal zwanger is, komt het gelukkig veel minder vaak tot een depressie of manie. Wanneer lithium dan toch nodig is, kan het vanaf de vierde maand van de zwangerschap zonder bezwaar gebruikt worden. Wel gelden er voor die periode speciale regels en zal er wat vaker een bloedonderzoek moeten plaatsvinden.</p>
<p>Hoe lithium precies werkt is niet helemaal duidelijk maar er wordt aangenomen dat het betrokken is bij de prikkeloverdracht tussen verschillende zenuwuiteinden in de hersenen. Deze prikkeloverdracht is bij mensen die bipolair zijn verstoord. Doordat het ook andere organen beïnvloedt, heeft lithium echter behalve goede effecten ook minder gewenste bijwerkingen.<br />
Lithium wordt op dit moment vooral gebruikt om depressies en manieën te voorkomen. Dit lukt in ongeveer zestig procent van de gevallen. Bovendien kan lithium gebruikt worden om een bestaande manische of depressieve episode te bestrijden. In dat geval wordt het dus niet als preventieve medicatie gebruikt maar als direct antimanisch of antidepressief middel. Om deze redenen is lithium de eerste keus als iemand een stemmingsstabilisator moet gebruiken. </p>
<p><strong>Bijwerkingen en wat daar aan te doen<br />
</strong>Lithium heeft helaas een aantal nadelen waardoor het niet voor iedereen bruikbaar is, zoals: </p>
<p>- trillingen gewichtstoename dorst, droge mond vaak plassen misselijkheid; <br />
- diarree;  <br />
- verstopping;<br />
- acné;  <br />
- gaatjes in tanden en kiezen minder zin in vrijen;  <br />
- verminderd geheugen en concentratie te traag werkende schildklier;  <br />
- &#8216;vlak&#8217; gevoel.</p>
<p>Gelukkig verdwijnen veel van deze bijwerkingen na verloop van tijd maar circa 75% van de lithiumgebruikers houdt er een of meer &#8216;over&#8217; waarvan trillingen en gewichtstoename tot de meest hardnekkige behoren. Er is niet veel, maar wel iets aan deze bijwerkingen te doen. Allereerst is het van belang een zo laag mogelijke (maar nog wel werkzame) lithiumspiegel (hoeveelheid lithium inje bloed) aan te houden. </p>
<p>De<strong> trillingen</strong> kunnen soms verminderd worden door alcohol- en koffiegebruik te beperken en er zijn medicijnen die het trillen tegengaan (propanolol) . De <strong>gewichtstoename</strong> kan beperkt worden door eigenlijk continu dieet te houden. Niet leuk, wel effectief. De <strong>dorst </strong>kan bestreden worden met veel drinken (water of iets anders zonder toegevoegde suikers i.v.m. gewichtstoename). Tegen een <strong>droge mond</strong> helpt (suikervrije) kauwgom, of iets anders om de speekselproductie te stimuleren zoals komkommer, augurk of tomaat. <strong>Vaak plassen</strong> kan bestreden worden door minder te drinken maar daar krijg je weer zo&#8217;n dorst van. Bovendien zou je uitdrogen als je door het lithium wel meer bent gaan plassen, maar niet meer bent gaan drinken om dat vochtverlies aan te vullen. De <strong>misselijkheid </strong>wordt vaak minder als het lithium bij het eten wordt ingenomen. Tegen (aanhoudende) <strong>diarree </strong>en <strong>acné</strong> valt weinig te doen behalve een ander merk lithium uitproberen. Tegen <strong>verstopping </strong>bestaan allerlei middeltjes maar ook vezelrijk voedsel en veel drinken helpt (bij voorkeur &#8211; zoals gezegd &#8211; water of iets anders zonder calorieën in verband met ongewenste gewichtstoename). Bij <strong>gaatjes in je tanden</strong> kun je wat vaker naar de tandarts gaan, goed poetsen, spoelen met fluor en weinig suikers en zuren gebruiken.<br />
 <br />
<strong>Lithiumvergiftiging<br />
</strong>Een voorheen niet bestaand en snel erger wordende sufheid, sloomheid, lusteloosheid, spierzwakte, zwaar gevoel in armen en benen, een onzekere dronkemansloop of dronkemansspraak, sterk beven van handen en/ of kaak, braken, diarree en spier trekkingen.<br />
Als je deze verschijnselen krijgt, moet je meteen het lithium stoppen en contact opnemen met je behandelaar of (waarnemend) huisarts. Er zal dan meestal met spoed een lithiumbepaling verricht worden.<br />
Bloedafname voor de bepaling van de lithiumspiegel moet twaalf uur na de laatste inname plaatsvinden.</p>
<p><strong>Tien hoofdregels bij lithiumgebruik</strong><br />
1. Neem de voorgeschreven lithiumtabletten iedere dag in op vaste tijden.<br />
2. Haal een vergeten dosis niet in (neem geen dubbele dosis als u de vorige heeft vergeten).<br />
3. Neem nooit minder (maar zeker ook nooit meer) dan de voorgeschreven dosis.<br />
4. Bloedafname voor de bepaling van de lithiumconcentratie in het bloed moet in principe 12 uur na de laatste inname plaatsvinden.<br />
5. Vertel andere behandelende artsen dat u lithium gebruikt. laat hen ook uw informatiemateriaal zien, bijvoorbeeld deze hoofdregels of dit boek.<br />
6. Als u extra medicatie (bijvoorbeeld plaspillen) voorgeschreven krijgt, geef dit dan door aan degene die u lithium voorschrijft. Gebruik bij voorkeur paracetamol als u pijnstillers nodig heeft.<br />
7. Breng onbegrepen lichamelijke klachten niet alleen onder de aandacht van uw huisarts, maar ook van degene die u lithium voorschrijft.<br />
8. lithiumgebruik tijdens de zwangerschap geeft risicio&#8217;s voor moeder en kind. laat u bij een kinderwens eerst voorlichten door uw huisarts en psychiater.<br />
9. Zorg voor voldoende zout- en vochtinname bij warmte, ziekte, hevig transpireren en langdurige inspanning. Overleg over een dieet met degene die u lithium voorschrijft.<br />
