Lang heb ik nagedacht over de titel van dit blog. Moest het “Als jongen verkracht door een man” worden? Of “Als kind verkracht”? Of “Als hetero verkracht door een homo”? Moest ik het blog überhaupt schrijven? Zou ik niet de risée van het VK-weblog worden? Zouden de mensen die mij liefhebben er niet om aangekeken worden?
Ik heb besloten dit blog toch te schrijven. Het gaat mij verre van gemakkelijk af, maar ik moet het doen.
Hij was 12 jaar ouder dan ik. Ik was pas begonnen te varen, als koksmaat-lichtmatroos, en ik was 16 jaar. Een jaar daarvoor was ik uit Nederland vertrokken na een kinderleven lang te zijn mishandeld door mijn stiefvader.
Op een gegeven moment werd van achteren mijn keel dichtgesnoerd door zijn handen. Ik werd voorover geduwd en wist niet wat mij overkwam. Ik stond verstijfd van angst, ik durfde niets te doen. Hij trok mijn broek naar beneden en ik voelde iets tussen mijn billen. De rest van de verkrachting kan ik mij niet herinneren. De psychiater die ik later bezocht vertelde mij dat ik dit heb verdrongen.
Na afloop verontschuldigde hij zich. Hij was normaal niet zo, zei hij. Ik kon niets zeggen. Ik was totaal vermurwd.
Ik voelde mij schuldig. Waarom? Ik heb geen idee. Ik durfde het aan niemand te vertellen. Wij voeren met zes man op een schip, een tamelijk gesloten gemeenschap, niemand mocht het weten. Alles moest “normaal” lijken.
Ik werd ziek en kreeg ernstige maagklachten. Van de kapitein mocht ik in de kooi blijven liggen en de stuurman werd belast met de zorg voor mij. In mijn hut heeft hij geprobeerd mij nogmaals te verkrachten, maar ik begon te huilen en te schreeuwen en toen drukte hij zijn hand op mijn mond en zei hij dat hij mij zou vermoorden als ik niet stil was. Nadat ik stil bleef vertrok hij. In de open deur hief hij zijn wijsvinger op.
Een week later, in de Tilbury Docks in Londen, droste ik van het schip, hetgeen wil zeggen dat ik “ongeoorloofd afwezig” bleef. Ik nam de ferry naar Nederland en heb het op een zuipen gezet.
Omdat ik toch aan de kost moest komen (ik had nog nooit van “bijstand” gehoord), monsterde ik aan op een ander schip. Kort daarop werd ik volwaardig kok. Er is nadien nooit meer iemand geweest die heeft geprobeerd om mij te verkrachten. Dus daarmee zou de zaak afgedaan moeten zijn en zou ik er nu, na bijna veertig jaar, niet meer aan hoeven denken. Maar dat liep anders.
Retrospectief kan ik zeggen dat ik de daaropvolgende zeven jaar krampachtig bezig ben geweest om te bewijzen dat ik hetero was. Ik neukte elke vrouw die dat wilde, overigens wel na mij er voor honderdduizend procent van te hebben overtuigd dat het volledig vrijwillig en bij volle bewustzijn was, want ik wilde niemand aandoen wat mij was aangedaan.
Het is de afgrijselijke machteloosheid van het moment die je later doet beseffen dat het niet gebeurd zou zijn wanneer je een wapen had gehad. Alleen al de dreiging daarmee zou voldoende zijn geweest om de verkrachting te voorkomen. “Wapen” is in deze context een ruim begrip, en zou ook een goede beheersing van één of andere vechtsport kunnen zijn.
De machteloosheid van toen “gecompenseerd” met het wapen van nu. “Had ik maar dit, had ik maar dat gedaan of gehad…” Het blijft worstelen.
Een aantal jaren geleden leerde ik een vrouw kennen die ook op haar vijftiende is verkracht. Haar verhaal en het mijne hebben gigantisch veel overeenkomsten. We hebben er veel en vaak over gepraat, en om elkaar gehuild, en dat hielp. Op een gegeven moment ben ik mijn verhaal op papier gaan zetten, in de derde persoon geschreven, alsof het om iemand anders ging. Daarna las ik het verhaal van die zestienjarige jongen, alsof ik het zelf niet was, en toen pas kon ik medelijden met hem krijgen, boos worden op de verkrachter. Ik had nooit empathische gevoelens voor mijzelf kunnen opbrengen, maar toen mijn ik van zestien jaar gewoon een jongen van zestien jaar werd, kon ik het wel. Woest werd ik, agressief, en dat was goed. Die fase moest ik door.
Maar ik was er nog niet. Bij de minste geringste aanraking van mijn billen verkrampte ik helemaal. Het was niet mogelijk dat iemand anders mijn anus aanraakte, want dan raakte ik volkomen in paniek. Bovengenoemde vriendin en ik hebben elkaar geholpen om een deel van onze trauma’s te verwerken. Omdat we ons veilig bij elkaar voelden konden we stap voor stap nieuwe grenzen bereiken en overschrijden, hetgeen voordien ondenkbaar zou zijn geweest. Dat is goed, dat is fijn, maar een verkrachting laat je nooit meer los. Ik hoop dat alle mannen die dit lezen en die menen dat het “kortdurig” gebruik van andermans lijf niet zoveel schade aanricht daar na het lezen van dit blog anders over denken.












































Pingback: Indringende herinneringen – de emoties | Geslagen, maar niet verslagen