10. lees met enige regelmaat het informatieboek door en zorg dat u de verschijnselen van een (dreigende) lithiumvergiftiging kent. Stop in een dergelijk geval de lithiuminname en neem zo spoedig mogelijk contact op met uw behandelaar of de (waarnemend) huisarts.</p>
<div><em>(Bron: Lithiumpluswerkgroep/vMDB) </em></div>
<div><em> </em></div>
<div><em> <strong> </strong></em></div>
<p><em> </p>
<p></em></p>
<p><strong>4. Erfelijkheid</strong><br />
Maar hoe kom je nu aan die stoornis? Word je ermee geboren? Of komt het door een bacil of een virus? <br />
De bipolaire stoornis is voor een belangrijk deel erfelijk bepaald. Onderzoeken hebben uitgewezen dat kinderen met één bipolaire ouder tienrnaal zo veel kans hebben om zelf ook bipolair te worden als kinderen zonder zo&#8217;n ouder. Zijn je vader en je moeder bipolair dan loopt het risico om het ook te krijgen op tot circa 60%. Hoe die erfelijkheid precies in zijn werk gaat, is nog niet bekend. </p>
<p>De genen (de bouwstenen van een chromosoom) die bipolariteit kunnen veroorzaken, zijn nog niet geïdentificeerd. Wel lijkt het er op dat er meerdere genen op verschillende chromosomen in het spel zijn. Uit het feit dat van eeneiige tweelingen (die exact hetzelfde &#8216;genenpakket&#8217; bezitten) maar in 60 tot 70% van de gevallen beide leden van de tweeling een bipolaire stoornis hebben, blijkt dat erfelijke bepaaldheid dus niet betekent dat je de aandoening ook altijd krijgt. Was dat wel het geval dan zou van elke eeneiige tweeling met aanleg voor bipolariteit beide tweelingzussen of tweelingbroers de stoornis moeten krijgen. <br />
Of de aangeboren aanleg zich ook echt openbaart, hangt erg af van het feit of iemand in zijn leven sterk belast wordt, of veel stress ervaart (op dit onderwerp kom ik terug in het hoofdstuk over psychosociale factoren). </p>
<p><strong>Aanleg voor psychiatrische stoornissen</strong> <br />
Je kan eigenlijk niet zeggen dat iemand erfelijk belast is met bipolariteit of daar aanleg voor heeft. Het gaat waarschijnlijk om een verhoogde kwetsbaarheid voor psychiatrische stoornissen in het algemeen en stemmingsstoornissen in het bijzonder. Bij de eerste- en tweedegraads familieleden van iemand die bipolair is komt namelijk niet alleen meer manisch-depressiviteit voor, maar je vindt er ook meer: depressies (een &#8216;unipolaire&#8217; stoornis: stoornis met maar één pool, de depressie) en cyclothymie (een nog wat lichtere variant van de bipolaire stoornis: hypomane episoden en depressieve symptomen maar deze laatste zijn niet voldoende ernstig om van een &#8216;officiële&#8217; depressieve episode te kunnen spreken). </p>
<p>Uit onderzoek blijkt dat van kinderen met een bipolaire ouder circa 15% zelf een bipolaire stoornis krijgt en eveneens circa 15% een unipolaire stoornis (dan heb je alleen depressies). Met andere woorden: het lijkt erop dat het gaat om een kwetsbaarheid die erfelijk is, maar die verschillende uitingsvormen kan hebben. Net zoals de griep die bij de een vooral spierpijn oplevert en bij de ander vooral keelpijn. Je krijgt verschijnselen daar waar toevallig je zwakke plek zit. Maar het zou ook kunnen gaan om één en hetzelfde ziektebeeld dat bij de een wat heftiger tot uiting komt dan bij de ander. Lichte griep versus zware griep. Cyclothymie versus een ernstige bipolaire stoornis. </p>
<p>Wat voor deze hypothese pleit is het feit dat je bij een groot deel van de mensen met een bipolaire stoornis ziet dat ze eerst een aantal jaren depressief zijn geweest voordat ze ooit een manie kregen. Bij veel mensen blijft het alleen bij die depressies en ontwikkelt de ziekte zich niet verder. Het zou dan dezelfde ziekte zijn maar met een minder ernstig verloop. </p>
<p>Heel veel bipolaire mensen hebben geen bipolaire ouders, grootouders of overgrootouders. Dit duidt erop dat de bipolariteit vele generaties kan overslaan. </p>
<p><strong>Wat gaat er waar mis?</strong> <br />
De erfelijke bepaaldheid is dus onomstotelijk bewezen. Wat nog niet duidelijk is, is wat er nu lichamelijk precies fout gaat waardoor je bipolair wordt. Welke stofjes doen wat verkeerd? <br />
Er bestaan op dit moment meerdere ideeën over dit onderwerp. De meeste zijn gebaseerd op het gegeven dat depressieve en manische episoden succesvol kunnen worden bestreden door psychofarmaca (medicijnen die invloed hebben op het psychisch functioneren). Dit zou moeten betekenen dat er in de hersenen een of meerdere stofjes zijn die niet doen wat ze moeten doen. Of dat ze iets doen wat ze niet behoren te doen. Er wordt met name gedacht aan neurotransmitters (die verzorgen de informatieoverdracht tussen de hersencellen) . </p>
<p>Er wordt op dit moment veel onderzoek gedaan naar wat die stoffen dan precies fout doen en waarom dat zulke gevolgen heeft. Maar er zijn tot op heden niet zo heel veel keiharde feiten. Want dat je door medicatie het functioneren van neurotransmitters verbetert en mensen zich daardoor &#8216;beter&#8217; voelen, is nog geen bewijs dat die neurotransmitters de oorzaak van de ziekte zijn. Het zegt niet meer dan dat neurotransmitters waarschijnlijk een rol spelen bij bipolariteit. En het is fijn dat je door medicatie het functioneren van die neurotransmitters zo kan verbeteren dat er minder episoden optreden. Maar misschien is het slecht functioneren van die neurotransmitters wel een gevolg van een geheel ander defect. En zijn de stemmingsschommelingen weer een gevolg van het niet goed functioneren van die neurotransmitters. Vooralsnog is er niets echt met zekerheid over te zeggen. </p>
<p>Dat er in het hoofd iets niet goed gaat, menen sommige mensen overigens echt duidelijk te kunnen voelen. Er wordt gesproken over signalen die het begin markeren van weer een nieuwe episode: een &#8216;fluit&#8217; in het hoofd, of een &#8216;tikje&#8217;, of een &#8216;knak&#8217;, zoals <strong>Ger Klein</strong> overkwam.<br />
Maar het omgekeerde komt ook voor: dat mensen voelen dat de episode overgaat: </p>
<p><em>Soms als ik depressief ben voel ik ineens een soort plopje in mijn hoofd en dan weet ik dat het weer goed aan het komen is. Binnen een paar uur ben ik dan weer &#8216;gewoon&#8217;.</em> </p>
<p><strong>Erfelijkheid van de specifieke eigenschappen van de bipolaire stoornis</strong> <br />
Er bestaan aanwijzingen dat de verschillende eigenschappen van de ziekte eveneens erfelijk zijn. Had je moeder bijvoorbeeld een bipolaire stoornis en had ze vier of meer episoden per jaar (snelle schommelingen oftewel <em>rapid cycling</em>), dan is de kans groot (als je de stoornis krijgt) dat je zelf ook een patroon van snelle schommelingen zal gaan vertonen. Groter in ieder geval dan wanneer je moeder of vader geen <em>rapid cycler</em> was. Hoeveel groter die kans is, is niet bekend. </p>
<p>Wat ook erfelijk lijkt te zijn, is de reactie op bepaalde medicijnen. Reageerde je vader goed op lithium dan is de kans dat jij er ook op reageert, groter dan wanneer je vader er geen baat bij heeft gehad. Het is dus voor de behandeling van bipolariteit van belang om al dit soort informatie boven tafel te krijgen. </p>
<p><strong>Bipolariteit en kinderen krijgen</strong> <br />
<em>Door Kay Redfield Jamison</em> </p>
<p>Ik vind het heel jammer dat ik zelf geen kinderen heb. (…) <br />
Zullen toekomstige ouders dan een foetus dat manisch-depressieve genen bevat, laten aborteren ondanks het feit dat de ziekte behandelbaar is? (Het is interessant te vermelden dat bij een recent onderzoek van de Johns Hopkins Universiteit, waarbij aan manisch-depressieve patiënten en hun echtgenoten werd gevraagd of ze dat zouden doen, maar enkelen een bevestigend antwoord gaven.) Zullen we het wagen om de wereld kleurlozer en eentoniger te maken door manisch-depressieve genen te vernietigen, waarbij ik toegeef dat dat een ongelooflijk ingewikkelde opgave zou zijn? En wat zijn dan de risico&#8217;s voor die waaghalzen &#8211; die rustelozen in de maatschappij die naar vooruitgang streven in de kunsten, het zakenleven, de politiek en de wetenschap? Lopen manisch-depressieve mensen dan, net als de sneeuwuil en de nevelpanter, de kans om een bedreigde diersoort te worden? </p>
<p>Het is een moeilijk moreel dilemma, vooral omdat er zowel persoonlijk als maatschappelijk ook positieve kanten zitten aan het manisch-depressief zijn. Deze komen niet alleen tot uiting in mensen met een artistiek temperament en een grote verbeeldingskracht, maar ook in vooraanstaande wetenschappers en leiders op het gebied van zaken, religie, de krijgsmacht en de politiek. </p>
<p>Bovendien moet ook rekening worden gehouden met minder merkbare effecten op bijvoorbeeld persoonlijkheid, manier van denken en mate van energie, want de ziekte komt veel voor en heeft grote invloed op temperament, gedrag en waarnemingsvermogen. De situatie wordt nog gecompliceerder door het feit dat bijkomende genetische, biologische en milieufactoren (zoals blootstelling aan langdurige of grote verandering van licht, grote vermindering van slaap, zwangerschap en drug- of alcoholgebruik) ook wel eens gedeeltelijk verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor zowel de ziekte als de cognitie en karaktertrekken van zeer succesvolle mensen. Deze wetenschappelijke en morele kanten kunnen niet worden genegeerd; gelukkig wordt er door de medewerkers van het door de regering opgerichte Genome-project en andere groepen wetenschappers en ethici wel degelijk over nagedacht. </p>
<p>Het zijn ingewikkelde vragen, waarop voorlopig nog geen antwoorden te verwachten zijn. De wetenschap weet na het oplossen van bepaalde problemen altijd weer nieuwe te creëren. Hij maakt snel vooruitgang, waaruit vaak veel goeds voorkomt, maar schept ook hoge verwachtingen. </p>
<p><strong> </strong><strong>5. Mijn eigen verhaal volgens de anamneses</strong></p>
<p><em><em>Hieronder &#8211; in een notendop &#8211; mijn eigen ervaringen met bipolariteit. Uit verschillende stukken in mijn medisch dossier heb ik een redelijk chronologisch verhaal samengesteld. <br />
</em></em><br />
Patiënt is van zijn eerste tot zijn elfde jaar lichamelijk mishandeld door zijn stiefvader, heeft (tussentijds) vaak bij familie van zijn biologische vader gewoond (steeds wisselende gezinnen), is ettelijke keren verhuisd en heeft op ettelijke lagere scholen gezeten. Als gevolg van het feit dat hij nooit een echte basis heeft gekend, heeft hij last van verlatingsangst, kan hij zich moeilijk hechten, heeft hij last van een autoriteitsconflict, heeft hij minderwaardigheidgevoelens en kan hij moeilijk anderen vertrouwen. Een psychiater omschrijft hem in de jaren zeventig als &#8220;jeugdgehandicapte&#8221; en als “ernstig affectief verwaarloosde en als kind mishandelde jongeman”. </p>
<p>Van zijn twaalfde tot zijn veertiende heeft patiënt een oud-tante verzorgd. Hij woonde bij haar in huis, kookte voor haar, deed het huishouden en waste en verschoonde haar. Toen zij overleed vertrok patiënt op 14-jarige leeftijd naar het buitenland. Tijdens het liften in Duitsland werd hij door een automobilist gedwongen hem te pijpen. Hij kon zich vol walging losrukken en werd de auto uitgeschopt. Patiënt herinnert zich hoe hij &#8216;s nachts in de regen in het donker over een verlaten weg liep. </p>
<p>Toen hij 16 jaar was ging patiënt varen, eerst als matroos, later als kok. Op zijn zeventiende werd hij ruw verkracht door een stuurman, een man waarvan hij dacht dat die zijn vriend was. Een nieuwe teleurstelling, een nieuw trauma. Eerder dat jaar verloor zijn vriend David in Israël het leven bij een vuurgevecht. Patiënt vond hem met een half weggereten hoofd.</p>
<p>Patiënt had zich al vroeg voorgenomen dat hij niet ouder dan 23 jaar wenste te worden. Alles wat hij wilde meemaken moest daarom vóór zijn 23e beleefd zijn. Patiënt zocht het gevaar op, begaf zich vrijwillig in oorlogssituaties en illegale internationale activiteiten van politieke aard. Als 20-jarige studeerde hij af in Moskou, als politicoloog. De periode van zijn veertiende tot zijn twintigste jaar was een aaneenschakeling van levensbedreigende situaties. Patiënt was op zoek naar de dood, zegt hij zelf.</p>
<p>In 1973 kreeg patiënt voor het eerst last van een ernstige depressie, ongeveer een jaar durend, die werd gevolgd door een hypomane episode. In de depressieve periode kreeg hij 2000 mg Lithium, 25 mg Tofranil en 30 mg Dalmadorm. Als onderhoudsdosis kreeg hij 1200 mg Lithium, 10 mg Tofranil en 30 mg Dalmadorm. De diagnose van de behandelende psychiater was manisch-depressief (bipolair II). </p>
<p>In 1976 kreeg patiënt nogmaals een ernstige depressie, die ook een jaar duurde en eveneens werd gevolgd door een hypomane episode. (De depressies in de tussenliggende jaren waren aanzienlijk korter en duurden ongeveer een week.) In deze periode realiseerde patiënt zich dat hij de leeftijd van 23 jaar – de leeftijd waarop hij dood had willen zijn – inmiddels was gepasseerd. Hij vond dat hij verraad aan zichzelf had gepleegd. </p>
<p>De langdurige depressieve episoden van patiënt kenmerk(t)en zich door apathie en kataleptische verschijnselen. Patiënt heeft nergens zin in, hoeft niet te eten, te drinken, en ligt 24 uur per dag in bed, hoofdzakelijk naar het plafond starend. Niets interesseert hem. Patiënt ervaart dit als een hel, ook omdat het empatisch vermogen hem verlaat. </p>
<p>In 1979 besloot patiënt (tegen de wil van zijn psychiater) om te stoppen met Lithium. Om de arts ter wille te zijn heeft patiënt toen nog een jaar lang 300 mg Lithium per dag geslikt. (N.B. Deze dosis wordt niet geacht enige therapeutische waarde te hebben.) </p>
<p>In 1960, 1967, 1968, 1973, 1976, 1994, 1998, 2002 en 2005 heeft patiënt getracht zich van het leven te beroven, hetzij door pillen, hetzij door een overdosis alcohol, hetzij door verdrinking.</p>
<p>Patiënt heeft van 1980 tot 1992 gewerkt als therapeut, coördinator en beleidsmedewerker in diverse intra- en extramurale settings. Tegelijkertijd behaalde hij &#8211; met name in zijn hypomane episoden &#8211; de nodige diploma’s en universitaire deelcertificaten om zich in zijn expertise te kunnen ontwikkelen. Daarna is hij boeken gaan schrijven en vertalen en heeft in zijn hypomane episoden een extreem hoge productie geleverd op dat gebied (gemiddeld één boek per twee maanden).</p>
<p>In 2004 is patiënt weer begonnen met het gebruik van Lithium. Sinds die tijd is hij ook steeds meer alcohol en slaapmedicatie (Stilnoct) gaan gebruiken, omdat hij steeds vaker last kreeg van nachtmerries. Deze vertonen steeds hetzelfde patroon: patiënt is een jaar of vier en wordt mishandeld door zijn stiefvader. Hij ziet de grote handen van deze man, hij ziet de gebalde vuisten die hem vol in het gezicht raken, hij kan zich niet verweren of weglopen. Na afloop van de nachtmerrie wordt patiënt wakker en herinnert hij zich dat hij als vierjarig kind in de gracht is gevallen. Hij drijft onder de wateroppervlakte, ziet de zon boven het water, daar waar lucht is, maar kan er niet bij. Dan laat hij zich weerloos zakken in de diepte. Het is goed zo. Dat was het dan.</p>
<p>Na een poging op 4 november 2005, een dag na zijn verjaardag, om zijn leven te beëindigen met opgespaarde Stilnoct en drank, waarbij zijn situatie enige tijd kritiek was, is patiënt gestopt met alle medicatie. Formeel staat hij nog ingeschreven bij de afdeling Langdurige Zorg van de GGZ, maar hij heeft geen contact meer met zijn behandelende psychiater.</p>
<p><strong>6. Het verhaal van Auke Hylkema</strong></p>
<p>Auke Hylkema verblijft sinds 3 jaar in Zonneheuvel op het terrein van de GGZ Zuidlaren. De 65 jarige Groninger is maar liefst voor de 39e keer opgenomen. Auke is manisch depressief en dat heeft een grote invloed gehad op zijn leven. De  <strong><em><a href="http://www.klantenkrant.nl/">Klantenkrant</a></em></strong> zocht hem op in Zuidlaren voor zijn levensverhaal. </p>
<p>‘Ik ben een echte stadjer. Ben geboren en getogen in de Noorderhaven. Daar hadden mijn ouders een goed lopend bedrijf. Zij deden in olie en kolen. Ik heb een normale jeugd gehad tot mijn 25ste ging alles mijn gemakkelijk af. Kon goed leren en heb een rijk leven geleid. </p>
<p>Ben toen ik achttien was met de boot naar New York gegaan en heb daar een fantastische tijd gehad. In Amsterdam heb ik ontwikkellingseconomie gestudeerd en makkelijk mijn kandidaats gehaald. Familie en vrienden noemden me een golden boy, maar daarna is het fout gegaan. </p>
<p>Ik heb op mijn 25ste mijn eerste psychose gehad. Mijn eerste opname was is het AZG te Groningen, mijn psychiater Koos van Dijk heeft mijn toen goed geholpen het daarna ook weer een tijdje beter gegaan. Na te zijn weggestuurd van de vliegeniersopleiding van de Rijksluchtvaartdienst, ik werd weggestuurd wegens gebrek aan discipline, heb ik in de jaren zeventig op verschillende banen gehad. </p>
<p>Ik ben kroegeigenaar geweest van de Wolthoorn in Groningen en heb vier jaar lang als antiquair gewerkt. Hierna kreeg ik weer een psychose en ben ik opgenomen in Eikenstein. Ik heb hier een half jaar in een isoleercel opgesloten gezeten. Dat was een verschrikkelijke tijd, je hebt geen contact meer met andere mensen en ik werd slecht verpleegd. In de isoleercel was verder niks aanwezig alleen een kartonen doos als toilet. Ik kreeg zo’n dorst van de (medicijnen)Lithium en niks te drinken dat ik mijn eigen urine heb gedronken. In Nederland wordt veel vaker geïsoleerd dan in het buitenland. Ik vond het onmenselijk. </p>
<p>Daarna ben ik naar Lagerhout verhuisd, dat is ook op het terrien van Zuidlaren, daar was de verzorging veel beter. Mocht daar veel meer, daar kon ik ’s nachts gewoon rondlopen als ik niet kon slapen. Door mijn manische depressiviteit ben ik zo vaak opgenomen geweest. En het heeft een grote stempel op mijn leven gedrukt. De dichtregel “Ik ben geboren in zonnegloren in een zucht van een ziedende zee” slaat precies op mij. </p>
<p>Tijdens mijn opnames is mijn goede vriend Roel Veldhuis trouw langs blijven komen. Sinds een aantal jaren is hij nu mijn bewindvoerder en regelt mijn lopende zaken. Hij heeft nu gezondheidsklachten, ligt in het ziekenhuis met een longontsteking, maar anders probeert hij elke zaterdag langs te komen. </p>
<p>Sinds drie jaar heb ik een eigen kamer in Zonneheuvel met een badkamer. Heb nu weer een eigen muziekinstallatie en mag graag naar klassieke muziek luisteren en ik ben gek op de muziek van Bill Haley. Met mijn ziekte gaat het nu wel goed, de medicijnen die ik nu gebruik werken goed. Maar ik heb wel andere gezondheidsklachten. Kan moeilijk ademen wegens problemen met de longen. Ik heb longemfyseem en moet eigenlijk stoppen met roken. </p>
<p>Ik ben nu al ouder dan mijn vader geworden, die is te vroeg overleden en maar 59 geworden, maar ik hoef niet zo oud te worden als mijn moeder die is maar liefst 89 geworden. Ik heb haar altijd trouw bezocht, als het kon bijna iedere dag. </p>
<p>Ik heb niet veel wensen meer. Ben achttien jaar getrouwd geweest, daarna gescheiden en nu mis ik het best wel, met een leuke vrouw samen te leven. Er is teveel gebeurd in mijn leven. Het leven is voor mij zwaar geweest en ook toen het goed ging was het moeilijk. Ik heb 4 keer geprobeerd zelfmoord te plegen, een keer met medicijnen en mij een keer opgehangen. ik ben wel blij dat het niet gelukt is. Verder hoop ik dat de isoleercellen weggaan, dat was zo verschrikkelijk, ik wordt nog altijd kwaad als ik daar aan terug denk. Ik heb geen mooi leven gehad, het is zwaar, veel te zwaar geweest.</p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/30/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/30/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=30&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/bipolariteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>
	</item>
		<item>
		<title>Indringende herinneringen &#8211; de emoties</title>
		<link>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/indringende-herinneringen-de-emoties/</link>
		<comments>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/indringende-herinneringen-de-emoties/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 12 Feb 2011 15:22:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack Vanderwyk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://geslagenverslagen.wordpress.com/?p=27</guid>
		<description><![CDATA[&#8220;Indringende herinneringen &#8211; de ontwikkeling van klachten na een verkrachting&#8221; is een boek van Bernardine Ensink en Willy van Berlo (Eburon, Delft 1999, ISBN 90-5166-752-3). Het boek gaat over verkrachte vrouwen, maar het zou evengoed om verkrachte mannen kunnen gaan. &#8230; <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/indringende-herinneringen-de-emoties/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a><img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=27&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em><strong>&ldquo;Indringende herinneringen &ndash; de ontwikkeling van klachten na een verkrachting&rdquo;</strong></em> is een boek van Bernardine Ensink en Willy van Berlo (Eburon, Delft 1999, ISBN 90-5166-752-3). <br />Het boek gaat over verkrachte vrouwen, maar het zou evengoed om verkrachte mannen kunnen gaan. De symptomen verschillen niet zozeer van elkaar. Schuld- en schaamtegevoelens spelen zowel bij verkrachte vrouwen als verkrachte mannen een belangrijke rol.&nbsp;</p>
<p>Ik heb op het VK-blog een bijdrage gepubliceerd met de titel <a href="http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/11/verkrachting-het-laat-je-nooit-meer-los/"><strong>&ldquo;Verkrachting, het laat je nooit meer los.&rdquo;</strong></a> Daarin schrijf ik hoe ik als 16-jarig jochie door een man ben verkracht en wat dat met mij heeft gedaan, en nu &ndash; als 54-jarige &ndash; nog altijd doet. <br />Als gevolg van die bijdrage heb ik veel reacties ontvangen van mensen &ndash; mannen en vrouwen &ndash; met vergelijkbare ervaringen. <br />Dat bracht mij op het idee om een selectie te maken van onderzoek dat naar dit fenomeen is gedaan. Ik heb niet in chronologische volgorde geselecteerd, maar ben begonnen met het onderwerp dat veel verkrachte mensen nog altijd parten speelt, ook al is het misschien tientallen jaren geleden dat de feitelijke verkrachting heeft plaatsgevonden: de emoties. </p>
<p><strong>Omslagtekst van het boek:</strong> <br />Vrouwen die een verkrachting of een poging daartoe hebben meegemaakt, zijn meestal een periode van slag. Ze voelen zich gespannen en angstig en kunnen last hebben van nachtmerries over de verkrachting. Bij sommige slachtoffers nemen deze klachten in het halve jaar na de verkrachting behoorlijk af, terwijl anderen klachten blijven houden. De vraag hoe dit komt, vormt de kern van deze publicatie. Om deze vraag te beantwoorden zijn slachtoffers tot een jaar na de verkrachting regelmatig ge&iuml;nterviewd. <br />In de verschillende hoofdstukken wordt beschreven wat het slachtoffer precies heeft meegemaakt, welke emoties zij heeft ervaren en hoe intens die waren, hoe zijzelf met het trauma is omgegaan, hoe de omgeving op haar heeft gereageerd en hoe zij door politie, justitie en de hulpverlening is behandeld. <br />Het boek bevat enerzijds veel beschrijvingen en ervaringen, en anderzijds <br />een wetenschappelijke systematisering van deze ervaringen. Bovendien wordt ander onderzoek op dit terrein besproken, zodat de lezer een overzicht krijgt van de kennis die over verkrachting en de impact daarvan in de loop van de tijd is opgebouwd. Het boek besluit met praktische en beleidsrelevante conclusies. </p>
<p><strong>5.2.3 Aard van de emotionele beleving</strong> <br />We veronderstellen dat de emotie angst &eacute;&eacute;n van de emoties is die wordt opgewekt door de verkrachting (zie ook Ensink &amp; Albach, 1983) en zetten vraagtekens bij het gebrek aan aandacht voor de andere uitgelokte emoties, bijbehorende actietendensen en hanteringsstrategie&euml;n. In het streven meer aandacht te geven aan de andere door het trauma uitgelokte emoties staan we overigens niet alleen. Ook Foa et al. en Kilpatrick et al. constateerden dat de emotionele herinneringen aan het trauma naast angst ook andere krachtige emoties bevatten, zoals woede, schaamte, afschuw en schuld, maar zij hebben deze constatering niet verder uitgewerkt. Ook Montada (1992) benadrukt dat het belangrijk is al in de eerste fase te kijken naar de specifieke emoties die door het trauma zijn uitgelokt. Het specifieker bestuderen van de diverse emotionele reacties, zoals tegen zichzelf gerichte woede, kwaadheid op anderen, schuld, angst, jaloezie enzovoort is informatiever dan het zich richten op stress. De aard van de emotionele reactie vertelt bijvoorbeeld veel over de manier waarop de getraumatiseerde persoon aankijkt tegen de vraag wie verantwoordelijk was voor de gebeurtenis.&nbsp;</p>
<p>Welke emotie iemand beleeft, is afhankelijk van het emotieproces, van de manier waarop een persoon een gebeurtenis taxeert; welke aspecten hij of zij benadrukt of veronachtzaamt (Frijda, 1988). Sommige emoties lijken elkaar uit te sluiten. Als iemand bijvoorbeeld in een gevaarlijke situatie het eigen onvermogen om die situatie te be&euml;indigen erg groot acht, dan ontstaat er vrees; als de situatie wordt opgevat als een opzettelijk hinder, waar iets aan gedaan kan worden, dan ontstaat woede. Als iemand de verantwoordelijkheid voor het gebeurde bij een ander legt, zal hij zich niet schuldig voelen. Als iemand zichzelf verantwoordelijk acht voor het gebeurde dan zal hij geen woede ten opzichte van derden voelen. <br />Omdat de traumatheorie&euml;n die in hoofdstuk 1 behandeld zijn zich centreren rond de emotie angst, zullen we in deze paragraaf ingaan op andere emotionele reacties.&nbsp;</p>
<p><em><strong>Woede ten opzichte van de dader</strong> <br /></em>Woedende reacties kunnen verwacht worden bij persoonsgerichte delicten, zoals pogingen tot doodslag, fysieke mishandeling en seksuele mishandeling/misbruik. Woede impliceert immers dat men een bedreigende situatie als veranderlijk inschat en dat de verantwoordelijkheid bij de dader wordt gelegd. Bij persoonsgerichte misdrijven had/de dader anders kunnen handelen. Trauma&#8217;s die zijn ontstaan na natuurrampen, zoals aardbevingen, windhozen en overstromingen, zullen eerder angst en minder snel woedereacties uitlokken, Zo valt op basis van Frijda&#8217;s emotietheorie te verwachten. Volgens Frijda&#8217;s emotietheorie impliceert de emotie woede dat er sprake was van een bedreigende situatie waarbij het slachtoffer inschatte dat er anders gehandeld kon worden. Bij een dergelijke taxatie bereidt het lichaam zich automatisch voor op het aangaan van het gevecht. Als woede de dominerende emotie is na een traumatische ervaring dan zullen herinneringen aan het trauma gepaard gaan met &#8216;woedestructuren&#8217; met bijbehorende lichamelijke voorbereidingen en gedragstendenties. Deze woedestructuren kunnen er toe leiden dat het slachtoffer snel met een &#8216;vechtreactie&#8217; reageert, en prikkelbaar en snel ge&iuml;rriteerd is. Via het principe van de klassieke conditionering kunnen allerlei situaties een verhoogde prikkelbaarheid en woedeaanvallen uitlokken. Dit kan een geconditioneerde respons zijn, waar de persoon zelf weinig invloed op kan uitoefenen. Woedegevoelens kunnen sociaal niet aanvaardbaar zijn voor het slachtoffer. Vooral voor vrouwen is woede een sociaal niet zo geaccepteerde emotie. Horowitz (1976 [1986]) merkt op dat woedegevoelens bij getraumatiseerden vaak schaamte- en schuldgevoelens opwekken. De persoon geeft dan als het ware een disfunctionele betekenis aan woedegevoelens en zal daarom toch zoveel mogelijk de herinneringen die woedegevoelens uitlokken vermijden. </p>
<p><em><strong>Schaamtegevoelens <br /></strong></em>Volgens Van Dale is schaamte het gevoel van onbehagen dat iemand vervult bij het gezien, bekend of openbaar worden van dingen aan hem, handelingen van hem of toestanden om hem die met de eerbaarheid, het fatsoen of de zedelijkheid in strijd zijn, of die hem verachtelijk doen schijnen bij anderen. Bij schaamtegevoelens bekijkt men zichzelf door de ogen van een ander. Het treedt op als men iets doet dat niet gedaan had mogen worden, iets dat men moreel verwerpelijk vindt. Bij schaamtegevoelens speelt het oordeel van anderen een belangrijke rol en zal de persoon proberen de eigen gedragingen zoveel mogelijk te verbergen. Volgens Darwin (1889 [1999]) is de actietendens die bij schaamte hoort het wegdraaien van het lichaam en dan vooral van het gelaat, dat men op de een of andere manier tracht te verbergen. Mensen die zich schamen wenden hun blik af en kijken naar de grond of verstoppen zich. De Nederlandse uitdrukking &#8216;van schaamte in de grond zinken&#8217; geeft de intensiteit van schaamtegevoelens en de daarbij behorende gedragstendentie weer. &#8216;Gum Belgi&euml; uit&#8217;, luidde een krantenkop na de ontsnapping van Dutroux. Volgens Darwin gaat schaamte gepaard met fysiologische arousal, zoals een versnelde hartslag en een verstoorde ademhaling en met blozen. Bovendien hebben sommige mensen die zich schamen last van ontreddering en geestelijke verwarring.&nbsp;</p>
<p>Schaamte wordt gebruikt in de opvoeding van kinderen met het doel ze te laten gehoorzamen aan sociale normen (Leith &amp; Baumeister, 1998). Schaamte wekt volgens deze auteurs &#8216;distress&#8217; op. Mensen die geneigd zijn zich te schamen, hebben ook een laag gevoel van eigenwaarde. Schaamte heeft op het totale zelfbeeld betrekking en dit gevoel biedt geen handvaten voor een betere aanpak van een situatie. Gevoelens van schaamte voorkomen dat men probleemoplossend te werk gaat in sociale conflictsituaties. De enige manier om &#8216;distress&#8217; ten gevolge van schaamte te verminderen, is volgens Leith en Baumeister het ontkennen van eigen verantwoordelijkheid, het vermijden van andere mensen, en een klap uit te delen aan de mensen die er mee te maken hebben dat men zich schaamt.&nbsp;</p>
<p>In culturen waar schaamte een belangrijke rol speelt, staan begrippen als eer, eerbaarheid en reputatie centraal. De eer en de reputatie van een vrouw hingen in de Middeleeuwen vrijwel uitsluitend af van haar gedrag op seksueel gebied (Oostrom, 1987). Onze woordenschat getuigt van een geschiedenis waarin er een nauwe relatie bestaat tussen seksualiteit en schaamte. Neem bijvoorbeeld de woorden schaamstreek, schaamlap enzovoort. Van Dale geeft duidelijke voorbeelden van de betekenis van het woord schaamte. &#8216;Adam en Eva waren beiden naakt en zij schaamden zich niet&#8217;. &#8216;Een jong meisje moet schaamachtig zijn&#8217;, &#8216;maagdelijk schaamte&#8217;. De uitdrukking &#8216;je moest je schamen&#8217; is een normale, sterke uitdrukking van afkeuring van het gedrag van iemand.&nbsp;</p>
<p>Zedendelicten, zoals verkrachting en seksueel misbruik, zijn bij uitstek trauma&#8217; s die schaamte oproepen als men dit trauma bekijkt door een historische bril. Het gaat immers om vernederingen en kwetsbaarheid op seksueel terrein; een terrein dat traditioneel de eer en de reputatie van vrouwen bepaalt, waarvan de normen, waarden en gedragsregels bij een overtreding vooral in stand werden gehouden door middel van het benadrukken van de schaamtegevoelens. <br />Horowitz beschrijft hoe mensen zich intens kunnen schamen voor de eigen kwetsbaarheid of voor de problemen die ten gevolge van een trauma zijn ontstaan, maar hij geeft geen voorbeelden van schaamtegevoelens in verband met verkrachting. Niet alleen Horowitz blijkt weinig aandacht te besteden aan schaamte in relatie tot verkrachting en seksueel misbruik, ook in andere standaardwerken over verkrachting wordt er nauwelijks op ingegaan (Brownmiller, 1975; Herman, 1992; Janoff- Bulman, 1997).&nbsp;</p>
<p><strong><em>Schuldgevoelens <br /></em></strong>Als iemand na een verkrachting last heeft van sterke schuldgevoelens, dan betekent dit een pijnlijke zelfwaardering naar aanleiding van een handeling waarvoor de persoon zichzelf verantwoordelijk acht. Het schuldgevoel bestaat uit die zelfwaardering. Schuldgevoel verwijst dus naar een handeling die een persoon moreel negatief waardeert, die hij of zij aan eigen opzettelijk gedrag toeschrijft (&#8216;ik had anders kunnen handelen&#8217;) en waarvan de dader (ik) slecht en verkeerd was. Intens schuldgevoel leidt tot enkele vaststaande gedragspatronen: zichzelf pijn doen,&#8217; boetedoening of zelfs het verwijderen van zichzelf door een zelfmoordpoging (Frijda, 1988).&nbsp;</p>
<p>De vraag wie schuldig is voor het ontstaan van een traumatische of andere nare gebeurtenis is een universele vraag die vrijwel altijd een grote rol speelt na een traumatische gebeurtenis. Slachtoffers van trauma&#8217;s stellen zich vragen als &#8216;waarom gebeurde dit?&#8217; en &#8216;waarom gebeurde dit mij&#8217;? Hierdoor confronteren slachtoffers zichzelf met het trauma en proberen ze er een betekenis aan te geven. Voor het herstel van een trauma of een andere nare gebeurtenis is het van essentieel belang dat men een antwoord vindt op deze vragen. Een herstelproces wordt belemmerd als er een discrepantie is tussen de objectieve situatie en de wijze waarop de vraag &#8216;waarom gebeurde dit mij&#8217; wordt beantwoord. Door zichzelf de schuld te geven, terwijl daar objectief gezien geen reden voor is, worden gevoelens van hulpeloosheid, onbeheersbaarheid van de situatie en kwetsbaarheid vermeden, alsmede gevoelens van kwaadheid ten opzichte van anderen die verantwoordelijk zijn voor het gebeurde. Het slachtoffer dat zich ten onrechte schuldig voelt, richt de kwaadheid op zichzelf en dit bemoeilijkt het verwerkingsproces. Als het slachtoffer terecht de verantwoordelijkheid voor het trauma bij de ander legt, dan wil dit nog niet zeggen dat zij spoedig herstelt. Als het slachtoffer geen recht verkrijgt dan heeft ze er nog een probleem bij: sterke wrokgevoelens interferen ook met een spoedig herstelproces (Montada, 1992).&nbsp;</p>
<p>Ook de omgeving van het slachtoffer stelt zichzelf de &#8216;waarom&#8217; vraag. <br />Als mensen oordelen dat het slachtoffer geen schuld heeft aan wat haar is overkomen dan zijn ze geneigd haar te steunen. Denken de mensen dat het de schuld van het slachtoffer zelf is, dan zal het slachtoffer weinig steunende reacties krijgen. Mensen oordelen vaak heel verschillend over de schuld~ vraag. Slachtoffers die zichzelf verantwoordelijk achten voor een situatie oogsten vaak meer bijval van anderen dan de mensen die een ander verantwoordelijk achten. Het zichzelf mede verantwoordelijk achten voor een situatie wordt vaak opgevat als een opening om problemen op te lossen (Leith &amp; Baumeister, 1998).&nbsp;</p>
<p>In de loop van de geschiedenis zijn allerlei idee&euml;n ontstaan over de schuldvraag bij verkrachting. Voor vrouwen golden allerlei beperkende gedragsvoorschriften, en als zij zich niet aan die voorschriften hielden, liepen zij het risico op het beschadigen van hun reputatie en waren ze medeverantwoordelijk voor hetgeen hen overkwam. In een Amerikaans onderzoek uit 1980 beschrijft Burt allerlei verkrachtingsmythen, waarin de verkrachting niet wordt erkend en het slachtoffer zelf de schuld krijgt. Personen met traditionele sekserolopvattingen zijn eerder geneigd in verkrachtingsmythen te geloven dan anderen. De oordelen over de verkrachting die de vrouw eerder in haar omgeving heeft gehoord, kunnen impliciet in haar eigen reacties op dit trauma verdisconteerd zijn. Zowel Resick en Schnicke (1993) als Herman (1992) leggen een relatie tussen de oordelen van de omgeving over het gedrag dat vrouwen behoren te hebben om een verkrachting te voorkomen en de schuldgevoelens die vrouwen ontwikkelen. Zo schrijft Herman dat verkrachtingsslachtoffers zichzelf vaak de schuld geven, omdat zij zich in een situatie begeven hebben waarin ze een risico lopen of omdat ze zich niet goed genoeg verzet hebben. Dit komt overeen met de argumenten die verkrachters gebruiken om &#8216;vrouwen de schuld te geven of om de verkrachting te rechtvaardigen (Herman, p.68).&nbsp;</p>
<p>In Nederland hebben vooral Winkel en medewerkers onderzoek gedaan naar deze impliciete vooroordelen rond verkrachtingsslachtoffers. Zij hebben gekeken naar de condities waaronder een verkrachtingsslachtoffer geloofwaardig dan wel medeschuldig wordt bevonden aan de verkrachting. </p>
<p></p>
<br />  <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gocomments/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/comments/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godelicious/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/delicious/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gofacebook/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/facebook/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gotwitter/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/twitter/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/gostumble/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/stumble/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/godigg/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/digg/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <a rel="nofollow" href="http://feeds.wordpress.com/1.0/goreddit/geslagenverslagen.wordpress.com/27/"><img alt="" border="0" src="http://feeds.wordpress.com/1.0/reddit/geslagenverslagen.wordpress.com/27/" /></a> <img alt="" border="0" src="http://stats.wordpress.com/b.gif?host=geslagenverslagen.wordpress.com&amp;blog=19976384&amp;post=27&amp;subd=geslagenverslagen&amp;ref=&amp;feed=1" width="1" height="1" />]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://geslagenverslagen.wordpress.com/2011/02/12/indringende-herinneringen-de-emoties/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
	
		<media:content url="http://0.gravatar.com/avatar/69e76005fa28ab26dae1c7d6d4570157?s=96&#38;d=identicon&#38;r=G" medium="image">
			<media:title type="html">vanderwyk</media:title>
		</media:content>
	</item>
	</channel>
</rss>
